Archive for juni, 2015

Magnesium effectief bij depressie

dinsdag, juni 30, 2015 @ 04:06 PM

Depressie magnesiumMagnesium is één van de meest essentiële mineralen in het menselijk lichaam. Wanneer zich een (langdurig) tekort voordoet, treden onder andere neuromusculaire en psychiatrische symptomen op.

Oorzaken zijn (verborgen) ondervoeding, absorptieproblemen, extreme sportbeoefening en verhoogde uitscheiding via de nieren, bijvoorbeeld als gevolg van alcoholisme en diabetes. Ook tijdens stressvolle periodes scheidt het lichaam extra veel magnesium uit. Bij uw gedeprimeerde cliënt is het daarom altijd belangrijk een magnesiumtekort te overwegen als één van de oorzaken van de problematiek.

 

Magnesium is een cofactor bij een hele reeks enzymatische reacties en is betrokken bij het normaal functioneren van hart en bloedvaten, de spijsvertering, bot en kraakbeen, het endocriene systeem en de ATP-aanmaak. Magnesium vervult bovendien een belangrijke rol in de biochemie van de hersenen.

 

Er is een lange lijst van symptomen die optreden wanneer de hersenen met een magnesiumtekort worden geconfronteerd: geprikkeldheid, agitatie, tetanie, hoofdpijn, attaques, ataxie, hoogtevrees, spierzwakte, zenuwtrekkingen, angst, slapeloosheid, zenuwtoevallen, vermoeidheid, verwarring, hallucinaties en depressie. En deze lijst is verre van compleet. Gelukkig blijken de genoemde symptomen na toediening van magnesium in de meeste gevallen volledig reversibel.

Geestelijke aandoeningen

De rol die magnesiumpreparaten spelen bij de behandeling van diverse geestelijke aandoeningen en emotionele problemen mag niet worden onderschat. Reeds honderd jaar geleden werd er al een onderzoek gepubliceerd waaruit naar voren kwam dat de toediening van magnesium een positief effect heeft op patiënten die leiden aan geagiteerde depressie. Ook binnen de homeopathie staat magnesium al tientallen jaren bekend als remedie voor een reeks geestelijke aandoeningen. Veelbelovende pre-klinische en klinische onderzoeken die de laatste jaren zijn uitgevoerd onderschrijven inmiddels het nut van magnesiumsamenstellingen in de therapeutische praktijk.

Magnesium effectief bij depressie

De effectiviteit van magnesiumsuppletie is in (pre)klinisch onderzoek aangetoond bij patiënten met postnatale en klinische depressie. Daarnaast is bekend dat behandeling met magnesium de symptomen van depressie bij het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) verbetert. Ook bij vrouwen met premenstrueel syndroom kan magnesium goed worden ingezet. Spectaculaire resultaten werden behaald met magnesiumglycinaat en -taurinaat, waarbij toediening bij een klein aantal
patiënten binnen 7 dagen totale remissie van klinische depressie teweegbracht. Ondanks de kleinschaligheid van dit onderzoek onderstreept het dat het mogelijke effect op depressie niet moet worden onderschat.

 

Exact werkingsmechanisme onopgehelderd
Dát magnesium als antidepressivum werkt is inmiddels dus zeker, maar hóe is nog niet opgehelderd. Er is sterk bewijs dat magnesium diverse systemen beïnvloedt die betrokken zijn bij het ontstaan van depressie. Het is bijvoorbeeld bekend dat magnesium een modulerende werking heeft op de activiteit van de NMDA- en GABA-receptoren. Ook remt het de afgifte van adrenocorticotroop hormoon en gaat interacties aan met de HPA-as. Deze systemen zijn bij depressieve patiënten vaak ontregeld en magnesium zou daarin de balans herstellen. Ook een verstoord serotonerg en dopaminerg systeem blijkt een rol te spelen. Welke systemen de belangrijkste zijn, of hoe ze precies op elkaar inwerken, zal uit toekomstig onderzoek moeten blijken.

 

Best opneembare vormen
Niet alle magnesiumverbindingen worden even goed opgenomen in de bloedsomloop. Uit een review van de magnesiumliteratuur blijkt dat bijvoorbeeld citraat, glycinaat en taurinaat zeer goed opneembaar zijn. Structureel kwam magnesiumoxide als zeer slecht opneembaar uit de bus.

 

Magnesiumsuppletie wordt over de gehele linie als veilig beschouwd en wordt goed verdragen door de cliënt. Naast depressieve klachten kan het bijvoorbeeld worden ingezet bij de (adjuvante) behandeling van migraine, alcoholisme, astma, hartziekte, nierstenen en diverse andere aandoeningen.

 

Literatuur:
Serefko A et al., Review: Magnesium in depression, Pharmacological Reports, 2013, 65, 547-554.

 

Bron: Natura foundation nieuwsbrief

 

 Printversie Magnesium effectief bij depressie

off

ProstaatkankerVitamine D, de vitamine die aangemaakt wordt onder invloed van uv-straling (zonlicht), is een hormoon dat verschillende lichaamsfuncties reguleert. Een gebrek aan vitamine D wordt gelinkt aan een verhoogd risico op kanker en een slechtere prognose. Kankerpatiënten met hogere bloedwaarden van vitamine D hebben minder kans om aan hun kanker te overlijden. In talrijke studies wordt aangetoond dat vitamine D de groei van tumoren remt, kankercellen aanzet tot zelfvernietiging (apoptose) en uitzaaiing (metastase) voorkomt.

 

Uit een recent onderzoek blijkt dat mannen met prostaatkanker aanzienlijk minder vitamine D in hun bloed hebben dan mannen met goedaardige prostaatvergroting. Bij de mannen met prostaatkanker hadden diegenen met snelgroeiende, agressieve kanker veel lagere bloedwaarden van vitamine D dan diegenen met traaggroeiende, niet-agressieve kanker (Galunska B, 2015).

 

Suppletie met vitamine D kan de groei van prostaattumoren remmen, de progressie van traaggroeiende of lagegraad prostaatkanker omkeren en voorkomen dat traaggroeiende prostaatkanker verandert in agressieve prostaatkanker.

 

Wanneer een tumor gevonden wordt tijdens een prostaatbiopsie, wordt bepaald of het gaat om een agressieve (snelgroeiende) of niet-agressieve (traaggroeiende) tumor. Dit gebeurt aan de hand van de zogenaamde Gleason score.

 

Een tumor met een Gleason score van 7 of meer wordt beschouwd als agressief en geeft meer kans op uitzaaiing. Deze tumoren worden meestal weggenomen (door verwijdering van de prostaat) of met straling behandeld.

 

Een tumor met een Gleason score van 6 of minder wordt beschouwd als niet-agressief. In veel gevallen veroorzaakt dit soort tumoren geen symptomen of gezondheidsproblemen voor de rest van het leven van de patiënt. Meestal worden niet-agressieve prostaattumoren niet behandeld, omdat de behandeling (operatie, straling) meer schade veroorzaakt dan de tumor zelf. In dit geval wordt de patiënt actief opgevolgd en wacht men een jaar voor men een nieuwe biopsie doet om te bepalen of de tumor al dan niet gevorderd is.

 

Onderzoek heeft aangetoond dat suppletie met 4.000 IE vitamine D per dag gedurende het jaar tussen de eerste en de tweede biopsie bij 55% van de mannen de Gleason score verlaagde en in sommige gevallen de tumoren zelfs compleet deed verdwijnen (Marschall DT, 2012).

 

Literatuur:
Marshall DT, Savage SJ, Garrett-Mayer E, et al. Vitamin D3 supplementation at 4000 international units per day for one year results in a decrease of positive cores at repeat biopsy in subjects with low-risk prostate cancer under active surveillance. J Clin Endocrinol Metab. 2012 Jul;97(7):2315-24.

Galunska B, Gerova D, Kosev P, et al. Serum 25-hydroxy vitamin D levels in Bulgarian patients with prostate cancer: a pilot study. Clin Lab. 2015;61(3-4):329-35.

 

Bron: PlaceboNocebo

 

 

  Printversie Vitamine D remt de groei van prostaatkanker

off

Vitamine BNet zoals je spieren slinken als je veroudert, zo krimpen je hersenen met het klimmen van de jaren. Mogelijke gevolgen van die afname zijn dementie en de ziekte van Alzheimer. Suppletie met B-vitamines kan dat proces afremmen, ontdekten onderzoekers van de University of Oxford. Maar die B-vitamines werken alleen als er voldoende visvetzuren als DHA en EPA in je bloed zitten.

 

Lees meer…

off

Biologische groenten zijn gezonder

vrijdag, juni 26, 2015 @ 12:06 PM

BiologischBiologisch geteelde groenten bevatten meer gezonde stoffen dan groenten die op conventionele wijze zijn geteeld. Onderzoekers concluderen dit op basis van een meta-analyse van 343 eerder gepubliceerde studies.

 

De concentraties van diverse antioxidanten waren significant hoger in de biologische groenten. Voor de flavonolen, anthocyanen en flavanolen lag dit percentage met respectievelijk 50%, 51% en 69% hoger. Deze stoffen zijn eerder in verband gebracht met een lager risico van chronische ziekten waaronder hart- en vaataandoeningen, kanker en neurodegeneratieve aandoeningen. Ook bevatten biologische groenten minder schadelijke stoffen. Zo is het aandeel van pesticiden vier keer lager dan bij conventioneel geteelde groenten en ook het gehalte aan cadmium – een toxisch mineraal dat een reststof is van kunstmest – was significant lager. Er werden tevens hogere concentraties van mineralen en vitamines gevonden in de biologische groenten. Biologische groenten worden niet beschermd met gifstoffen, waardoor ze zelf meer afweerstoffen aanmaken. Hierdoor zijn de concentraties aan antioxidanten hoger. Bovendien worden geen extra groeistoffen aan de planten toegediend, waardoor ze kleiner blijven en de concentraties fytochemicaliën per eenheid hoger zijn. Dit verklaart de intensere smaak van biologische groenten.

 

Literatuur:
Barański M, Srednicka-Tober D, Volakakis N, et al. Higher antioxidant and lower cadmium concentrations and lower incidence of pesticide residues in organically grown crops: a systematic literature review and meta-analyses. Br J Nutr. 2014 Sep 14;112(5):794-811.

 

Bron: Ortho.nl

 

  Printversie Biologische groenten zijn gezonder

off

Gember en diabetes

vrijdag, juni 26, 2015 @ 12:06 PM

GemberOp basis van vijf studies besluiten Zuid-Koreaanse wetenschappers dat gember bloedglucose en HbA1c kan verlagen bij diabetespatiënten. Op insuline en insulineresistentie zagen de onderzoekers minder effect. In de selectie van studies werd gemberpoeder gebruikt in dosissen van 1600 tot 3000 mg, die 4 tot 12 weken lang genomen werden.

 

De kwaliteit van deze studies blijft evenwel middelmatig. In het totaal werden gegevens van slechts 250 patiënten verzameld. Wel waren de resultaten van de afzonderlijke studies redelijk consistent. Bovendien bewijzen een aantal dierstudies dat gemberextract inderdaad nuttig kan zijn bij diabetes en metabool syndroom.

 

Deze maand is een nieuwe (Iraanse) studie verschenen, die drie maanden duurde en die wel een duidelijk effect vond op insuline en insulineresistentie. Die studie nam ook een daling van ontstekingen (CRP) en oxidatieve stress (MDA) waar, en een toename van paraoxonase en totale antioxidantcapaciteit.

 

De interesse om diabetes te behandelen met natuurlijke middelen blijft groot, schrijven de auteurs, want medicatie om hyperglycemie te bestrijden kampt met ongewenste bijwerkingen. Gember is veilig, in deze meta-analyse werd enkel één geval van maagzuurreflux gemeld. Vier van de 5 studies werden in Iran uitgevoerd, en een in India.

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/1757

 

 Printversie Gember en diabetes

off

Vitamine D-advies osteoporose moet omhoog

donderdag, juni 18, 2015 @ 02:06 PM

osteoporoseVijftigplussers met valfracturen en osteoporose krijgen regulier meestal 20 mcg vitamine D (800 IE) per dag voorgeschreven. Uit recent onderzoek blijkt dat dit onvoldoende effect heeft op de vitamine-D-status.

 

Een vitamine-D-tekort is wijdverbreid, in het bijzonder onder ouderen. Een verklaring hiervoor is dat de oudere huid minder efficiënt zonlicht omzet in vitamine D. Ook gaan ouderen minder vaak naar buiten, waardoor de huid minder zonlicht opvangt. Daardoor lopen ouderen een groter risico op osteoporose en valfracturen.

 

Regulier wordt bij vijftigplussers met valfracturen en osteoporose 20 mcg vitamine D voorgeschreven. Deze dosering zou de bloedwaarde van vitamine D na verloop van tijd boven de 50 nmol/L moeten krijgen. De wetenschappers onderzochten of dat inderdaad zo is.

 

Aan het onderzoek deden 82 Nederlandse patiënten mee met een laagenergetische fractuur. Bij aanvang van het onderzoek was de vitamine D-status bij alle deelnemers lager dan 21,2 nmol/L. Deze bloedwaarde is typerend voor Noordelijke stedelingen. Ter vergelijking: jagers-verzamelaars rond de evenaar hebben een gemiddelde bloedwaarde van 115 nmol/L.

 

Alle patiënten kregen gedurende 10 weken dagelijks een supplement met 20 mcg vitamine D3 (800 IE). Aan het eind van het onderzoek was de gemiddelde vitamine-D-status 48,5 nmol/L. Wat bleek? Slechts 45,1% van de patiënten haalde de doelstelling van meer dan 50 nmol/L.

 

“De dosering die vaak wordt voorgeschreven van 800 IE resulteerde na tien weken behandeling in suboptimale serumniveaus vitamine D bij meer dan de helft van de patiënten”, concluderen de onderzoekers.

 

Het is dus belangrijk om de (aanvangs)dosis te verhogen, regelmatig de status te controleren en zo nodig de dosering bij te stellen. Het orthomoleculaire devies ‘tachtig is prachtig’ biedt wat ons betreft hier uitkomst. Om de ideale bloedwaarde van 80 nmol/L te bereiken is een dagdosering nodig van minimaal 45-50 mcg per dag (1800-2000 IE).

 

Literatuur:
  1. Borg E-J., et al. Prevalence and correction of severe hypovitaminosis D in patients over 50 years with a low-energy fracture. The Netherland Journal of Medicine, 2015.
  2. F.A.J. Muskiet, G.E. Schuitemaker, E. van der veer en J.P.M. wielders, Is het vitamine-D-advies van de Gezondheidsraad toereikend?, Ned Tijdschr Klin Chem Labgeneesk 2009; 34: 197-198
  3. A. Frankhuizen, Vitamine D en L-tryptofaan: veelbelovende dieetinterventie bij autisme – ‘Vitamine D – Feiten en cijfers’, www.naturafoundation.nl

 

Bron: nieuwsbrief Natura Foundation

 

 Printversie Vitamine D-advies osteoporose moet omhoog

off

Carpale tunnelCarpaletunnelsyndroom (CTS) is een neurologische aandoening die veroorzaakt wordt doordat de middelste armzenuw (nervus medianus) in de pols samengedrukt wordt. Het is de meest voorkomende zenuwaandoening bij volwassen. Men schat dat zo’n 5% van de volwassenen er in meer of mindere mate last van heeft. De meerderheid daarvan zijn vrouwen.

 

CTS wordt vaak gelinkt aan herhaalde overbelasting van de handen waarbij de vingers gebogen worden en druk op de handen en de pols wordt uitgeoefend, zoals aan de computer werken, achter een kassa zitten, bandwerk (inpakkers), piano of viool spelen, rotsklimmen, enz. Dit verschijnsel is bekend als ‘repetitive strain injury’ (RSI, herhalingsoverbelasting).

 

Er zijn ook een aantal onderliggende aandoeningen die CTS in de hand werken, zoals artritis, schildklierproblemen, jicht, fibromyalgie en diabetes. Ook tijdens de zwangerschap heb je meer kans om CTS te ontwikkelen.

 

Men beweert vaak dat er weinig tegen CTS te doen is, behalve het nemen van ontstekingsremmers en pijnstillers en in ernstige gevallen een operatie. Je kan echter wel degelijk zelf iets doen. Je leefstijl en voeding bepalen in belangrijke mate of je al dan niet carpaletunnelsyndroom krijgt of hoeveel last je ervan hebt. Als je de aandoening al hebt, kan je de ernst ervan aanzienlijk verminderen door voeding en suppletie. In heel veel gevallen kan een operatie op die manier vermeden worden.

 

Suppletie met hoge doses vitamine B6 is dé behandelmethode bij uitstek voor carpaletunnelsyndroom. Er zijn aanwijzingen dat CTS veroorzaakt wordt door een gebrek aan vitamine B6. B6 is niet alleen nodig voor zenuwregeneratie, het is ook een ontstekingsremmer.

 

Steeds meer artsen zijn op de hoogte van de gunstige effecten van B6 bij CTS, maar nog te weinig onder hen durven hoge doses voorschrijven omwille van de kans op neurologische complicaties. De actieve vorm van vitamine B6, pyridoxal-‘5-fosfaat, geeft geen zenuwschade en is bovendien veel effectiever dan de gangbare vorm, pyridoxine HCl (die wel zenuwschade geeft in hoge doses).

 

In de praktijk geeft 150 tot 250 mg B6 goede resultaten. Het verlicht niet alleen de pijn en de symptomen van carpaletunnelsyndroom, het kan ook in heel veel gevallen een operatie voorkomen. Soms kunnen hogere doses nodig zijn.

 

Vitamine B6 werkt het best wanneer het samen met andere B-vitaminen genomen wordt. Voor de regeneratie van zenuwen zijn ook foliumzuur, B12 en de andere B-vitaminen nodig. Vitamine B1 (thiamine) en B12 versterken de pijnstillende werking van B6. B12 is nodig voor het behoud van myeline, het beschermende omhulsel rond zenuwcellen. Er is zelfs een geval bekend waarin suppletie met vitamine B2 (riboflavine) gedurende vijf maanden CTS bijna volledig deed verdwijnen.

 

Voedingsbronnen van vitamine B6:
Kip, vis, tonijn, zalm, eieren, linzen, zonnebloempitten, havermout, sojabonen, banaan, noten, bruine rijst, koolsoorten (savooi, bloemkool), paprika, spinazie, mais, alfalfa, avocado.

 

Nutriënten met een gunstig effect bij carpaletunnelsyndroom:
B-vitaminen (vooral B6), omega-3 vetzuren, alfa-liponzuur, gamma-linoleenzuur (GLA), curcumine, gember.


Literatuur:

Bland JD. Carpal tunnel syndrome. Curr Opin Neurol . 2005 Oct;18(5):581–5.

Folkers K, Wolaniuk A, et al. Enzymology of the response of the carpal tunnel syndrome to riboflavin and to combined riboflavin and pyridoxine. Proc Natl Acad Sci U S A . 1984 Nov;81(22):7076–8.

Talebi M, Andalib S, Bakhti S, et al. Effect of vitamin b6 on clinical symptoms and electrodiagnostic results of patients with carpal tunnel syndrome. Adv Pharm Bull. 2013;3(2):283-8.

Pajardi G, Bortot P, Ponti V, et al. Clinical usefulness of oral supplementation with alpha-lipoic Acid, curcumin phytosome, and B-group vitamins in patients with carpal tunnel syndrome undergoing surgical treatment. Evid Based Complement Alternat Med. 2014;2014:891310

 

Bron: PlaceboNocebo

 

 Printversie Vitamine B6 voor de behandeling van carpaletunnelsyndroom

off

Diabetes type 2 en vitamine D-tekort

donderdag, juni 11, 2015 @ 11:06 AM

Concentratie vitamine D in het bloedEen vitamine D-tekort bij niet-westerse Nederlanders speelt mogelijk een rol bij de ontwikkeling van diabetes type 2. Wanneer onvoldoende vitamine D beschikbaar is, hindert dit de functie van de insuline producerende bèta-cellen. Tevens worden de lichaamscellen minder gevoelig voor insuline. Dit kan resulteren in insulineresistentie, metabool syndroom en uiteindelijk diabetes type 2. In Nederland is de prevalentie van een ernstig vitamine d-tekort onder niet-Westerse bewoners ongeveer 50%. Dit bleek ook al uit eerder onderzoek [1]. Een onderzoek van het VU Medisch Centrum in Amsterdam toont aan dat het gebruik van vitamine D supplementen nuttig kan zijn voor deze groep mensen.

 

Een verklaring hiervoor is de hogere concentratie pigment in de huid, waardoor UV-straling wordt gefilterd. Deze UV straling is nodig voor de aanmaak van vitamine D. Daarnaast is de prevalentie van obesitas en diabetes type 2 hoger onder mensen van Turkse en Marokkaanse afkomst in vergelijking met de autochtone bevolking [2][3]. In een recent onderzoek van het VU Medisch Centrum in Amsterdam is daarom gekeken naar het effect van vitamine D-suppletie op de insulinegevoeligheid en bèta-cel functie bij niet-Westerse immigranten in Nederland [4]. Dit gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde onderzoek werd uitgevoerd onder personen die risico liepen op diabetes type 2 [4]. De deelnemers hadden een leeftijd van tussen de 20 en 65 jaar, een BMI van >27 en verhoogde bloedglucosespiegels. Daarnaast zijn zij onderzocht op vitamine D deficiëntie (serum 25(OH)D concentratie van <50 nmol/L).

 

Een deel van de proefpersonen – de interventiegroep – kreeg 1200 IU vitamine D per dag. De controlegroep kreeg een placebo. Daarnaast kregen de deelnemers in beide groepen dagelijks 500 mg calcium. De onderzoeksperiode was 4 maanden. In totaal deden 130 personen mee aan het onderzoek, waarvan 53 in de vitamine D groep en 57 in de placebogroep het onderzoek afmaakten [4].

 

Onderzoek
Er was sprake van een significant verschil tussen de vitamine D- spiegels in de interventie en controlegroep [4]. In beide groepen werd geen significant effect gevonden op de insulinegevoeligheid en de functie van de bèta-cellen. Echter in een post hoc analyse, waarbij personen die al diabetes hadden aan het begin van het onderzoek werden uitgesloten, werd een significante verbetering van de insulinogene index gevonden (P=0,040) [4]. Dit is de ratio van de toename insulineconcentratie/ toename glucosespiegel. Bij personen met prediabetes kan vitamine D suppletie een maatregel zijn om de verdere ontwikkeling van diabetes type 2 te voorkomen. Een hogere dosering vitamine D over een langere periode kan mogelijk meer positieve effecten voortbrengen bij personen met prediabetes, die nog geen diabetes type 2 hebben ontwikkeld [4].

 

Literatuur:
1. Van der Meer IM, Boeke AJ, Lips P, Grootjans-Geerts I, Wuister JD, Deville WL, Wielders JP, Bouter LM, Middelkoop BJ. Fatty fish and supplements are the greatest modifiable contributors to the serum 25-hydroxyvitamin D concentration in a multiethnic population. Clin Endocrinol (Oxf) 2008;68:466–72.

2. Dijkshoorn H, Uitenbroek DG, Middelkoop BJ. Prevalence of diabetes mellitus and cardiovascular disease among immigrants from Turkey and Morocco and the indigenous Dutch population. Ned Tijdschr Geneeskd 2003; 147:1362–6 (Nederlandse tekst).

3. Cornelisse-Vermaat JR, van den Brink HM. Ethnic differences in lifestyle and overweight in the Netherlands. Obesity (Silver Spring) 2007;15:483–93.

4. Oosterwerff M, Eekhoff EMW, Schoor NM van, Boeke AJP, Nanayakkara P, Meijnen R, Knol DL, Kramer MHH and Lips P. Effect of moderate-dose vitamin D supplementation on insulin sensitivity in vitamin D–deficient non-Western immigrants in the Netherlands: a randomized placebo-controlled trial. Am J Clin Nutr, 2014;100:152–60.

 

Bron: Nieuwsbrief Springfield Nutraceuticals

 

 Printversie Diabetes type 2 en vitamine D-tekort

off
Q10 hartCo-enzym Q10 geeft het hart nieuwe energie
Q10 komen we steeds vaker tegen: in crèmes, in shampoos en uiteraard is er het voedingssupplement zelf. Ons lichaam maakt dit co-enzym aan, maar de productie loopt terug met het ouder worden of kan worden aangetast door ziekte. En dat terwijl Q10 een cruciale rol in de energiehuishouding van cellen speelt – ook die van het hart. Met dat in het achterhoofd is een internationale groep cardiologen een nieuwe behandel-strategie voor patiënten met chronisch hartfalen gaan onderzoeken (1). En wat blijkt? Als de standaard behandeling wordt aangevuld met Q10, verbeteren de ziektesymptomen aanzienlijk. De combinatiemethode zou zelfs de overlevingskans van hartpatiënten kunnen vergroten; het sterftecijfer daalde bij de Q10 groep met maar liefst 43%. Het hartonderzoek kan zodoende de basis hebben gelegd voor een verbeterde behandeling van chronisch hartfalen.

 

Q10 leidt tot verbetering
Alle cellen in ons lichaam produceren energie en om dat te doen hebben ze Q10 nodig. Met name de hartspier is afhankelijk van dit co-enzym om optimaal te kunnen functioneren. Uit onderzoek (2) blijkt dat de Q10-levels in het hartweefsel van patiënten met chronisch hartfalen aanzienlijk lager zijn. Dat bracht de Deense cardioloog Mortensen op het idee de conventionele behandeling van hartaandoeningen aan te vullen met een dosis van het co-enzym Q10. En wat blijkt? Deze combinatiebehandeling leidde bij langdurig gebruik tot een vermindering van ernstige cardiovasculaire voorvallen – zoals een beroerte of hartinfarct – en een algehele vermindering van de ziektesymptomen. Verder liet het onderzoek een significante afname van sterfgevallen en ziekenhuisopname zien en verbeterde hartfunctie (3) van de patiënten significant.

 

Essentiele energie
Voor de cellen van onze hartspier is energie essentieel. Het is om die reden dat dit spierweefsel hogere concentraties Q10 bevat dan cellen in andere weefsels. Het lichaam kan co-enzym Q10 zelf aanmaken, maar deze productie wordt aanzienlijk minder naarmate we ouder worden, door medicijn gebruik, zoals cholesterolremmers en het kan ook door ziekte worden aangetast. Wie last heeft van hartfalen, heeft aanzienlijk lagere Q10-levels in de hartcellen. De concentratie van het co-enzym Q10 is teruggelopen, met een energietekort in de hartspier tot gevolg. Het hart kan daardoor niet met de gebruikelijke kracht samentrekken en dat leidt tot ademtekort en pijn op de borst. Door een supplement met Q10, zo blijkt uit het onderzoek, wordt de energieproductie van deze cellen gestimuleerd en krijgt het hart zijn kracht voor een belangrijk deel terug.

 

Enerverend en veelbelovend
Cardioloog Svend Aage Mortensen van het Hartcentrum van de Universiteit van Kopenhagen leidde het internationale Q-symbio-onderzoek: “De resultaten zijn zowel enerverend als veelbelovend! De huidige medische behandeling van hartfalen is vooral gericht op het afremmen van factoren die door de aandoening worden geactiveerd en het hart belasten. Het blokkeren van verhoogde adrenalineniveaus is daar een voorbeeld van. De onderzochte therapie focust zich daarentegen op het ondersteunen van de biologische processen die invloed hebben op de energiestofwisseling in de cel. Q10, een volledig natuurlijke en lichaamseigen stof, vult dit tekort aan. In theorie helpt het zo de vicieuze cirkel te doorbreken die optreedt bij chronische hartaandoeningen – en in de praktijk blijkt het te werken!”

 

Over het onderzoek
Aan het Q-symbio-onderzoek namen 420 patiënten met chronisch hartfalen deel. Iedere patiënt onderging een behandeling van twee jaar, waarbij de ene helft dagelijks drie maal 100mg capsules met co-enzym Q10 toegediend kreeg, terwijl de andere helft dezelfde hoeveelheid identieke capsules kreeg die een inactieve placebo bevatten. De patiënten in beide groepen slikten daarnaast hun voorgeschreven medicatie tegen hartfalen. Na twee jaar waren er 43% minder hartaandoening-gerelateerde gevallen van overlijden in de Q10-groep in vergelijking met de placebogroep. Daarnaast waren er 47% minder hart-gerelateerde complicaties – zoals ziekenhuisopname door het verslechteren van de aandoening – binnen de Q10-groep in vergelijking met de placebogroep.

 

Literatuur:

1. Journal of the American College of Cardiology, HEART FAILURE, online Oktober 2014
2. Molyneux, S. L., Florkowski, C. M., George, P. M., Pilbrow, A. P., Frampton, C. M., et al. (2008) Coenzyme Q10: an independent predictor of mortality in chronic heart failure. J. Am. Coll. Cardiol. 52, 1435–1441.
3. Het onderzoek toonde een verbetering van het functioneren van het hart volgens de classificatie van de New York Heart Association, de zogenaamde NYHA-classificatie

 

off

AtheroscleroseStatines (simvastatine, rosuvastatine e.a.) behoren wereldwijd tot de top tien van meest voorgeschreven medicijnen. Als cholesterolverlagers worden statines toegepast ter preventie van hart- en vaatziekten bij patiënten met een hoog risico op een cardiovasculaire aandoening, zoals een hartinfarct. In het algemeen wordt aangenomen dat cholesterolverlaging met statines de ontwikkeling van atherosclerose tegen gaat. Nieuw onderzoek laat echter zien dat chronisch gebruik van statines juist atherosclerose kan veroorzaken of verergeren. Nieuw is dat dit in verband wordt gebracht met een negatieve invloed op vitamine K2 in ons lichaam.

 

Een grootschalige, internationale studie heeft in 2012 al een sterk verband gevonden tussen het gebruik van statines en plaquevorming met kalkafzetting in de coronaire vaten [1]. Bij deze studie waren 6673 patiënten betrokken, waarvan er 2413 een statine gebruikte. Statine-gebruikers bleken anderhalf keer vaker en uitgebreider atherosclerotische plaques te hebben dan patiënten zonder statines. In verder onderzoek moet nog vastgesteld worden of de observatie van meer plaquevorming bij statinegebruik een causaal verband heeft. Een Japanse studie, die onlangs is gepubliceerd, maakt dit wel aannemelijk [2].

 

De Japanse onderzoekers laten zien dat het atherosclerosebevorderende effect van statines in verband staat met een verstoring van het vitamine K2-metabolisme [2]. Statines remmen het HMG- CoA-reductase, een belangrijk enzym in de route, die onder andere leidt tot cholesterolsynthese. Deze route wordt de mevalonaat-route genoemd. Al heel lang is bekend dat remming van deze route tegelijkertijd ook de lichaamseigen synthese van co-enzym Q10 remt. Dit is een medeoorzaak van een van de bekende bijwerkingen van statines, namelijk gebrek aan energie en spierpijn. Gebrek aan co-enzym Q10 heeft echter tevens een ongunstig effect op het functioneren van het hart en de kransslagaders, vooral bij patiënten met (pre)diabetes.

 

De mevalonaat-route is ook de route waarlangs vitamine K1 uit de voeding, in lichaamsweefsels wordt omgezet in vitamine K2 (MK- 4). Al enige tijd wordt hierop gezinspeeld, maar nu pas wordt dit prominent naar voren gebracht in de nieuwe Japanse publicatie. De meer vetoplosbare statines (simvastatine, atorvastatine) remmen sterker de synthese van co-enzym Q10 en vitamine K2 dan de overige statines [3].

 

Een gebrek aan vitamine K2 staat in verband met een hoger risico op hart- en vaatziekten. Vitamine K2 speelt via verschillende mechanismen een rol bij de preventie van vaatwandverkalking. Vitamine K2 is in de vaatwand onder meer nodig om het eiwit matrix-Gla-proteïne (MGP) te activeren. MGP is een van de sterkste factoren die verharding of verstijving van de vaatwand door kalkafzetting tegen gaat. Met name vitamine K2 in de vorm van MK-7 beschermt bloedvaten tegen verkalking en atherosclerose. Daarnaast remt vitamine K2 ontstekingsreacties aan de vaatwand, wat eveneens beschermend werkt tegen de ontwikkeling en progressie van atherosclerose [3].

 

Een Nederlandse studie bij postmenopauzale vrouwen heeft laten zien dat dagelijkse voedingssuppletie met 180 mcg vitamine K2 (MK-7) de conditie van de vaatwand beschermt, die bij het ouder worden meestal achteruitgaat [4]. Bij vrouwen die de placebo kregen, nam de vaatstijfheid toe over een periode van 3 jaar, terwijl deze stabiel bleef of zelfs afnam bij de vrouwen die vitamine K2 kregen.

 

In een grote, Zwitserse studie werd bevestigd dat bij hogere bloedspiegels van inactief MGP de vaatstijfheid toeneemt [5]. Vaatstijfheid is een voorspellende factor voor sterfte door hart- en vaatziekten [5].

 

Voedingssuppletie met vitamine K2 in de vorm van MK-7 zou mogelijk de negatieve gevolgen voor hart en bloedvaten van langdurig statinegebruik kunnen voorkomen. MK-4 lijkt daarvoor minder geschikt, omdat dit snel weer uit het lichaam verdwijnt.

 

Literatuur:
1. Nakazato R, Gransar H, Berman DS, et al. Statins use and coronary artery plaque composition: results from the International Multicenter CONFIRM Registry. Atherosclerosis. 2012 Nov;225(1):148-53.

2. Okuyama H, Langsjoen PH, Hamazaki T, et al. Statins stimulate atherosclerosis and heart failure: pharmacological mechanisms. Expert Rev Clin Pharmacol. 2015 Mar;8(2):189-99.

3. Jacobs MJ. Re: Higher potency statins and the risk of new diabetes: multicentre, observational study of administrative databases. BMJ 2014;348:g3244. http://www.bmj.com/content/348/bmj.g3244/rr/702087

4. Knapen MH, Braam LA, Drummen NE, et al. Menaquinone-7 supplementation improves arterial stiffness in healthy postmenopausal women. A double-blind randomised clinical trial. Thromb Haemost. 2015 Apr 29;113(5):1135-44.

5. Pivin E, Ponte B, Pruijm M, et al. Inactive Matrix Gla-Protein Is Associated With Arterial Stiffness in an Adult Population-Based Study. Hypertension. 2015 May 18.

 

Bron: Nieuwsbrief Springfield Nutraceuticals

 

 Printversie Statines kunnen atherosclerose bevorderen

off