Archive for maart, 2018

Vijf subtypen diabetes vastgesteld

dinsdag, maart 27, 2018 @ 06:03 PM

DiabetesDiabetes blijkt niet twee maar vijf van elkaar te onderscheiden vormen te kennen, zo is de conclusie van een studie uit de Lancet. Met deze informatie kunnen zorgprofessionals hun behandeling beter afstemmen op het individu, zo melden Zweedse en Finse onderzoekers op basis van hun analyse van volwassenen waarbij diabetes op volwassen leeftijd werd vastgesteld (Ahlqvist et al., 2018).

 

De vijf subtypen hadden verschillende kenmerken en verschilden bovendien in hun risico op complicaties door diabetes. Naast het subtype waarbij er sprake is van insulinetekort door auto-immuniteit (bekend als diabetes type 1), kan de klassieke diabetes type 2 in vier subtypen onderverdeeld kan worden. Diabetici in cluster 3, die het meest resistent waren voor insuline, hadden aanzienlijk meer risico op nierfalen dan diabetici in cluster 4 en 5. Dit terwijl ze allen dezelfde medicatie voorgeschreven kregen. Cluster 2 (insulinedeficiëntie) had de meeste kans op retinopathie. De nieuwe typologie werd onderschreven door gelijkenissen in genetisch profiel binnen elk cluster. De medische classificatie voor diabetes is gedurende de afgelopen twintig jaar niet gewijzigd en de diagnose wordt vooral vastgesteld op basis van verhoogde glucosewaarden in het bloed. De vaststelling van de vijf verschillende onderliggende verstoringen, maakt in de toekomst maatwerk in de behandeling mogelijk.

 

Referentie:
Ahlqvist, E., Storm, P., Käräjämäki, A., Martinell, M., Dorkhan, M., Carlsson, A., … Groop, L. (2018). Novel subgroups of adult-onset diabetes and their association with outcomes: a data-driven cluster analysis of six variables. The Lancet Diabetes & Endocrinology.

 

Bron: https://www.orthofyto.com/nieuws/vijf-subtypen-diabetes-vastgesteld/

off

Artisjok effectief bij leververvetting

dinsdag, maart 27, 2018 @ 06:03 PM

artisjokNiet-alcoholische leververvetting is de meest voorkomende chronische leverziekte ter wereld. Vanuit de traditionele kruidengeneeskunde is artisjok een welbekende beschermer van de leverfunctie.

 

In een gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde studie naar de werking van artisjokextract bij leververvetting, werden 100 deelnemers verdeeld in twee groepen. Een groep ontving gedurende twee maanden 600 mg artisjokextract per dag, terwijl de andere groep in diezelfde tijd een placebo kreeg. De leverfunctie werd vastgesteld door bepaling van de ASAT/ALAT-ratio en de APRI-score (AST to platelet ratio), en de levergrootte werd bijgehouden met behulp van echografische beelden.

 

Na twee maanden was de bloedtoevoer van de poortader naar de lever significant verbeterd in de artisjokgroep. Ook was er sprake van minder stuwing in de poortader, hetgeen een indicatie is dat de doorbloeding in de lever verbeterde. De lever was aanzienlijk minder groot door gebruik van artisjok. En zowel de ASAT/ALAT-ratio als de APRI-waarden waren in gunstige zin veranderd.

 

Artisjok zorgde er ook voor dat het cholesterolgehalte sterk verbeterde (totaal cholesterol, HDL-cholesterol, LDL-cholesterol en triglycerideconcentraties) (Panahi et al., 2018). De studie wijst uit dat regelmatige consumptie van artisjokken, of gebruik van een gestandaardiseerd artisjokextract bij niet-alcoholische leververvetting een effectieve behandeloptie is.

 

Referentie:
Panahi, Y., Kianpour, P., Mohtashami, R., Atkin, S. L., Butler, A. E., Jafari, R., … Sahebkar, A. (2018). Efficacy of artichoke leaf extract in non-alcoholic fatty liver disease: A pilot double-blind randomized controlled trial. Phytotherapy Research.

 

Bron: https://www.orthofyto.com/nieuws/artisjok-effectief-leververvetting/

off

ProbioticaEr komt steeds meer duidelijkheid over de invloed van het microbioom op de hersenen en het zenuwstelsel. Zo lijken het microbioom, o.a. via de productie van korteketenvetzuren en neurotransmitters, een belangrijke rol te spelen in de communicatie met de hersenen. Probiotica kunnen via dit mechanisme mogelijk een positief effect hebben op de stemming en psychologische symptomen zoals depressie, angstige gevoelens en gevoelens van stress. Er zijn meerdere klinische studies uitgevoerd naar dit onderwerp. Om het overall effect te kunnen beschrijven is er een systematische review en meta-analyse uitgevoerd naar het effect van probiotica op psychologische symptomen (1).

 

In deze meta-analyse zijn gerandomiseerde en placebo-gecontroleerde onderzoeken binnen dit thema meegenomen die gepubliceerd zijn tot juli 2016. De uitkomstmaten hadden betrekking op symptomen van depressie, angsten en ervaren stress bij gezonde mensen.In totaal bevatte de meta-analyse zeven studies van hoge methodologische kwaliteit. De resultaten van deze meta-analyse laten zien dat psychologische symptomen significant waren verminderd in mensen gesuppleerd met probiotica ten opzichte van placebo.

 

Een andere meta-analyse, gepubliceerd in 2018, wijst uit dat probiotica de stemming significant verbeteren bij mensen met een depressie, maar dat dit effect niet gezien wordt bij gezonde individuen (2). Doordat bacteriële variabiliteit een belangrijke rol speelt, benadrukken de auteurs van deze publicatie het belang en de hogere effectiviteit van probiotica met meerder bacteriestammen ten opzichte van probiotica met slechts één stam. De probiotica blijken onder de in totaal 1349 patiënten bovendien goed verdragen te worden zonder bijwerkingen.

 

Referenties:

  1. McKean J et al Probiotics and Subclinical Psychological Symptoms in Healthy Participants: A Systematic Review and Meta-Analysis. J Altern Complement Med.2017 Apr;23(4):249-258.
  2. NG C.Q. et al. 2018 .A meta-analysis of the use of probiotics to alleviate depressive symptoms. J Affect Disord. 1;228:13-19.

 

Bron: http://www.educatie-atrium-innovations.nl/2018/03/13/probiotica-helpen-stress-depressie-en-angsten-verminderen/

off

Vitamine D helpt bloedvaten herstellen

dinsdag, maart 20, 2018 @ 05:03 PM
BloedvatenDe laatste jaren is duidelijk geworden dat vitamine D onder meer een rol speelt bij onze weerstand, stemming, celdeling en pijnbeheersing. Uit recent onderzoek is weer een nieuwe functie aan het licht gekomen: herstel van bloedvaten.

 

Wetenschappers van de universiteit van Ohio hebben voor het eerst met behulp van nanotechniek de invloed van vitamine D op de endotheelcellen van het hart- en bloedvatenstelsel onderzocht [1]. Endotheelcellen bedekken de wand van onze hart- en bloedvaten. Hun belangrijkste vondst: vitamine D kan de schade aan bloedvaten herstellen die is veroorzaakt door hoge bloeddruk, diabetes en atherosclerose.

 

Verder ontdekten de wetenschappers dat vitamine D een sterke stimulator van stikstof is, een belangrijk molecuul om stolsels in de bloedbaan te voorkomen. Bovendien bleek dat vitamine D de oxidatieve stress in het cardiovasculaire systeem vermindert en het risico op hartaanvallen reduceert.

 

Toename risico cardiovasculaire aandoeningen

Uit eerder onderzoek [2] was al duidelijk geworden dat een tekort aan vitamine D geassocieerd is met een toename van het risico op hoge bloeddruk en cardiovasculaire aandoeningen. Dit gegeven was voor de onderzoekers aanleiding om met nanotechniek te bekijken waarom vitamine D gunstig zou kunnen zijn voor onze hart- en bloedvaten.

 

Volgens de onderzoekers zijn er tot nu toe – naast nu vitamine D – weinig tot geen mechanismen bekend die endotheelcellen van bloedvaten kunnen herstellen. Ze noemen vitamine D dan ook een heel betaalbare oplossing, omdat geen nieuwe dure medicijnen hoeven te worden ontwikkeld.

Vitamine D2 of D3?


Vitamine D bestaat in verschillende vormen: D1 t/m D5. Hiervan worden alleen vitamine D2 en D3 gesuppleerd. D3 heeft de voorkeur omdat deze vorm verreweg de sterkste bindingscapaciteit op celreceptoren heeft en hierdoor veel effectiever is dan D2 [3].

 

Conclusie

Vitamine D zorgt voor veel meer dan gezonde botten en tanden. Zo laat recent onderzoek met nanotechniek zien dat vitamine D een belangrijke rol speelt in het herstel van de endotheelcellen van door aandoeningen aangetaste hart- en bloedvaten. Helaas is de vitamine D-bloedwaarde bij stadsbewoners gemiddeld genomen veel te laag. Suppletie is om die reden – zeker in de winter – sterk aan te bevelen.

 

Bronnen

  1. Khan A, Dawoud H, Malinski T, Nanomedical studies of the restoration of nitric oxide/peroxynitrite balance in dysfunctional endothelium by 1,25-dihydroxy vitamin D3 – clinical implications for cardiovascular diseases, International Journal of Nanomedicine, 19 January 2018, Volume 2018:13, pp. 455-66.
  2. Wang TJ, Pencina MJ, Booth SL, et al. Vitamin D deficiency and risk of cardiovascular disease. Circulation. 2008;117(4):503-11. GRATIS: http://circ.ahajournals.org/cgi/content/full/117/4/503
  3. Armas LA, Hollis BW, Heaney RP. Vitamin D2 is much less effective than vitamin D3 in humans. J Clin Endocrinol Metab. 2004;89(11):5387-91. GRATIS: http://jcem.endojournals.org/cgi/content/full/89/11/5387

 

Bron: Naturafoundation

off

Angststoornissen verminderen met GABA

dinsdag, maart 20, 2018 @ 05:03 PM
GABAEen angststoornis brengen we niet zo snel in verband met wat we eten. Toch kunnen voeding en suppletie een grote rol spelen bij het verminderen of zelfs voorkomen van angsten. Vooral het aminozuur GABA blijkt belangrijk te zijn.

 

Gamma-aminoboterzuur (GABA) is een neurotransmitter in ons centrale zenuwstelsel (CZS) en komt in grote delen van onze hersenen voor. Neurotransmitters zijn boodschapperstoffen die de communicatie tussen verschillende zenuwcellen (neuronen) mogelijk maken. Om ons goed te voelen is het belangrijk dat er een evenwicht is tussen stimulerende en remmende neurotransmitters.

 

Angststoornissen en GABA

GABA is de belangrijkste remmende neurotransmitter en waarborgt de natuurlijke balans door overactieve stimulerende neurotransmitters – met name glutamaat – in toom te houden. Dit vermindert de prikkelgevoeligheid van het CZS en voorkomt neurologische en psychiatrische aandoeningen, zoals angststoornissen.

 

We spreken van een angststoornis wanneer iemand angst ervaart die niet in verhouding tot de omstandigheden staat. Uit onderzoek blijkt dat een tekort aan GABA de kans op het ontwikkelen van een angststoornis aanzienlijk groter maakt, terwijl een optimale concentratie van dit stofje juist angstwerend werkt.

 

GABA op peil brengen

Om angststoornissen te verminderen kan de hoeveelheid GABA met medicatie op het gewenste peil worden gebracht. Het nadeel van veel geneesmiddelen, waaronder benzodiazepinen, is echter dat ze ongewenste bijwerkingen hebben, zoals concentratieverlies en sufheid.

 

Een andere mogelijkheid is om GABA als voedingssupplement in te nemen. Dit leidt vaak eveneens tot positieve resultaten, zónder de ongewenste bijwerkingen. Een kanttekening hierbij is dat nog niet duidelijk is hoe de positieve invloed van suppletie tot stand komt. Er zijn namelijk (nog) geen aanwijzingen dat GABA in de hersenen aankomt, ofwel de bloed-hersenbarrière passeert. Hiernaar wordt volop onderzoek gedaan.

 

Voedingsbronnen

Ook voeding moeten we natuurlijk niet vergeten als natuurlijke leverancier van de bouwstoffen voor GABA. We maken GABA aan uit het aminozuur glutaminezuur met behulp van een cofactor: vitamine B6 (pyridoxaal-5-fosfaat). Deze bouwstoffen zitten in een gezond, gevarieerd voedingspatroon met groene (blad-)groenten, tomaten, tuinbonen, sojabonen, uien, scharreleieren, verse noten en zaden.

 

De neurotransmitter GABA helpt om angststoornissen te verminderen of zelfs te voorkomen. Indien de GABA-concentratie in de hersenen te laag is, heeft een supplement – wegens de afwezigheid van bijwerkingen – de voorkeur. Verder draagt een gezond, gevarieerd voedingspatroon bij aan voldoende GABA in de hersenen.

 

Bronnen

  1. Abdou AM, Higashiguchi S, Horie K, Kim M, Hatta H, Yokogoshi H. Relaxation and immunity enhancement effects of gamma- aminobutyric acid (GABA) administration in humans. Biofactors 2006;26(3):201-8
  2. Alternative Medicine Review Volume 12, Number 3 September 2007
  3. Benassi E, Besio G, Cupello A, Mainardi P, Patrone A, Rapallino MV, Vignolo L, Loeb CW. Evaluation of the mechanisms by 
which gamma-amino-butyric acid in association with phosphatidylserine exerts an antiepileptic effect in the rat. Neurochem Res 
1992 Dec;17(12):1229-33
  4. Cavagnini F, Pinto M, Dubini A, Invitti C, Cappelletti G, Polli EE. Effects of gamma aminobutyric acid (GABA) and muscimol on 
endocrine pancreatic function in man. Metabolism. 1982 Jan;31(1):73-7
  5. Cocito L, Bianchetti A, Bossi L, Giberti L, Loeb C. GABA and phosphatidylserine in human photosensitivity : a pilot study. 
Epilepsy Res. 1994 Jan;17(1):49-53
  6. GABA. http://examine.com/supplements/GABA
  7. Jia F, Yue M, Chandra D, Keramidas A, Goldstein PA, Homanics GE, Harrison NL. Taurine is a potent activator of extrasynaptic 
GABA(A) receptors in the thalamus. J Neurosci 2008 Jan 2;28(1):106-15
  8. Kalueff A, Nutt DJ. Theoretical/Review Article: Role of GABA in memory and anxiety Depression and Anxiety 4:100-110 
(1996/1997)
  9. Levy LM, Degnan AJ. GABA-Based Evaluation of Neurologic Conditions: MR Spectroscopy. AJNR AM J Neuroradiol 2013 
Feb;34:259-65
  10. Natural Standard. Gamma-aminobutyric (GABA). 2013
  11. Powers ME, Yarrow JF, McCoy SC, Borst SE. Growth hormone isoform responses to GABA ingestion at rest and after exercise. 
Med Sci Sports Exerc. 2008 Jan;40(1):104-10
  12. Song NY, Shi HB, Li CY, Yin SK. Interaction between taurine and GABA(A)/glycine receptors in neurons of the rat anteroventral 
cochlear nucleus. Brain Res. 2012 Sep 7;1472:1-10
  13. Takeshima K, Yamatsu A, Yamashita Y, Watabe K, Horie N, Masuda K, Kim M. Subchronic toxicity evaluation of y-aminobutyric 
acid (GABA) in rats. Food Chem Toxicol. 2014 feb;12;68C:128-134
  14. The Role of GABA in the pathogenesis and treatment of anxiety and other neuropsychiatric disorders http://www.vcu-cme.org 
/gaba/overview.html
  15. Uetake K, Okumoto A, Tani N, Goto A, Tanaka T. Calming effect of orally administered y-aminobutyric acid in Shih Tzu dogs. 
Anim Sci J 2012 Dec;83;(12):796-8
  16. Xie WY et al. Effect of y-aminobutyric acid on growth performance and immune function in chicks under beak trimming stress; Anim Sci J 2013;84(2):121-129

 

Bron: Naturafoundation

off

Vitamine D ondersteunt bij afvallen

maandag, maart 19, 2018 @ 12:03 PM

AfvallenPersonen met overgewicht en een vitamine D-tekort kunnen baat hebben bij suppletie met de vitamine om zodoende gewichtsverlies te stimuleren. De eerste resultaten van de studie werden gepresenteerd tijdens het European Congress on Obesity.

 

Voor de studie werden 400 personen geselecteerd met overgewicht en een vitamine D-tekort. Ze werden willekeurig in drie groepen verdeeld en volgden allen een caloriebeperkt dieet. De personen in de eerste groep kregen geen supplement. Personen in de tweede en derde groep kregen maandelijks respectievelijk 25.000 IE of 100.000 IE vitamine D.

 

Na zes maanden hadden de deelnemers die vitamine D gesuppleerd kregen meer gewicht verloren in vergelijking met de andere deelnemers. Ook nam hun tailleomvang meer af.

 

De wetenschappers pleiten voor het testen van de vitamine D-spiegel bij obese personen, maar vermoeden dat het effect van suppletie ter ondersteuning bij afvallen beperkt blijft tot personen met een tekort aan de vitamine.

 

Referentie:
22ste European Congress on Obesity, Praag, Tsjechische Republiek, mei 2015

 

Bron: https://bibliotheek.ortho.nl/9692/vitamine-d-ondersteunt-bij-afvallen/

off

CholineDe behoefte aan choline is tijdens de zwangerschap bijzonder hoog, met name voor de ontwikkeling van de hersenen van het kind. In dierstudies is dit uitgebreid onderzocht. Bij mensen zijn er echter nog nauwelijks studies naar gedaan. Daarom onderzochten Amerikaanse onderzoekers de invloed van choline-inname tijdens de zwangerschap.

 

Choline is een essentiële voedingsstof die wel tot de vitamine B-groep wordt gerekend. Vele studies bij proefdieren hebben laten zien dat suppletie van choline tijdens de zwangerschap een levenslang gunstig effect heeft op cognitieve vermogens van de nakomelingen. De resultaten van de twee studies die bij mensen waren uitgevoerd zijn niet eensluidend. Onderzoekers van de Cornell University, Ithaca (New York) voerden daarom een nieuw onderzoek uit om het belang van choline-inname tijdens de zwangerschap voor het cognitief functioneren van het kind te kunnen bevestigen [1].

 

GECONTROLEERDE INNAME VOEDINGSSTOFFEN EN CHOLINE

Het onderzoek werd zodanig opgezet dat de samenstelling van de maaltijden en het nuttigen daarvan, evenals de inname van het cholinesupplement, onder toezicht stond van het onderzoeksteam. Aan het onderzoek namen 26 zwangere vrouwen van rond de 28 jaar deel. Zij werden verdeeld in twee groepen en kregen gedurende het gehele derde trimester van de zwangerschap, tot aan de bevalling, in totaal 480 mg of 930 mg choline per dag. Het derde trimester is een van de gevoelige periodes voor de cognitieve ontwikkeling van de foetus.

De hoeveelheid choline werd verkregen via speciaal samengestelde maaltijden die op de onderzoekslocatie verstrekt en genuttigd werden, aangevuld met een supplement bestaande uit cholinechloride (100 mg/d, resp. 550 mg/d). Verder kregen de vrouwen dagelijks een multivitamine, 200 mg DHA en drie-wekelijks een kalium/magnesiumsupplement, alles eveneens onder toezicht van de onderzoekers. Gemiddeld duurde de periode van gecontroleerde choline-inname 12 weken.

 

GUNSTIG EFFECT OP COGNITIE HOUDT LANG AAN

Na de geboorte werden de baby’s na 4, 7 en 13 maanden onderworpen aan testen, gevalideerd voor het meten van cognitieve functies bij jonge kinderen (infant information processing speed en visuospatial memory). De kinderen van de moeders die 930 mg choline per dag kregen lieten een duidelijk hogere informatieverwerkingssnelheid zien ten opzichte van de kinderen wiens moeders 480 mg choline kregen. Het gunstige effect van de hogere dosis choline bleef tenminste het gehele eerste levensjaar dat er gemeten is, even sterk. De uitslag van de testen die hier werden gebruikt zegt ook iets over het te verwachten IQ van het kind op latere leeftijd [1].

 

AANBEVELING VOOR CHOLINE-INNAME VOOR ZWANGERE VROUWEN MOGELIJK TE LAAG

De Europese aanbevelingen adviseren 400 mg choline als adequate inname (AI) voor vrouwen en 480 mg voor zwangere vrouwen en 520 mg voor vrouwen die borstvoeding geven [2]. Volgens Amerikaanse cijfers is de choline-inname bij velen, inclusief zwangere vrouwen, lager dan de Amerikaanse aanbevelingen. Resultaten van een studie naar de choline-inname bij Europeanen doet vermoeden dat de choline-inname ook bij de meeste Europeanen aan de lage kant is. In deze studie werd bij de meeste populatiegroepen een lagere gemiddelde choline-inname gevonden dan de aanbevelingen van het Amerikaanse Institute of Medicine (IOM) [3]. Definitieve conclusies hierover konden nog niet getrokken worden, omdat het cholinegehalte van veel voedingsmiddelen niet bekend is.

De studie van de Cornell University laat zien dat een choline-inname tijdens de zwangerschap, die aanzienlijk hoger ligt dan de aanbevelingen, gunstig is voor de cognitieve ontwikkeling van het kind [1]. Daarnaast vonden de onderzoekers ook enig gunstig effect bij een dosis van 480 mg, ten opzichte van de inname die doorgaans bij vrouwen gevonden wordt. De onderzoekers suggereren dat de aanbeveling voor de choline-inname tijdens de zwangerschap omhoog zou moeten [1].

 

Referenties:
1. Caudill MA, Strupp BJ, Muscalu L, et al. Maternal choline supplementation during the third trimester of pregnancy improves infant information proces- sing speed: a randomized, double-blind, controlled feeding study. FASEB J. 2018 Jan 5:fj201700692RR.

2. EFSA, European Food Safety Authority (2016). Dietary Reference Values for choline. The EFSA Journal 14: 4484, 1-70.

3. Vennemann FB, Ioannidou S, Valsta LM, et al. Dietary intake and food sources of choline in European populations. Br J Nutr. 2015 Dec 28;114(12):2046-55

 

Bron: http://www.springfieldnutra.com/studie/l/s/Hogere%20choline-inname%20tijdens%20zwangerschap.pdf

off

MigraineHet terugkerende patroon van ernstige aanvallen van hoofdpijn (migraine) vormt vaak een belemmering voor het dagelijks functioneren. Migraine wordt doorgaans behandeld met geneesmiddelen, die echter vaak vervelende bijwerkingen kunnen hebben. Braziliaanse neurologen gaven migrainepatiënten omega 3-vetzuren als toevoeging aan de behandeling, om te zien of dit de behandeling zou verbeteren.

 

DE BEHANDELING VAN MIGRAINE
Migraine is een van de meest voorkomende neurologische aandoeningen. In Nederland heeft ongeveer 15% van de volwassenen last van migraine [1]. Migraine is een aandoening van het zenuwstelsel. Ook de bloedvaten naar de hersenen toe spelen hierin een rol.

De behandeling richt zich in eerste instantie op het behandelen van de migraineaanval. Bij twee of meer aanvallen per maand kan een preventieve behandeling overwogen worden. Voor de behandeling van migraine zijn verschillende genees- middelen beschikbaar, zoals bètablokkers, triptanen en tricyclische antidepressiva (TCA’s) [1]. Deze hebben echter ook bijwerkingen, wat soms een limiet aan de behandeling kan stellen. Voorbeelden hiervan zijn een verlaagde bloeddruk, inspanningsintolerantie en sufheid. In het geval van de TCA’s kunnen in sommige gevallen ook afwijkingen van het hartritme ontstaan [2].

 

DE ONDERSTEUNENDE ROL VAN VETZUREN
De onverzadigde omega 3-vetzuren EPA en DHA kunnen mogelijk een rol spelen bij het verminderen van migraine. Deze vetzuren hebben invloed op de vrijzetting van serotonine in bloedplaatjes en de mate van bloedvatverwijding, processen betrokken in het mechanisme achter migraine. Ook hebben EPA en DHA ontstekingsremmende eigenschappen. Al eerder is aangetoond dat een lagere inname van omega 3-vetzuren geassocieerd is met een hogere frequentie van migraineaanvallen [3].

Om de invloed van EPA en DHA bij de preventie van migraine aan- vallen te onderzoeken, werd een gerandomiseerd, dubbelblind, placebogecontroleerd onderzoek uitgevoerd onder 60 patiën- ten die preventief werden behandeld met het TCA amitriptyline (10 mg/dag) [4].

Als toevoeging kregen zij dagelijks 800 mg EPA en 700 mg DHA gesuppleerd over twee doses, of een placebo. Voor de placebo werd zetmeel gebruikt en geen andere oliën, zoals olijfolie, omdat deze op zichzelf een effect kunnen hebben op migraine.

 

Het onderzoek duurde 60 dagen, waarin de mate van migraine werd bijgehouden in een “hoofdpijndagboek”. Voordat de deelnemers het omega 3-vetzuren supplement of de placebo kregen, waren geen significante verschillen in de incidentie van migraineaanvallen tussen de deelnemers [4].

 

Na de eerste twee maanden van het onderzoek werd een significant verschil gevonden in het hoofdpijnpatroon tussen de twee onderzoeksgroepen. De vermindering van migraine- aanvallen was groter in de groep die naast amitriptyline de omega 3-vetzuren gebruikte.

In de vetzuurgroep rapporteerde 66,7% van de deelnemers een afname van het aantal hoofdpijndagen van meer dan 80%. In de controlegroep rapporteerde 33,3% een dergelijke afname [4]. Dit valt binnen het gemiddelde placebo-effect van 33-50% dat doorgaans wordt gevonden in migraineonderzoeken.

Deze studie wijst op een daadwerkelijk toegevoegd effect van omega 3-vetzuren bij een profylactische behandeling van migraine [4].

 

AMITRIPTYLINE
De deelnemers aan dit onderzoek gebruikten reeds een lage dosis amitriptyline van 10 mg per dag. Amitriptyline is in Nederland niet officieel geregistreerd voor de profylaxe van migraine en wordt dus off label gebruikt. Volgens de Nederlandse behandelrichtlijnen is amitriptyline de behandeling van derde keuze. De gebruikelijke startdosering is in verband met bijwerkingen 10 mg/dag en de maximale dosering 100 mg/dag [1]. Het effect van amitriptyline blijkt uit onderzoek pas noemenswaardig bij hogere doses van 100 tot 150 mg. Echter treden bij een hogere dosis ook meer bijwerkingen op.

De aanzienlijke vermindering van migraineklachten na het toevoegen van omega 3-vetzuren aan een lage dosering amitriptyline betekent een klinisch relevante verbetering van de migrainebehandeling. De vetzuren EPA en DHA kunnen de intensiteit van migraine- aanvallen en het aantal dagen met hoofdpijn per maand significant verminderen [4]. Suppletie met omega 3-vetzuren is veilig en kan een degelijk verschil maken bij de behandeling en ter voorkoming van migraineaanvallen.

 

Referenties:
1. Dekker F, Van Duijn NP, Ongering JEP, et al. NHG-Standaard Hoofdpijn (Derde herziening). Huisarts Wet 2014;57(1):20-31.
2. Farmacotherapeutisch kompas: Amitriptyline. Beschikbaar via: https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren/preparaatteksten/a/amitripty – line
3. Sadeghi O, Maghsoudi Z, Khorvash F, et al. The relationship between different fatty acids intake and frequency of migraine attacks. Iran J Nurs Midwi- fery Res. 2015;20(3):334-9.
4. Soares AA, Louçana PMC, Nasi EP, et al. A double- blind, randomized, and placebo-controlled clinical trial with omega-3 polyunsaturated fatty acids(OPFA ɷ-3) for the prevention of migraine in chronic migraine patients using amitriptyline. Nutr Neurosci. 2018;21(3):219-223.

 

Bron: http://www.springfieldnutra.com/studie/n/s/Omega%203-vetzuren%20verbeteren%20de%20behandeling%20van%20migraine.pdf

off

SeleniumDe inname van selenium in Europa is vaak laag en de endogene productie van co-enzym Q10 neemt af met ouderdom. Lage selenium bloedspiegels zijn geassocieerd met een verhoogd risico (oplopend tot 56%) op sterfte door hart- en vaatziekten. Daarom werd er onderzoek gedaan naar het effect van suppletie met selenium en co-enzym Q10 op hart- en vaatziekten [1,2].

 

Selenium is een essentieel mineraal voor alle cellen in ons lichaam. Hierbij ondersteunt het verschillende enzymatische reacties om optimaal te kunnen functioneren. Selenium heeft een synergistische werking met co-enzym Q10. Beide zijn het belangrijke antioxidanten in ons lichaam en spelen ze een rol bij het in toom houden van ontstekingsreacties.

 

VERMINDERD RISICO VOOR CARDIOVASCULAIRE AANDOENINGEN
Zweeds onderzoek laat zien dat een interventie met selenium bij ouderen kan bijdragen aan een vermindering van hart- en vaatziekten.

In het onderzoek werden 443 gezonde ouderen gevolgd over een periode van 10 jaar, die gedurende 4 jaar gesuppleerd werden met een supplement van selenium en co-enzym Q10 [1].

De belangrijkste uitkomsten waren een significante vermindering van sterfte door cardiovasculaire aandoeningen – 49% risicoreductie ten opzichte van placebo – en een verbeterde hartfunctie.

 

De beschermende werking van suppletie met 200 mcg selenium per dag en 200 mg co-enzym Q10 per dag beperkte zich niet tot de interventieperiode, maar toonde blijvend resultaat tijdens de follow-up periode van tien jaar.

In de subgroep-analyse werd een onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen. Hieruit bleek dat de interventie positieve resultaten teweegbracht bij zowel mannen als vrouwen [1].

 

HOOG RISICO BIJ LAGE SELENIUMSTATUS

In een nadere analyse van de Zweedse studie werden de testpersonen in verschillende subgroepen verdeeld op basis van de hoeveelheid selenium in het bloed. Hieruit bleek dat suppletie met selenium en co-enzym Q10 het cardiovasculaire risico substantieel verminderde bij personen met een selenium bloedspiegel lager dan 85 mcg/l.

Het effect was het sterkst in de groep met de laagste selenium- concentraties (< 65 mcg/l), waarbij een halvering verkregen werd van het cardiovasculaire risico na suppletie met selenium en co-enzym Q10.

Dit toont aan dat er een duidelijk verband is tussen een verlaagde seleniumconcentratie en hart- en vaatziekten. Bij een seleniumconcentratie van meer dan 85 mcg/l was er geen effect waarneembaar van extra seleniumsuppletie.

 

De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid selenium is 60 mcg voor mannen en 50 mcg voor vrouwen. Echter, de seleniuminname in Europese landen ligt vaak lager. In Nederland heeft naar schatting circa 10% van de bevolking een tekort aan selenium [2]. Bovendien bleken de Zweedse deelnemers een lage gemiddelde seleniumconcentratie te hebben van 67 mcg/l, wat geassocieerd is met een verhoogd risico op sterfte door hart- en vaatziekten. Hieruit volgt dat het grootste gedeelte van ouderen gebaat zou zijn bij suppletie met selenium [3].

 

VERHOOGDE IGF-1 ALS POSITIEVE MARKER
Insulin-like growth factor-1 (IGF-1), dat in ons lichaam wordt aangemaakt, heeft verschillende positieve effecten. Naast een stimulans voor de celgroei en het metabolisme heeft het ook een ontstekingsremmende en anti-oxidatieve werking. Echter, de lichamelijke concentraties van IGF-1 dalen met de ouderdom. In een recente vervolgstudie van de Zweedse onderzoeksgroep werd aangetoond dat de combinatie van suppletie met selenium (200 mcg/d) en co-enzym Q10 (200 mcg/d) een toename gaf van de IGF-1 spiegels.

 

De gunstige effecten van selenium en co-enzym Q10 op het risico op hart- en vaatziekten zijn mogelijk deels toe te schrijven aan de verhoogde IGF-1-concentraties die na suppletie aangetoond zijn [4].

 

Referenties:

  1. Alehagen U, Aaseth J, Johansson P. Reduced Cardiovascular Mortality 10 Years after Supplementation with Selenium and Coenzyme Q10 for Four Years: Follow-Up Results of a Prospective Randomized Double-Blind Placebo-Controlled Trial in Elderly Citizens. PLoS One. 2015 Dec 1;10(12):e0141641.
  2. https://www.rivm.nl/Onderwerpen/V/Voedselconsumptiepeiling/Overzicht_voedselconsumptiepeilingen/VCP_Ouderen_70_jaar_en_ou- der_2010_2012
  3. Alehagen U, Alexander J, Aaseth J. Supplementation with Selenium and Coenzyme Q10 Reduces Cardiovascular Mortality in Elderly with Low Selenium Status. A Secondary Analysis of a Randomised Clinical Trial. PLoS One. 2016 Jul 1;11(7):e0157541.
  4. Alehagen U, Johansson P, Aaseth J, et al. Increase in insulin-like growth factor 1 (IGF-1) and insulin-like growth factor binding protein 1 after supple – mentation with selenium and coenzyme Q10. A prospective randomized double-blind placebo-controlled trial among elderly Swedish citizens. PLoS One. 2017 Jun 13;12(6):e0178614.

 

Bron: http://www.springfieldnutra.com/studie/s/s/Selenium%20en%20co-enzym%20Q10%20bij%20hart-%20en%20vaatziekten.pdf

off

Vitamine dSuppletie met vitamine D kan significant klachten van atopische dermatitis verminderen. Atopische dermatitis is een immuungemedieerde huidontsteking. Het komt tot uiting wanneer genetisch gevoelige personen worden blootgesteld aan bepaalde omgevingsfactoren zoals allergenen uit voeding, bijvoorbeeld eieren, soja en tarwe. Jeuk is het belangrijkste symptoom.

 

Voor de meta-analyse doorzochten de Chinese wetenschappers diverse medische databanken waaronder Medline, Embase, Web of Science en Cochrane Library. Er werd gezocht naar studies waarin het effect van vitamine D op atopische dermatitis was bestudeerd.

 

In totaal werden 266 studies gevonden, waarvan er negen voldeden aan de selectiecriteria. Uiteindelijk werden de resultaten van vier gerandomiseerde klinische studies opnieuw geanalyseerd. In de studies werd het effect van vitamine D-suppletie vergeleken met een placebo. Suppletie met vitamine D kon klachten van atopische dermatitis significant met de helft verminderen ten opzichte van een placebo.

 

Suppletie met vitamine D blijkt effectief bij atopische dermatitis. Aangezien het een meta-analyse betreft zijn er in de onderzochte studies verschillende doses vitamine D gebruikt. Vervolgstudies zijn nodig met een groter aantal proefpersonen en een langere suppletieduur om deze resultaten te bevestigen.

 

Referentie:
Kim G, Bae JH. Vitamin D and atopic dermatitis: A systematic review and meta-analysis. Nutrition 2016; 32(9):913-20

 

Bron: Ortho.nl

off