You are currently browsing the Blog : Sport en voedings supplementen advies door Wouter de Jong blog archives for april, 2019.

Archive for april, 2019

L-carnitine effectief bij inspanning

woensdag, april 17, 2019 @ 01:04 PM

L-CarnitineSuppletie met L-carnitine verbetert de inspanningscapaciteit door zijn spilfunctie in de vetzuuroxidatie en het energiemetabolisme.

 

Wetenschappers van Tufts University en van een supplementenfabrikant publiceerden een review over het effect van L-carnitine. Hiervoor doorzochten ze de medische databank Pubmed en selecteerden 32 relevante studies waarin het effect van carnitinesuppletie bij atleten, gezonde proefpersonen en ouderen was onderzocht.

 

De studies tonen dat L-carnitine een gunstig effect heeft op de sportprestatie. Het verhoogt de maximale zuurstofopnamecapaciteit en bevordert het herstel na inspanning. L-carnitine gaat de vorming van vrije radicalen tegen en vermindert cellulaire schade. Hierdoor wordt spierschade voorkomen. Bovendien gaat een toename van de L-carnitineconcentratie in het bloedserum en de spieren gepaard met een betere doorbloeding en zuurstoftoevoer doordat het een gunstige invloed heeft op de endotheelfunctie. Bij ouderen gaat de suppletie van L-carnitine gepaard met een betere spiermassa, een vermindering van het lichaamsgewicht en een afname van fysieke en mentale vermoeidheid. Dierstudies suggereren dat L-carnitine de leeftijdsgebonden afname van de spiermassa kan tegengaan.

 

L-carnitine wordt vooral gebruikt door sporters, er is echter toenemend bewijs voor gunstige effecten van de stof bij ouderen.

 

Referentie:
Fielding R, Riede L, [..], Bellamine A. l-Carnitine Supplementation in Recovery after Exercise. Nutrients 2018; 10(3)

 

Bron: Ortho.nl

off

gut-microbiotaKennis rondom het darmmicrobioom en de mentale gezondheid is groeiend. Op 17 en 18 januari werd in het Tropeninstituut in Amsterdam het congres Mind, Mood and Microbes georganiseerd. Wetenschappers presenteerden hoe zij zoeken naar de relatie tussen het microbioom en ziekten zoals autisme, alzheimer, depressie, epilepsie en hersenbloedingen. Veruit de meeste onderzoeken op dit gebied vinden nog plaats op muizen en ratten.

 
Toch haalde nog niet zolang geleden een grootschalige humane studie de krant; uit de studie bleek dat mensen die depressief zijn of die zich minder gelukkig voelen bepaalde bacteriesoorten in hun darmen missen.1

 

In een andere humane studie die eind vorige maand gepubliceerd werd, bekeken onderzoekers of een multi-species probioticum invloed heeft op stemming, persoonlijkheidskenmerken en kwaliteit van slaap.Voor dit onderzoek kregen 38 gezonde vrijwilligers ofwel placebo ofwel een probiotische mix met L. fermentumL. rhamnosusL. plantarumen B. longumgedurende zes weken. Stemming, persoonlijkheidskenmerken en kwaliteit van slaap werden vier keer vastgesteld; voor de start van de studie, bij drie- en zes weken en na drie weken wash-out.

 

De onderzoekers stelden een significante verbetering van de stemming vast in de verumgroep met een reductie van depressieve stemming, boosheid en moeheid en een verbetering van slaap. Er werden echter geen significante verschillen gevonden tussen de verum- en de controlegroep voor wat betreft stemming en kwaliteit van slaap. Deze bevindingen laten zien dat probiotica een positieve invloed kunnen hebben op stemming. Mogelijk bevordert toediening van probiotica het psychologische welzijn door aspecten van stemming en kwaliteit van slaap te verbeteren.

 

Referenties:

1. Valles-colomer, M., et al. The neuroactive potential of the human gut microbiota in quality of life and depression. Nature microbiology, 2019, 1.

2. Marotta A., et al. Effects of probiotics on cognitive reactivity, mood and sleep quality. Frontiers in Psychiatry, 2019, 10: 164. https://doi.org/10.3389/fpsyt.2019.00164

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/4268

off

BewegingHoe houden mensen hun lichaamsgewicht op peil nadat ze erin geslaagd zijn vele kilo’s kwijt te raken? Het antwoord moeten we volgens onderzoekers van de universiteit van Colorado zoeken bij lichaamsbeweging. Succesvolle ‘gewichtshandhavers’ eten niet minder dan mannen en vrouwen die altijd al een normaal gewicht hebben gehad, ze bewegen wel meer.

 
Een tijdelijke periode van diëten helpt om gewicht te verliezen, alleen komt daarna de uitdaging om dat normale gewicht te behouden. Vanuit calorisch standpunt is er een grote weerstand: iemand die obees is verbruikt bij elke stap meer energie, omdat hij meer lichaamsgewicht moet verzetten. Als dat overgewicht weg is, moet hij die leemte in calorisch verbruik zien in te vullen. Dat vergt een permanente gedragsverandering, hetzij door minder te gaan eten, hetzij door meer te gaan bewegen.

 

Volgens deze studie lijkt dat beweging het meeste succes te boeken. Onderzoekers deden deze waarneming door acht dagen lang de energiebalans bij 25 gewichtshandhavers, 27 mannen en vrouwen met normaal gewicht, en 28 obese mannen en vrouwen precies te meten. Deelnemers moesten gedurende zeven dagen ‘dubbel gelabeld water’ innemen en op basis van urinestalen kan daarmee de CO2-productie berekend worden. Als bijkomende test droeg iedereen ook een accelerometer (een stappenteller).

 

Ex-obese personen verbruikten 12 kcal/kg per dag, meer dan personen met een normaal gewicht (10 kcal/kg) en obese personen (7 kcal/kg). De stappenteller bevestigde dat resultaat, respectievelijk 12.100, 8900 en 6500 stappen per dag voor de drie groepen. Merk op dat iemand die obees is per stap meer calorieën verbruikt dan iemand met een normaal gewicht.

 

Referentie:
Ostendorf DM, Caldwell AE, Creasy SA, Pan Z et al. Physical activity energy expenditure and total daily energy expenditure in successful weight loss maintainers. Obesity (Silver Spring). 2019 Mar;27(3):496-504

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/4284

off

AutismeKinderen van wie de moeder voor hun geboorte is blootgesteld aan pesticiden lopen een verhoogde kans op autisme. Dat kan worden afgeleid uit onderzoek in de belangrijkste landbouwregio van de Amerikaanse staat Californië, Central Valley. De conclusies zijn gebaseerd op gegevens (1998-2010) van bijna 3000 personen met autisme, hun geboortegegevens en de geschatte blootstelling aan pesticiden.

 
De Autisme Spectrum Stoornis (ASS), een verzamelnaam voor verschillende vormen van autisme, kenmerkt zich door een afwijkende informatieverwerking in de hersenen. Afhankelijk van het soort autisme is er in meer of mindere mate sprake van beperkingen op het gebied van sociale interactie en communicatie en van stereotiepe interesses en gedragingen. Schattingen van het aantal kinderen met ASS in het welvarende deel van de wereld liggen tussen de 1,7% en 2,6%. Het is een aangeboren, maar wel beïnvloedbare stoornis waarvan de oorzaken niet duidelijk zijn. In contact komen met pesticiden is een van de omgevingsfactoren die onderdeel van de verklaring kunnen zijn.

 

In de studie werden de gevolgen nagegaan van een blootstelling aan elf veel gebruikte bestrijdingsmiddelen, ingezet ter bescherming van landbouwgewassen. Voor deze pesticiden was al eerder, in het laboratorium en in humane studies, een verband gelegd met mogelijke neurologisch schade. De data voor het onderzoek kwamen van 2.961 individuen met een diagnose autisme, van wie 445 met tevens een verstandelijke beperking. Zij werden vergeleken met 35.370 gezonde personen.

 

Prenatale blootstelling aan zeven onderzochte stoffen was geassocieerd met een hogere kans op ASS: glyfosaat, chloorpyrifos, diazinon, permethrin, malathion, avermectine en permethrin. Een zwakker verband was er met blootstelling in de eerste drie maanden vóór de zwangerschap, dat wil zeggen rond de conceptie. Bij de vier eerstgenoemde stoffen, alsmede bij methylbromide en myclobutanil, was de associatie sterker in geval van een bijkomende verstandsbeperking. Voor deze laatste categorie mensen gold ook dat bij sommige pesticiden het risico aanzienlijk toenam bij blootstelling in het eerste levensjaar.

 

Referentie:
von Ehrenstein OS, Ling C, Cui X, Cockburn M, Park AS, Yu F, Wu J, Ritz B. Prenatal and infant exposure to ambient pesticides and autism spectrum disorder in children: population based case-control study. BMJ. 2019 Mar 20;364:l962. https://www.bmj.com/content/364/bmj.l962

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/4288

off

KrillJe cholesterolhuishouding verslechtert. Nog even, en je moet aan de statines – en dat wil je liever niet. In dat geval is, volgens een al wat oudere humane studie die Canadese onderzoekers publiceerden in Alternative Medicine Review, suppletie met krillolie een interessante optie. In een onkinderachtige dosis doet dat spul wonderen met je HDL, LDL en triglyceriden.

 

Krillolie

 

Lees meer…

off

natuurLast van stress? Ga de natuur in. Hoe langer je verblijft in een natuurlijke en groene omgeving, hoe verder je cortisolspiegel zakt, schrijven psychologen van de University of Michigan in Frontiers in Psychology. En als je krap in je tijd zit, probeer dan minstens 20-30 minuten vrij te maken voor een verblijf in een park, de bossen of weilanden.

 

Studie

 

Lees meer…

off

DiabetesEr zijn al langer aanwijzingen dat statinegebruik invloed heeft op de suikerstofwisseling en het risico op diabetes type 2 verhoogt. Een recente studie, gepubliceerd in het British Journal of Clinical Pharmacology, heeft deze associatie nader onder de loep genomen.

 

Experimentele studies laten zien dat statines de functie van de bètacellen kunnen beïnvloeden en effect hebben op de insulinesensitiviteit van lichaamscellen. Wetenschappers vermoedden daardoor dat statines invloed hebben op de serumbloedglucose, insulineconcentratie in het bloed en insulineresistentie. Drie parameters die tevens kunnen dienen als vroege markers om diabetes type 2 op te sporen.

 

In de studie werden 9535 mensen ouder dan 45 jaar geïncludeerd. Bij aanvang van het statinegebruik had geen van hen diabetes. Gemiddeld genomen werden ze gedurende vier jaar gevolgd, waarbij de nuchtere glucose- en insulineconcentratie in het bloed werd bijgehouden en de mate van insulineresistentie werd bepaald.
Vergeleken met mensen die nooit statines gebruikten, was onder de statinegebruikers het risico om diabetes type 2 te ontwikkelen 38 procent hoger (hazard ratio = 1.38; 95% CI: 1.09-1.74). Hoe langer het statinegebruik, hoe groter het risico op diabetes. Daarnaast werd statinegebruik geassocieerd met een hogere nuchtere insulineconcentratie in het bloed en insulineresistentie, een risico dat groter was voor mensen met overgewicht of obesitas.

 

De wetenschappers onderstreepten het belang van voedings- en leefstijlinterventies voor mensen met overgewicht die statines gaan gebruiken, om het risico op de ontwikkeling van diabetes type 2 te verlagen.

 

De hele Engelstalige publicatie is hier te lezen.

 

Referentie:
Ahmadizar, F., OchoaRosales, C., Glisic, M., Franco, O. H., Muka, T., & Stricker, B. H. (2019). Associations of statin use with glycaemic traits and incident type 2 diabetes. British journal of clinical pharmacology.

 

Bron: https://www.orthofyto.com/nieuws/orthomoleculair/statines-verhogen-risico-op-diabetes-type-2/

off

SpirulinaVoor zo’n anderhalf miljoen Nederlanders is het straks weer feest. Als de lucht weer vol zit met pollen, is voor hen het hooikoortsseizoen begonnen. Voor veel van hen is al dat gesnotter niet nodig. In elke drogist ligt een spotgoedkoop supplement dat hooikoorts kan voorkomen. Het heet spirulina, en al in 2008 toonde Cemal Cingi van Eskisehir Osmangazi University in Turkije aan dat het werkt tegen hooikoorts.

 

Spirulina & allergie

 

Lees meer…

off

Eieren blijven voor controverse zorgen

maandag, april 8, 2019 @ 06:04 AM

eiVolwassenen die meer eieren eten hebben een hoger risico op hartziekte en overlijden. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers van de Northwestern University (Chicago) in de JAMA. De onderzoekers leggen de verklaring voor het verband volledig bij cholesterol, waarvan eieren een van de grootste bronnen zijn. Amerikaanse voedingsrichtlijnen (2015-2020 Dietary Guidelines for Americans) hebben de aanbeveling voor (lage) cholesterolinname sinds 2015 net weggelaten, dus de studie heeft de discussie rond eieren en cholesterol weer aangewakkerd.

 
De resultaten zijn berekend op basis van zes grootschalige cohortstudies met een totaal van bijna 30.000 deelnemers die gemiddeld 17 jaar gevolgd werden. Per 300 mg cholesterol dat iemand dagelijks inneemt, neemt het risico op hartziekte met 17% toe. Drie tot vier eieren per week is geassocieerd met een 6% (relatief) hoger cardiovasculair risico.

 

De toename van het risico is dus erg bescheiden, voor de onderzoekers is de studie wel het signaal om consumptie van eieren te matigen. “Onze studie toonde dat wanneer twee personen precies hetzelfde voedingspatroon volgen en eierconsumptie het enige verschil is, dan konden we het effect van die eieren op hartziekte direct meten”, verklaart een van de onderzoekers, Norrina Allen.

 

Referentie:
Zhong VW, Van Horn L, Cornelis MC et al. Associations of Dietary Cholesterol or Egg Consumption With Incident Cardiovascular Disease and Mortality. JAMA. 2019 Mar 19;321(11):1081-1095

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/4272

off

MagnesiumToevoeging van vitamine B6 aan magnesium heeft een bijkomend stressverlagend effect bij gezonde doch gestresseerde volwassenen. In een klinische studie met 264 deelnemers verminderde zowel magnesium als magnesium plus vitamine B6 de stressscore (DASS-42) met 42-45%. Vitamine B6 leek stress sterker te minderen enkel bij deelnemers met de meeste stress, voor de hele deelnemersgroep was het effect niet significant. Alle deelnemers hadden enigermate te kampen met stress en ze hadden magnesiumtekort volgens meting van de magnesiumstatus in rode bloedcellen.

 

Kleinere studies hebben in het verleden al bewezen dat magnesium kan helpen om stress te verminderen, cortisol te verlagen of slapeloosheid tegen te gaan. Omgekeerd verhoogt stress de uitscheiding van magnesium naar de urine. Deelnemers van deze studie namen dagelijks 300 mg magnesium als lactaatdehydraat, opgedeeld in drie dosissen.

 

Als cofactor kan vitamine B6 de aanmaak en afbraak van neurotransmitters in de hersenen ondersteunen. Bij ratten verhoogt vitamine B6 bovendien de opname van magnesium naar de cel en een studie bij negen vrouwen nam de magnesiumstatus in de rode bloedcellen toe dankzij een vitamine B6-supplement. In deze studie was van een stressverlagende werking van 30 mg pyridoxine gemiddeld niet veel te merken. Behalve dan in de groep van deelnemers die met de meeste stress te maken hadden: die ondervond een sterkere stressverlaging dankzij magnesium plus vitamine B6. Vooral deze groep van mensen kan baat er baat bij hebben om op die manier het risico op mentale problemen op termijn verminderen.

 

Referentie:
Pouteau E, Kabir-Ahmadi M, Noah L et al. Superiority of magnesium and vitamin B6 over magnesium alone on severe stress in healthy adults with low magnesemia: A randomized, single-blind clinical trial. PLoS One. 2018 Dec 18;13(12):e0208454

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/4220

off