Topsport consultant

Publicaties

Suppletieschema’s

30.000 Nederlanders gaan vandaag de uitdaging aan om een week lang te eten en drinken zonder toegevoegde suikers. Het Diabetes Fonds organiseert deze jaarlijkse uitdaging om Nederlanders bewust te maken van hun suikerinname. De Nationale Suiker Challenge duurt tot 9 juni.

 

Ruim 1,1 miljoen mensen hebben in Nederland Diabetes type 2 en dagelijks komen er 166 patiënten bij. De gemiddelde Nederlander consumeert te veel toegevoegde suikers, 30 procent meer dan zijn daadwerkelijke behoefte. ‘‘Mede hierdoor heeft inmiddels de helft van de volwassenen in ons land te maken met overgewicht en een verhoogd risico op diabetes type 2’’, aldus Hanneke Dessing, Algemeen Directeur van het Diabetes Fonds.

 

Voel je beter met minder suiker

Volgens hoogleraar Hanno Pijl zullen de deelnemers zich na de Nationale Suiker Challenge beter moeten voelen. “We eten onszelf ziek en proberen met medicijnen de schade te beperken, terwijl aanpassingen van leefgewoontes ziekte kan voorkomen en zelfs omkeren. De gezondheid kan verbeteren wanneer bewerkte suikerproducten vervangen worden door onbewerkte voeding.”

 

Hulp bij de Suiker Challenge

In een obesogene samenleving waar mensen overspoeld worden met verleidingen is de gezonde keuze niet altijd de makkelijke keuze. Het Diabetes Fonds helpt deelnemers door praktische tips en het digitale Suiker Challenge Magazine. Het magazine is  en bevat 21 gezonde recepten, zonder toegevoegde suikers. Voor meer informatie en deelnamen: www.suiker-challenge.nl. Inschrijven kan tot en met vandaag (maandag 3 juni 2019).

 

Bron: https://www.voedingnu.nl/voedingscommunicatie/nieuws/2019/06/diabetes-fonds-vraagt-aandacht-voor-suikerinname

off

Koffie en lagere sterftekans

donderdag, mei 23, 2019 @ 06:05 PM

KoffieEen nieuwe meta-analyse bevestigt de resultaten van drie vorige meta-analyses: koffie verlaagt het risico op overlijden (alle oorzaken). Wie drie kopjes per dag drinkt heeft 13% minder risico om te komen overlijden binnen een bepaald tijdsbestek. Deze meta-analyse vond bovendien dat het verband ook voor cafeïnevrije koffie opgaat.
 

Ook matige inname van cafeïne lijkt risico op overlijden te verlagen volgens een andere meta-analyse. Toch moeten we volgens de onderzoekers de gezonde kracht van koffie halen bij andere bioactieve stoffen, omdat dit onderzoek een even sterk effect van cafeïnevrije koffie op sterfterisico vond. Chlorogeenzuur is het meest overvloedige polyfenol in koffie en wordt goed opgenomen in het lichaam. Ook kahweol, cafestol en trigonelline zijn koffienutriënten die voor hun gezondheidseigenschappen onderzocht worden.

 

Vrouwen lijken optimaal drie kopjes per dag te mogen drinken, terwijl bij mannen die meer dan drie kopjes drinken, de sterftekans verder blijft dalen. Vrouwen verwerken cafeïne trager dan mannen en zijn dus langer blootgesteld aan de effecten van cafeïne. Dat duidt dan weer op een mogelijk belangrijk aandeel van cafeïne. Causaliteit afleiden uit bevolkingsstudies blijft echter lastig.

 

Referentie:
Li Q, Liu Y, Sun X et al. Caffeinated and decaffeinated coffee consumption and risk of all-cause mortality: a dose-response meta-analysis of cohort studies. J Hum Nutr Diet. 2019 Jun;32(3):279-287

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/4309

off

FibromyalgiePatiënten met fibromyalgie hebben een hoger HbA1c-niveau dan gezonde volwassenen wanneer rekening gehouden wordt met leeftijd. Voor Texaanse onderzoekers is dat een teken dat insulineresistentie een belangrijke oorzaak is van de aandoening. Hun stelling zagen ze ook bevestigd in de waarneming dat pijnklachten serieus gedaald waren bij patiënten die metformine namen. De onderzoekers zijn zelf verrast dat dit uitgesproken verband met insulineresistentie nog niet eerder vastgesteld is.

 

HbA1c is een indirecte maat voor insulineresistentie. Voor een lichte toename wordt vaak de term prediabetes gebruikt, want dan al is er sprake van een toegenomen risico op neuropathie en hartziekte. Het HbA1c-niveau neemt toe met de leeftijd. Een waarde van 5,5% is voor vele volwassenen normaal, maar niet voor jonge mensen.

 

Insulineresisentie veroorzaakt schade aan de fijnere bloedvaten in de hersenen en fibromyalgiepatiënten hebben inderdaad afwijkingen aan de bloedtoevoer in de hersenen. Onderzoekers benadrukken dat het om voorlopige bevindingen gaat, gedaan bij 23 patiënten. Indien bevestigd zou het een revolutie betekenen voor ons begrip van fibromyalgie.

 

Referentie:
Pappolla MA, Manchikanti L, Andersen CR et al. Is insulin resistance the cause of fibromyalgia? A preliminary report. PLoS One. 2019 May 6;14(5):e0216079

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/4388

off

MigraineSuppletie met 30 milligram Q10 en 500 milligram L-carnitine per dag kan het leven van mensen met migraine drastisch verbeteren. Dat ontdekten onderzoekers van Isfahan University of Medical Sciences in Iran.

 

Migraine en suppletie

 

Lees meer…

off

ZwangerHet is raadzaam om de dagdosis foliumzuur voor zwangere vrouwen op 400 µg te houden, schrijven Canadese onderzoekers. In Canada en de VS nemen zwangere vrouwen vaak meer dan 800 µg per dag en die dosis is mogelijk te hoog. Uit bloedanalyse bij zwangere vrouwen die 1000 µg namen bleek dat onverwerkt foliumzuur in het bloed toeneemt vanaf het moment dat de voorraad van actief folaat op peil is.

 
Foliumzuur in supplementen is gewoonlijk een synthetische vorm van folaat die in het lichaam omgezet moet worden naar werkzame folaten, zoals THF en 5-methyl-THF. De effecten van onverwerkt foliumzuur in het bloed zijn nog onbekend, maar hogere concentraties wijzen mogelijk erop dat de behoefte aan folaat vervuld is.

 

Volgens de bloedanalyses van 117 zwangere vrouwen neemt onverwerkt foliumzuur snel toe vanaf 78 nmol/l serum-folaat. In Canada en de VS wordt veel foliumzuur toegevoegd aan voedingsmiddelen, dus bij iedereen wordt een beetje onverwerkt folimuzuur in het bloed gemeten (> 2 nmol/l). Een groot aantal deelnemers van deze studie had echter waarden tot 144 nmol/l, met name bij deelnemers met een folaatwaarde hoger dan 78 nmol/l. Onverwerkt foliumzuur kan dus opstapelen in het bloed door chronische inname van een hoge dosis foliumzuur. Bijna de helft van alle deelnemers had een waarde hoger dan 78 nmol/l.

 

De langetermijneffect van onverwerkt foliumzuur zijn nog onbekend, enkele studies maken voorzichtig gewag van negatieve gezondheidsgevolgen. In de lage landen geldt de aanbeveling van 400 µg per dag voor zwangere en voedende vrouwen. In Brazilië en Ierland krijgen zwangere vrouwen tot 5 mg per dag voorgeschreven.

 

Referentie:
Stamm RA, March KM, Karakochuk CD et al. Lactating Canadian women consuming 1000 µg folic acid daily have high circulating serum folic acid above a threshold concentration of serum total folate. J Nutr. 2018 Jul 1;148(7):1103-1108.

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/4329

off

copdPatiënten met Chronic Obstructive Pulmonary Disease (COPD) kunnen het aantal longaanvallen bijna halveren door hun vitamine D-tekort op te heffen. Dat wisten onderzoekers vast te stellen bij enkele honderden patiënten uit België, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Die vermindering zet echter niet verder door als er geen tekort meer is.

 
Om tot deze conclusie te komen, was een subgroepanalyse gemaakt van vier, tot oktober 2017 verschenen RCT’s, met in totaal 560 patiënten. Deze onderzoeken vertoonden strijdige resultaten over het verband tussen vitamine D-suppletie en COPD, waartoe chronische bronchitis en longemfyseem worden gerekend. In de heranalyse konden de resultaten worden gespecificeerd door twee groepen patiënten te onderscheiden: degenen met en degenen zonder vitamine d-tekort. Van een groot deel van hen was ook vastgelegd hoe vaak zij te maken hadden met een plotselinge verergering van de klachten ofwel het aantal longaanvallen (exacerbaties). Deze zijn soms zo ernstig dat ze fatale gevolgen kunnen hebben.

 

Individuele data konden worden verkregen van 469 deelnemers uit drie van de vier RCT’s. Een vergelijking tussen degenen die, naast de gewone COPD-behandeling, een vitamine D-supplement kregen en degenen die een placebo kregen, wees uit dat er geen verschil was. Dat veranderde echter wanneer deelnemers werden gegroepeerd naar een laag vitamine D-niveau (<25 nmol/l) respectievelijk een adequaat niveau (>25 nmol/l). Tot de laatste categorie behoorden 382 personen en bij hen had suppletie geen effect ten opzichte van een placebo. Onder de 87 anderen echter kregen zij die vitamine D suppleerden gemiddeld 1,2 (matige of ernstige) longaanvallen per jaar, tegenover 2,1 per jaar in de placebogroep. Dit effect ging niet gepaard met enige toename in bijwerkingen: suppletie bleek veilig.

 

Referentie:
Jolliffe DA, Greenberg L, Hooper RL, Mathyssen C, Rafiq R, de Jongh RT, Camargo CA, Griffiths CJ, Janssens W, Martineau AR. Vitamin D to prevent exacerbations of COPD: systematic review and meta-analysis of individual participant data from randomised controlled trials. Thorax. 2019 Apr;74(4):337-345. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/30630893

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/4311

off

VruchtbaarheidOnvruchtbaarheid wordt gedefinieerd als het onvermogen om zwanger te worden na ten minste twaalf maanden van regelmatige, onbeschermde geslachtsgemeenschap. Het komt voor met een prevalentie van 15% onder koppels wereldwijd. Oxidatieve stress blijkt significant bij te dragen aan mannelijke onvruchtbaarheid. Antioxidanten blijken dan ook een gunstig effect te hebben op de mannelijke vruchtbaarheid.
 
Spermatozoa zijn bijzonder kwetsbaar voor oxidatieve stress, veroorzaakt door omgevings- en milieufactoren. Bovendien bevatten spermacellen ook uitzonderlijk hoge hoeveelheden meervoudig onverzadigde vetzuren, met name docosahexaeenzuur (DHA), dat de nood aan (vetoplosbare) antioxidanten verder verhoogt om lipidperoxidatie te vermijden. Een te hoge vrije radicalenproductie heeft negatieve effecten op de spermarijping en -functie, dat uiteindelijk resulteert in onvruchtbaarheid.
 
7 antioxidanten die het sperma voeden en beschermen
De zaadvloeistof is rijk aan zowel enzymatische (glutathion, superoxide dismutase en catalase) als niet enzymatische antioxidanten afkomstig uit voeding en suppletie. Deze voeden en beschermen het sperma.

 

  1. Vitamine E: een onderzoek waarbij enkel vitamine E (300 mg/dag) werd toegediend aan 380 onvruchtbare mannen, rapporteerde een significante verbetering in de beweeglijkheid van het sperma. Een andere observationele studie onderzocht een dagelijkse suppletie van vitamine E (400 mg) + selenium (200 μg) gedurende een periode van 100 dagen bij 690 onvruchtbare mannen met onverklaarbare infertiliteit. De resultaten toonden aan dat 52,6% van de patiënten een significante verbetering in beweeglijkheid en morfologie van het sperma vertoonden.
  2. Vitamine C: vitamine C als monotherapie werd onderzocht in een studie van Dawson en anderen. De auteurs behandelden 90 mannen met een dagelijkse dosis van 200 mg of 1000 mg vitamine C of placebo gedurende één maand. Ze rapporteren de significante verbetering van de spermakwaliteit enkel in de vitamine C-groepen op een dosisafhankelijke manier.
  3. Carnitine: blijkt een significante invloed te hebben op de beweeglijkheid van het sperma. Een placebogecontroleerd dubbelblind gerandomiseerd onderzoek dat een twee maand durende gecombineerde behandeling van L- carnitine (2 g) en L-acetylcarnitine (1 g) vergelijkt met placebo bij mannen met infertiliteit, liet een significante verbetering zien in alle spermaparameters.
  4. N-acetylcysteïne (NAC) en selenium: klinisch onderzoek onderzocht het effect van de combinatie van 600 mg NAC en 200 μg selenium. Dit resulteerde in een significante verbetering van alle spermaparameters, zoals beweeglijkheid en een normale morfologie.
  5. Co-enzym Q10: van co-enzym Q10 is aangetoond dat het de spermaconcentratie en de beweeglijkheid aanzienlijk verbetert in vergelijking met placebo. Onerzoeker Safarinejad wees 212 onvruchtbare mannen willekeurig toe aan een groep die ofwel 300 mg co-enzym Q10 of een placebo toegediend kreeg gedurende 26 weken. Hij rapporteerde een significante toename van sperma-dichtheid en beweeglijkheid bij de groep met de co-enzym Q10-suppletie. Een systemisch overzicht van drie gerandomiseerde gecontroleerde klinische onderzoeken bij 332 onvruchtbare mannen toonde eveneens aan dat behandeling met co-enzym Q10 (200 – 300 mg/dag) resulteerde in een significante toename van de spermaconcentratie.
  6. Foliumzuur en zink: foliumzuur werd onderzocht in een dubbelblinde, placebo-gecontroleerde studie, waarbij 108 vruchtbare mannen en 103 onvruchtbare mannen werden gerandomiseerd in vier groepen: enkel foliumzuur, enkel zink, een combinatie van foliumzuur en zink en placebo. Na 26 weken werd een statistisch significante toename (74%) van de totale normale spermaconcentratie waargenomen onder de onvruchtbare groep, die gecombineerde therapie ontving. Zinksuppletie herstelde succesvol de catalase-activiteit in de zaadcel, verbeterde de concentratie en beweeglijkheid van het sperma.
  7. Lycopeen: bij mannen die gedurende drie maanden tweemaal daags 2 mg lycopeen kregen, werden verbeteringen vastgesteld in de spermaconcentratie en de motiliteit bij respectievelijk. Een vergelijkbare dosis lycopeen werd ook gebruikt voor de behandeling van vijftig patiënten met onverklaarbare onvruchtbaarheid. Na een follow-upperiode van 1 jaar verbeterden de spermaconcentratie, de beweeglijkheid en de morfologie bij het merendeel van de proefpersonen.

 
De meest gebruikte antioxidanten voor het verbeteren van de spermakwaliteit, hetzij in combinaties, hetzij als monotherapie, zijn vitamine E (400 mg), vitamine C (500-1000 mg), carnitine (500-1000 mg), NAC (600 mg), co-enzym Q10 (100-300 mg), zink (25-400 mg), seleen (200 μg), foliumzuur (0,5 mg) en lycopeen (6-8 mg).
 
Referentie:
Majzoub A, Agarwal A. Systematic review of antioxidant types and doses in male infertility: Benefits on semen parameters, advanced sperm function, assisted reproduction and live-birth rate. Arab J Urol. 2018 Mar.

 

Bron: Energetica Natura

off

tryptofaanTryptofaan is een essentieel aminozuur dat tijdens de spijsvertering via hydrolyse wordt vrijgemaakt. Het bloed transporteert tryptofaan eerst naar de lever, waar het dient als bouwstof voor lichaamseiwittten. In de lever wordt tryptofaan omgezet in 5-hydroxytryptofaan (5-HTP) als voorloper van de neurotransmitter serotonine in de hersenen. Hoe wordt er gegarandeerd dat 5-HTP ook daadwerkelijk in de hersenen terechtkomt?
 
Oog voor concurrentie
Vermijd inname van essentiële eiwitten zoals leucine, isoleucine en valine in combinatie met L-tryptofaan. Alle aminozuren maken voor hun opname gebruik van  de ‘large neutral amino acid’ of LNAA-transporter. Vanwege de onderlinge concurrentie beletten deze aminozuren dat tryptofaan als precursor voor serotonine in de hersenen terechtkomt. Daarnaast is het belangrijk om dagelijks voldoende te bewegen. Beweging zorgt ervoor dat L-tryptofaan loskomt van zijn transporteiwit albumine, nodig voor het passeren van de bloed-hersenbarrière.
 
Voldoende cofactoren
Voldoende vitamine B3 (niacine) is belangrijk. Te weinig B3 zorgt ervoor dat L-tryptofaan eerder wordt verbruikt voor de aanmaak van nicotinezuur, een actieve B3- vorm, dan voor omzetting naar cerebraal serotonine. Een niet correcte omzetting van tryptofaan wordt vaak gezien bij darmdysbiose met daaraan gekoppeld een laaggradig ontstekingsproces.
 
Tryptofaan wordt dan afgebroken naar kynurenine in plaats van omzetting naar serotonine. Deze omzetting in de lever zorgt voor hoge spiegels neurotoxische metabolieten zoals quinolinezuur.
 
Daarnaast is voldoende aanwezigheid van de cofactoren vitamine B6, B9, B12, D3, magnesium en zink cruciaal. Ze zorgen voor een correcte omzetting van tryptofaan naar serotonine. D3 activeert in de hersenen de omzetting van tryptofaan naar 5-hydroxytryptofaan. Het activeert daarvoor het gen dat codeert voor tryptofaan hydroxylase 2 (TPH2), waardoor serotoninespiegels stijgen.

 

Bron: Energetica Natura

off

StressHet gebruik van een voedingssupplement met magnesium en andere mineralen, vitamines en probiotica leidt tot een significante reductie van de mate van stress en vermoeidheid die ervaren wordt.

 

Er namen 242 gezonde, voornamelijk vrouwelijke vrijwilligers aan de studie deel. Ze hadden een gemiddelde leeftijd van 39 jaar en 80 procent was van het vrouwelijke geslacht. De deelnemers ervoeren in hun dagelijks leven stress en vermoeidheid. Dit bleek uit een hoge score (>21) op de Perceived Stress Scale (PSS 10). De deelnemers kregen gedurende een maand dagelijks een voedingssupplement. Nadien werd opnieuw de mate van stress en vermoeidheid vastgesteld. Het supplement bestond uit Lactobacillus gasseri PA 16/8, Bifidobacterie bifidum MF 20/5, Bifidobacterie longum SP 07/3, vitamine A, B1, B2, B3, B5, B6, B8, B9, B12, vitamine C, zink, ijzer, selenium en 100 mg magnesium.

 

Gebruik van het voedingssupplement leidde tot een significante reductie van stress met gemiddeld 23%. De ervaren vermoeidheid nam significant af met gemiddeld 45%. Het stressniveau bleef zelfs een maand na staken van het supplement laag.

 

Suppletie met probiotica, vitamines en mineralen leidt tot een reductie van stress en vermoeidheid en heeft ook na staken nog een gunstig effect.

 

Referentie:
Allaert FA, Courau S, Forestier A. Effect of magnesium, probiotic, and vitamin food supplementation in healthy subjects with psychological stress and evaluation of a persistent effect after discontinuing intake. Panminerva Med 2016; 58(4):263-270

 

Bron: Ortho.nl

off

Voeding en chronische ziekten

maandag, mei 13, 2019 @ 10:05 AM

Gezonde voedingChronische ziekten, zoals coronaire hartziekten, diabetes type 2 en dikkedarmkanker, vormen een steeds groter probleem in de westerse wereld. Deze aandoeningen hebben tevens een verband met voeding en leefstijl. Wetenschappers vergeleken onderzoeksgegevens van 41.056 deelnemers uit zestien Europese landen en voerden epidemiologisch onderzoek uit naar de invloed van twaalf groepen voedingsmiddelen op de ontwikkeling van (chronische) welvaartsziekten.

 

De totale ziektelast van een aandoening kan in kaart gebracht worden aan de hand van de disability-adjusted life years (DALY’s). In de DALY’s worden mortaliteit en morbiditeit in één formule gecombineerd, door het aantal door de aandoening verloren levensjaren op te tellen bij het aantal jaren dat mensen leven met een beperking door de ziekte. De totale ziektelast van bovengenoemde chronische aandoeningen kan positief beïnvloed worden door aanpassing van de inname van verschillende voedingsmiddelen.

 

Gemiddeld aten de deelnemers in alle landen te weinig volkoren granen, groente, fruit, noten, peulvruchten en vis. De verhoging van de inname van respectievelijk noten, volkoren granen, peulvruchten en vis heeft de grootste impact op het aantal DALY’s voor hartziekten. Wat betreft diabetes type 2 hebben een te lage inname van volkoren granen en een te hoge consumptie van bewerkt vlees, de grootste invloed. Hetzelfde geldt voor het ontstaan van dikkedarmkanker, waarbij een te lage inname van zuivel, groenten en fruit tevens een rol speelt.
De bevindingen zijn niet alleen interessant in de complementaire praktijk, maar kunnen daarnaast gebruikt worden voor toekomstige voedingsrichtlijnen ter verbetering van de volksgezondheid.

 

De hele Engelstalige publicatie is hier te lezen.

 

Referentie:
Schwingshackl L, Knüppel S, Michels N, Schwedhelm C, Hoffmann G, Iqbal K, De Henauw S, Boeing H, Devleesschauwer B. Intake of 12 food groups and disability-adjusted life years from coronary heart disease, stroke, type 2 diabetes, and colorectal cancer in 16 European countries. European Journal of Epidemiology. 2019:1-1.

 

Bron: https://www.orthofyto.com/nieuws/orthomoleculair/voeding-en-chronische-ziekten/

off