Sportblessures: beter haring dan ontstekingsremmers

vrijdag, juli 8, 2016 @ 08:07 AM
HaringIn de sport worden ontstekingsremmers ingenomen als snoep, stelt Thomas D’havé. ‘Het onderdrukt symptomen, maar het kan nooit een onderdeel zijn van een natuurlijk wondhelingsproces’, vindt hij. ‘Integendeel.’

 

Door: Thomas D’havé

 

Veel sporters gebruiken ontstekingsremmers om de symptomen van (chronische) ontstekingen te onderdrukken. Daarmee sukkelen ze maandenlang voort en presteren ze onder de verwachting.

 

Hoe meer ontsteking, hoe gunstiger de genezing

Laat ons eerst eens in detail bekijken hoe de heling van een wond fundamenteel werkt. Elk letsel, zowel aan de binnenkant als aan de buitenzijde van het lichaam, moet zo snel mogelijk afgedekt worden door myofibroblasten. Dat zijn bindweefselcellen met het vermogen om zich samen te trekken en om fibronectine te produceren. Zij zorgen ervoor dat er een netwerk ontstaat dat de wond afdekt en een soort korst vormt.

 

De chemische stof om deze myofibroblasten in de wond aan te trekken, komt evenwel alleen vrij als er in het bindweefsel een splitsing plaatsvindt tussen twee specifieke aminozuren: leucine en glutamine. Wanneer bindweefsel beschadigd wordt, vindt deze schade onregelmatig plaats en dus niet precies op de overgang Glut-Leuc. Daarom wordt bij elke schade aan bindweefsel de stof collagenase A geactiveerd. Die maakt dan een boodschapper vrij die in staat is om leucine te splitsen van glutamine. Dat gebeurt op plaatsen die aanvankelijk niet beschadigd waren. Daardoor treedt er bijkomende schade op en wordt de wond groter. Maar dat proces is dus noodzakelijk om myofibroblasten aan te trekken.

 

De observatie van deze bijkomende schade wordt door de mens vertaald als iets negatiefs. Maar: hoe kan een universeel gegeven, iets dat bij alle organismen plaatsvindt, fout zijn?

 

Er werden medicijnen ontwikkeld zoals NSAID’s en er wordt ijs ingezet om zogezegd de schade te beperken. Maar deze stoffen remmen de werking van collagenase A, dat dus een boodschapper moet vrijmaken voor een normale wondheling. Zou het niet kunnen dat deze interventies de wondheling veeleer vertragen en de afronding van het helingsproces onmogelijk maken?

 

In de 16de eeuw wist men het al: pus bonum et laudabile. Hoe meer ontsteking, hoe gunstiger de genezing. In de sport worden ontstekingsremmers ingenomen als snoep ter onderdrukking van het symptoom, maar dat kan geen onderdeel zijn van wondheling of resoleomics.

 

Interventies om de natuurlijke wondheling te begeleiden

De gedachte dat ontsteking fout is, ligt aan de basis van onze ‘ontstekingsremmende geneeskunde’. In de klinische psycho-neuro-immunologie (kPNI) gaan we niet uit van het paradigma dat ontsteking per definitie fout is. Integendeel, we zoeken naar interventies om de natuurlijke wondheling te begeleiden.

Interessant is binnen deze context het volgende.

Wanneer er schade optreedt aan een bloedvat door bijvoorbeeld een enkelverzwikking, dan komen er onmiddellijk vetzuren vrij (EPA/DHA/arachidonzuur). Die vetzuren kunnen worden omgezet in stopsignalen (lipoxines, resolvines) die de ontsteking zullen beëindigen. Hoe meer schade en zwelling, hoe meer stopmoleculen er vrij zullen komen. In de kPNI is het beperken van de zwelling dan ook een contra-indicatie.

 

De bloedvaten moeten vooraf (vóór het trauma) wel geladen zijn met de juiste vetzuren om dat natuurlijke proces van beëindiging van de ontsteking in gang te kunnen zetten. Vis bijvoorbeeld is een rijke bron van DHA en EPA. Wat dat betreft, is het onthutsend hoe weinig voetballers op regelmatige basis vis eten. Want als onze weefsels geladen zijn met bijvoorbeeld varkensvlees en zonnebloemolie in plaats van met gezonde vetzuren, dan komen bij schade andere moleculen vrij en die ronden het wondhelingsproces niet af. Dat leidt tot chronische ontsteking.

 

Uit ervaring weet ik dat het in het voetbal taboe is. Maar ik vind het schokkend vast te stellen dat zoveel voetballers geregeld ontstekingsremmers nemen, maar de neus ophalen voor een haring. Onlangs zei Peter Res, de voedingsdeskundige van Ajax met wie ik samenwerk, evenwel dat er in de keuken van de club meer en meer spelers zelf om vis komen vragen. Dan zijn we op de goede weg. Want het beste moment om een letsel op te lossen, is vóór het letsel.

 

Thomas D’havé Thomas D’havé behandelt topvoetballers met chronische of terugkerende letsels volgens de principes van de klinische psycho-neuro-immunologie (kPNI Belgium). Hij werkt onder meer voor Ajax en West Ham.

 

Bron: http://naturafoundation.nl/?objectID=13029

 

 Printversie Sportblessures beter haring dan ontstekingsremmers

Comments are closed.