Topsport consultant

Publicaties

Suppletieschema’s

WheySuppletie met whey verbetert de lichaamssamenstelling van mensen die trainen. In 2019 schreven we over een Portugees onderzoek waarin bodybuilders vetmassa verloren door whey, maar niet significant meer spiermassa opbouwden. Een Braziliaanse metastudie, verschenen in Nutrients, komt tot dezelfde conclusie.

 

Studie

 

Lees meer…

off

Gember verbetert HbA1c bij diabetes

woensdag, januari 29, 2020 @ 01:01 PM

GemberDe hemoglobine A1c-waarde (HbA1c) is de maat voor geglyceerd hemoglobine en weerspiegelt een gemiddelde van de bloedsuikerspiegel in de voorafgaande twee tot drie maanden. Een goede HbA1c-waarde is 7% (tegenwoordig uitgedrukt in mmol/mol, 7% komt overeen met 53 mmol/mol), wat wil zeggen dat de gemiddelde bloedglucosewaarde de laatste maanden lager dan 8 mmol/l moet zijn geweest. Mensen met een onbehandelde of niet goed ingestelde diabetes hebben een verhoogde HbA1c-waarde, wat de kans op complicaties vergroot. Om de bloedsuikerspiegel onder controle te houden, kunnen verschillende medicijnen voorgeschreven worden waaronder metformine. Het gebruik van gember lijkt tevens invloed te hebben op de bloedsuikerspiegel. Wetenschappers hebben de beschikbare literatuur geanalyseerd om de effecten nader te definiëren.

 

Literatuuronderzoek leverde acht klinische studies op met totaal 454 deelnemers met diabetes type 2. De HbA1c-waarde van de deelnemers lag tussen de 6,9-8,4%. Deelnemers in de behandelgroep gebruikten 1600-4000 mg gember per dag gedurende acht tot twaalf weken. De nuchtere glucosewaarde en HbA1c werden op meerdere momenten gedurende de studie gemeten. De onderzoekers vonden in de nuchtere glucosewaarde geen significant verschil tussen mensen die gember gebruikten en mensen die placebo kregen. De gembergebruikers hadden echter wel een significant lagere HbA1c-waarde (gewogen gemiddelde afname 0.46, 95% CI: [0.09-0.84]; p=0,02). De lagere HbA1c-waarde toont aan dat gember in staat is om de bloedsuikerspiegel over een langere periode positief te beïnvloeden.

 

Referentie:
Huang, F. Y., Deng, T., Meng, L. X., & Ma, X. L. (2019). Dietary ginger as a traditional therapy for blood sugar control in patients with type 2 diabetes mellitus: A systematic review and meta-analysis. Medicine, 98(13).

 

Bron: https://www.orthofyto.com/nieuws/orthomoleculair/gember-verbetert-hba1c-bij-diabetes/

off

Berberine bij PCOS

woensdag, januari 29, 2020 @ 01:01 PM

BerberinePolycysteus-ovariumsyndroom (PCOS) is een hormonale afwijking waarbij er meerdere vochtblaasjes in de eierstokken aanwezig zijn. Hierdoor blijft de ovulatie vaak uit en ontstaat er een onregelmatige cyclus. De aandoening gaat gepaard met een verminderde vruchtbaarheid en een verhoogde kans op complicaties tijdens de zwangerschap. PCOS gaat vaak hand in hand met insulineresistentie, overgewicht, darmklachten en stress. Bij de behandeling wordt, als er sprake is van overgewicht, in de eerste plaats gewichtsreductie geadviseerd. Bij insulineresistentie kan er tevens metformine worden voorgeschreven. Verschillende onderzoeken wijzen uit dat het gebruik van berberine tevens positieve effecten op de gezondheid kan hebben. Wetenschappers voerden een systematische review en meta-analyse uit om deze effecten beter in kaart te brengen.

 

Twaalf klinische studies werden geïncludeerd. De meeste vrouwen in de behandelgroepen gebruikten 900-1500 mg berberine per dag gedurende 3 tot 24 weken. De controlegroepen gebruikten placebo of metformine. Acht studies met 577 deelnemers vonden een significant effect van berberine op de LH/FSH-ratio en een vermindering van testosteron. In drie studies (n=201) werd een sterkere afname van het totaal cholesterol gevonden in vergelijking met metformine. In een studie hadden de vrouwen die berberine gebruikten vaker een spontane ovulatie dan vrouwen die metformine kregen. Gebruik veroorzaakte geen belangrijke bijwerkingen. De onderzoekers concludeerden dat berberine mogelijk effectiever is in het verminderen van insulineresistentie en het balanceren van het hormonale stelsel bij PCOS dan metformine of een placebo.

 

 

Referentie:
Xie, L., Zhang, D., Ma, H., He, H., Xia, Q., Shen, W., … & Wang, C. C. (2019). The Effect of Berberine on Reproduction and Metabolism in Women with Polycystic Ovary Syndrome: A Systematic Review and Meta-Analysis of Randomized Control Trials. Evidence-Based Complementary and Alternative Medicine, 2019.

 

Bron: https://www.orthofyto.com/nieuws/orthomoleculair/berberine-bij-pcos/

off

CurcumaOsteoartritis (artrose) komt veel voor. Boven de zestig jaar heeft circa 10-15% van de mensen hier last van [1]. Artrose wordt meestal veroorzaakt door beschadiging van een gewricht, meestal in de knie en heup. Het leidt tot fysieke beperkingen en pijn en zo tot vermindering van quality of life. Eerstelijns aanpak is meestal het inzetten van ontstekingsremmers zoals NSAID’s. Hoewel deze aanpak op korte termijn zeker effectief is, zijn de lange termijn bijwerkingen serieus: mucosale erosie van maagdarmkanaal bij 35-60% van de patiënten en bij 10-25% van de patiënten zelfs ontwikkeling van maag- of duodenumzweren [1]. Langdurig gebruik van Diclofenac verhoogt verder het risico op gastro-intestinale bloeding, hypertensie, hart- en nierfalen. Vandaar de wetenschappelijke belangstelling naar een effectief en veiliger alternatief.

 

Curcuma in vergelijking met Diclofenac 
Curcuma wordt reeds eeuwenlang ingezet binnen de traditioneel Chinese Geneeskunst en Ayurveda voor zijn ontstekingswerende eigenschappen. In een recente studie (2019) is de effectiviteit en veiligheid van curcuma vergeleken met Diclofenac in de behandeling van knie-artrose. In een gerandomiseerde klinische studie zijn 139 patiënten met knie-artrose onderzocht: de helft kreeg 3x daags 500 mg curcuma, de andere helft 2x daags 50 mg Diclofenac. Gedurende een maand werden de respondenten op verschillende momenten onderzocht en ondervraagd op o.a. pijn (Knee Injury and Osteoartritis Outcome Score, KOOS), gewichtsreductie en spijsverteringsklachten.

 

De algemene conclusie van de studie was dat curcuma vergelijkbare pijnstillende effecten heeft als Diclofenac, echter veel minder bijwerkingen. Zo had de Diclofenac-groep bijvoorbeeld significant meer winderigheid. Tevens heeft curcuma een gewichtsreducerend en maagzweerbeschermend effect. Van de curcumagebruikers had niemand H2-blokkers* nodig, terwijl in de Diclofenac-groep negentien mensen H2-blokkers nodig hadden. Ook de effectiviteit van curcuma in vergelijking met Ibuprofen bij knie-artrose is onderzocht: de werking is vergelijkbaar [2]. Curcuma kan dus worden beschouwd als  een goed alternatief in de behandeling van osteo-artritis en knie-artrose.

 

Referenties:

Shep D, Khanwelkar C, Gade P, et al. Safety and efficacy of curcumin versus diclofenac in knee osteoarthritis: a randomized open-label parallel-arm study. Trials. 2019.

Kuptniratsaikul V, Dajpratham P, Taechaarpornkul W, et al. Efficacy and safety of Curcuma domestica extracts compared with ibuprofen in patients with knee osteoarthritis: a multicenter study. Clin Interv Aging. 2014.

 

 

Bron: Energetica Natura

off

EiwittenEen eiwitrijk afslankdieet, waarbij dertig procent van de energie uit eiwitten komt, werkt beter dan een traditioneel afslankdieet, waarbij eiwitten twintig procent van de energie leveren. Bovendien is een eiwitrijk afslankdieet net zo goed voor hart en bloedvaten als een traditioneel afslankdieet – ook als je het een jaar volhoudt. Dat concluderen Australische onderzoekers van de University of South Australia uit een humane studie waaraan 68 mannen met ziekelijk overgewicht meewerkten.

 

Eiwitrijk afslanken

 

Lees meer…

off

Beta alanineSupplementen met bèta-alanine zijn niet alleen nuttig voor sporters. Onderzoekers van de University of Central Florida ontdekten dat ook soldaten beter functioneren door bèta-alanine. Bèta-Alanine laat ze zuiverder schieten in gevechtssituaties.

 

Bèta-alanine

 

Lees meer…

off

groene theeThee is gezond. We vertellen je niks nieuws. Maar als je op basis van allerlei dierstudies het idee hebt gekregen dat thee alleen gezond is als je jezelf volgiet met liters thee, of allerlei hooggedoseerde thee-extracten slikt, dan hebben we goed nieuws voor je. Volgens recente cijfers, afkomstig uit China, is thee ook al gezond als je drie koppen per week drinkt.

 

Studie

 

Lees meer…

off

OogCarotenoïden zijn essentieel voor het menselijk lichaam. Steeds meer onderzoek toont hun belang aan. Zo is er in de oogheelkunde veel aandacht voor hun betekenis voor leeftijdsgerelateerde maculadegeneratie (AMD, age-related macular degeneration).(1) AMD is een degeneratie van het centrale deel van het netvlies (de macula lutea of gele vlek) dat een belangrijke rol speelt bij het scherpzien. Omdat de levensverwachting in westerse landen steeds verder stijgt, krijgt de behandeling van AMD, nu reeds de voornaamste oorzaak van blindheid, steeds meer prioriteit.(2) Nieuwe inzichten zijn dat de suppletie van zogenaamde maculacarotenoïden (meso-zeaxanthine, zeaxanthine en luteïne) niet alleen een gunstig effect heeft op AMD maar ook het gezichtsvermogen en de prestaties van aangetaste en niet-aangetaste ogen verbetert.(3-7)

 
Maculair pigment
Maculair pigment heeft de laatste jaren de interesse van wetenschappers gewekt vanwege de beschermende rol die het speelt bij leeftijdsgerelateerde maculadegeneratie (AMD). Het pigment geeft de macula lutea zijn gele kleur en bestaat uit de drie zogenaamde maculacarotenoïden meso-zeaxanthine, zeaxanthine en luteïne. De vastgestelde bescherming van deze pigmenten wordt aan hun biochemische en fotochemische eigenschappen toegeschreven.(8) Het is bekend dat licht met een korte golflengte (blauw licht) de productie van vrije radicalen bevordert. Hierdoor ontstaat foto-oxidatief netvliesletsel dat een significante rol in de pathogenesevan AMD speelt. Meso-zeaxanthine, zeaxanthine en luteïne maken niet alleen door hun antioxidatieve eigenschappen vrije radicalen onschadelijk,(9) maar ze filteren en beperken ook de hoeveelheid schadelijk kortegolflicht op de fotoreceptoren in het netvlies.(10) Beide factoren dragen in belangrijke mate bij aan het verhinderen van (verdere) maculadegeneratie.
 
Age-Related Eye Disease Study
In de geschiedenis van de ontdekking van de beschermende werking van de maculacarotenoïden bij AMD is de Age-Related Eye Disease Study (AREDS) uit 2001 belangrijk. De AREDS is een van de grotere klinische studies naar het effect van hoge doses antioxidanten op de progressie van AMD en staar en werd door het National Eye Institute van de Amerikaanse overheid gesponsord. De resultaten van de AREDS toonden aan dat grote hoeveelheden vitamine C, vitamine E, betacaroteen, zink en koper het risico op gevorderde AMD en het daarmee gepaard gaande verlies van het gezichtsvermogen aanzienlijk verminderen.(11)
 
De vervolgstudie, AREDS 2 uit 2013, probeerde de resultaten van AREDS nog te verbeteren.
 
De resultaten van verschillende observationele studies suggereerden dat een hogere inname van luteïne en zeaxanthine gepaard gaat met een verminderd risico op (vergevorderde) AMD.(12-18) Daarom werden deze twee maculacarotenoïden aan de oorspronkelijke formulering van AREDS toegevoegd. De suppletie van luteïne en zeaxanthine bleek inderdaad een verbetering. Voor patiënten met niet-gevorderde AMD hadden ze een gunstige invloed op het behoud van het gezichtsvermogen en de ziekteprogressie.(19-20)
 
Meso-zeaxanthine: de centrale factor
Het succes van de suppletie van zeaxanthine en luteïne bij AMD in diverse eerdere studies stimuleerde onderzoek naar het effect van de derde maculaire carotenoïde, meso-zeaxanthine. Meso-zeaxanthine, zeaxanthine en luteïne zijn biochemisch verwant en komen alle drie in gelijke hoeveelheden in het maculapigment voor. Waarbij luteïne zich vooral concentreert in de periferie (randgebied), zeaxanthine in de middenperiferie, en meso-zeaxanthine de dominante carotenoïde in het centrum van de macula is (zie afbeelding). De achteruitgang van juist het centrale gedeelte van de gele vlek wordt geassocieerd met een risico op AMD.(21) Deze factor en het feit dat een eerdere studie suggereerde dat meso-zeaxanthine de beste bescherming biedt aan fotoreceptoren tegen (foto-)oxidatieve beschadiging, maakt deze maculacarotenoïde bijzonder interessant.(22)

 

Luteïne en zeaxanthine effectiever mét meso-zeaxanthine
Uit onderzoeken waarin de invloed van de suppletie van maculacarotenoïden werd onderzocht, bleek dat de toevoeging van meso-zeaxanthine aan luteïne en zeaxanthine bij AMD gunstigere effecten teweegbrengt ten opzichte van de suppletie van enkel luteïne en zeaxanthine. Daarbij waren bepaalde verhoudingen (in mg per dag) het meest effectief:
 
Voor het normaliseren van het centrale deel van het maculaire pigment: 10 mg mesozeaxanthine, 10 mg luteïne, 2 mg zeaxanthine.(23)
Voor het versterken van het maculaire pigment bij AMD: 10 mg mesozeaxanthine, 10 mg luteïne, 2 mg zeaxanthine.(24)
Voor grotere visuele verbeteringen in termen van contrastgevoeligheid en verblindingsstoornissen: 17 mg mesozeaxanthine, 3 mg luteïne, 2 mg zeaxanthine.
 
Een belangrijke maatstaf voor de visuele functie bij AMD is de contrastgevoeligheid. Deze is van belang om letters scherp te kunnen zien. Hoewel een ondersteuning van het maculaire pigment door luteïne een verbetering in de grove contrastgevoeligheid teweegbracht, was de toevoeging van relatief grote hoeveelheden meso-zeaxanthine essentieel (in de bovenstaande verhouding) om dit effect voor zowel de grove als de fijne, meer gedetailleerde contrastgevoeligheid te bereiken.(25)
 
Gebaseerd op deze studies is het gebruik van alle maculacarotenoïden, met inbegrip van meso-zeaxanthine, aan te bevelen voor de risicovermindering van visueel verlies en ziekteprogressie bij niet-gevorderde AMD.
 
Referenties:

1. Beatty S, Chakravarthy U, Nolan JM, Muldrew KA, Woodside JV, Denny F, Stevenson MR (2013) Secondary outcomes in a clinical trial of carotenoids with coantioxidants versus placebo in early agerelated macular degeneration. Ophthalmology 120:600–606.
2. Bressler NM. Age-related macular degeneration is the leading cause of blindness. JAMA 2004; 291:1900–1901.
3. Kvansakul J, Rodriguez-Carmona M, Edgar DF, Barker FM, Kopcke W, Schalch W, Barbur JL. Supplementation with the carotenoids lutein or zeaxanthin improves human visual performance. Ophthalmic Physiol Opt 2006; 26:362–371.
4. Stringham JM, Hammond BR. Macular pigment and visual performance under glare conditions. Optom Vis Sci 2008; 85:82–88.
5. Loughman J, Akkali MC, Beatty S, Scanlon G, Davison PA, O’Dwyer V, Cantwell T, Major P, Stack J, Nolan JM. The relationship between macular pigment and visual performance. Vision Res 2010; 44:131–139.
6. Loughman J, Davison PA, Nolan JM, Akkali MC, Beatty S. Macular pigment and its contribution to visual performance and experience. J Optom 2010; 3:74–90.
7. Loughman J. Nolan JM. Howard AN. Connolly E. Meagher K. Beatty S. The impact of macular pigment augmentation on visual performance using different carotenoid formulations. Invest Ophthalmol Vis Sci. 2012 Nov 29; 53(12):7871-80.
8. Thurnham, DI, Nolan, JM, Howard, AN, et al. Macular response to supplementation with differing xanthophyll formulations in subjects with and without age-related macular degeneration. Graefes Arch Clin Exp Ophthalmol. 2015; 253: 1231–1243.
9. Beatty S, Koh H, Phil M, et al. The role of oxidative stress in the pathogenesis of age-related macular degeneration. Surv Ophthalmol 2000; 45:115–134.
10. Snodderly DM, Brown PK, Delori FC, Auran JD. The macular pigment. I. Absorbance spectra, localization, and discrimination from other yellow pigments in primate retinas. Invest Ophthalmol Vis Sci 1984; 25:660–673.
11. San Giovanni JP, Chew EY, Clemons TE, et al, AREDS Research Group. Dietary lipid intake and incident advanced age-related macular degeneration (AMD) in the Age-Related Eye Disease Study (AREDS). Invest Ophthalmol Vis Sci 2005; 46:2382.
12. Age-Related Eye Disease Study Research Group. The relationship of dietary carotenoid and vitamin A, E, and C intake with age-related macular degeneration in a case-control study: AREDS report no. 22. Arch Ophthalmol. 2007; 125:1225–1232.
13. Eye Disease Case-Control Study Group. Antioxidant status and neovascular age related macular degeneration. Arch Ophthalmol. 1993; 111:104–109.
14. Seddon JM, Ajani UA, Sperduto RD, et al. Eye Disease Case-Control Study Group. Dietary carotenoids, vitamins A, C, and E, advanced age-related macular degeneration. JAMA. 1994; 272:1413–1420.
15. Mares-Perlman JA, Fisher AI, Klein R, et al. Lutein and zeaxanthin in the diet and serum and their relation to age-related maculopathy in the third National Health and Nutrition Examination Survey. Am J Epidemiol. 2001; 153:424–432.
16. Snellen EL, Verbeek AL, Van Den Hoogen GW, et al. Neovascular age-related macular degeneration and its relationship to antioxidant intake. Acta Ophthalmol Scand. 2002; 80:368–371.
17. Moeller SM, Parekh N, Tinker L, et al. CAREDS Research Study Group. Associations between intermediate age-related macular degeneration and lutein and zeaxanthin in the Carotenoids in Age-Related Eye Disease Study (CAREDS): ancillary study of the Women’s Health Initiative. Arch Ophthalmol. 2006; 124:1151–1162.
18. Tan JS, Wang JJ, Flood V, et al. Dietary antioxidants and the long-term incidence of age-related macular degeneration: The Blue Mountains Eye Study. Ophthalmology. 2008; 115:334–341.
19. Kirby ML, Beatty S, Loane E, et al. A central dip in the macular pigment spatial profile is associated with age and smoking. Invest Ophthalmol Vis Sci 2010; 51:6722–6728.
20. Chew EY, SanGiovanni JP, Ferris FL, et al. Lutein/zeaxanthin for the treatment of age-related cataract: AREDS2 randomized trial report no. 4. JAMA Ophthalmol 2013; 131:843–850.
21. Chew EY, Clemons TE, SanGiovanni JP, et al. Secondary analyses of the effects of lutein/zeaxanthin on age-related macular degeneration progression: AREDS2 report no. 3. JAMA Ophthalmol 2013; 132:142–149.
22. Bhosale P, Bernstein PS. Synergistic effects of zeaxanthin and its binding protein in the prevention of lipid membrane oxidation. Biochim Biophys Acta 2005; 1740:116–121.
23. Nolan JM, Akkali MC, Loughman J, et al. Macular carotenoid supplementation in subjects with atypical spatial profiles of macular pigment. Exp Eye Res 2012; 101:9–15.
24. Awh CC, Hawken S, Zanke BW. Treatment response to antioxidants and zinc based on CFH and ARMS2 genetic risk allele number in the Age-Related Eye Disease Study. Ophthalmology. 2015 Jan;122(1):162-9.
25. Sabour-Pickett S, Beatty S, Connolly E, Loughman J, et al. Supplementation with three different macular carotenoid formulations in patients with early age-related macular degeneration. Retina. 2014 Sep;34(9):1757-66.
 

off
KaliumOm een hoge bloeddruk te verlagen en het risico op hartklachten te verminderen, wordt doorgaans geadviseerd om de natriuminname te beperken. Onderzoekers van de Universiteit van Zuid-Californië ontdekten echter dat een verhoogde kaliuminname minstens zo belangrijk is ter verbetering van cardiovasculaire risicofactoren en nieraandoeningen.
Het onderzoek
Het Amerikaanse onderzoeksteam beoordeelde meer dan zeventig studies met betrekking tot dieetmaatregelen bij de behandeling van hypertensie. Hierbij ontdekte men dat de interactie tussen natrium en kalium een integraal onderdeel is van het handhaven van een gezonde bloeddruk.

 

Als de inname van kalium via de voeding toeneemt, zorgen de nieren er niet alleen voor dat er meer kalium wordt uitgescheiden in de urine, maar nemen ook de door het lichaam gereabsorbeerde hoeveelheden natrium en vocht af. Op deze manier geeft een hoge kaliuminname het lichaam een signaal om de hoeveelheid natrium die wordt vastgehouden te verminderen en treedt een bloeddrukverlagend effect op. Kalium blijkt hiermee een zinvolle tegenhanger van natrium. Tevens ontdekten de onderzoekers dat een hogere inname en uitscheiding van kalium een positief effect hebben op de progressieve ontwikkeling van nier- en hartaandoeningen.

Kalium ook goed voor Nederlanders
In Nederland krijgt men via de voeding gemiddeld 3200 mg kalium binnen en behaalt men daarmee niet de aanbevolen hoeveelheid van 3500 mg zoals vastgesteld door de EFSA en gezondheidsraad. Gezien bovenstaand onderzoek lijkt het daarom zinvol om deze tekorten aan te vullen wil er optimaal van geprofiteerd worden.
off

Belangrijke rol EPA bij ADHD

maandag, januari 13, 2020 @ 11:01 AM

ADHDEen nieuwe studie, gepubliceerd in Nature Translational Psychiatry, bevestigt de rol van EPA bij ADHD. Naast DHA, zou ook EPA gesuppleerd moeten worden bij personen met ADHD met een tekort aan essentiële vetzuren. Een klinische studie van Barragán laat een aanzienlijke en significante verbetering van ADHD-symptomen zien bij het gebruik van een specifieke combinatie omega 3/6-vetzuren. Zowel alleen als in combinatie met methylfenidaat.

 

Kinderen en jongeren met ADHD blijken opvallend vaak een tekort te hebben aan essentiële vetzuren. Ondanks dat de neiging kan ontstaan te focussen op het vetzuur DHA (docosahexaeenzuur), dat essentieel is voor de hersenfunctie, laat een recente meta-analyse zien dat een subgroep patiënten met ADHD, tekorten heeft aan zowel EPA (eicosapentaeenzuur) als DHA [1]. Een studie van Chang et al. onderzocht de effecten van suppletie met EPA op ADHD-symptomen bij kinderen.

 

Effect vetzuursuppletie groter bij lage vetzuurstatus

Kinderen van 6 tot 18 jaar met ADHD (n = 92) kregen gedurende 12 weken een vetzuursupplement met 1200 mg EPA of een placebo. Na 12 weken hadden de kinderen die EPA gebruikten een significant betere concentratie dan de kinderen die placebo kregen. Het gevonden effect was sterker bij jongeren die een lage vetzuurstatus hadden aan het begin van de studie. In de totale groep ondervond 38% een verbetering, terwijl 89% van de kinderen met de laagste vetzuurstatus minder klachten had.
Suppletie met EPA bij kinderen die aan het begin van de studie een hoge vetzuurstatus hadden, bleek averechts te werken. Deze kinderen ondervonden een toename van hun impulsiviteit. Er lijkt een maximale, effectieve dosis EPA per dag te zijn die samenhangt met de endogene vetzuurstatus [2].
De wetenschappers concludeerden dat niet alleen DHA belangrijk is bij ADHD, maar dat ook EPA gesuppleerd dient te worden bij een lage vetzuurstatus.

 

Deze bevinding is in lijn met de aanbeveling van een werkgroep van ADHD-experts. Zij concludeerden recent dat suppletie met een combinatie van EPA en DHA in een dosering van minimaal 750 mg per dag de voorkeur heeft over suppletie met een enkelvoudig vetzuur [3].
Onderzoek van Barragán et al. liet eerder gunstige resultaten zien van een vetzuurcombinatie met een relatief hoog EPA-gehalte en toevoeging van GLA [4].
Een gerandomiseerde klinische studie met de specifieke vetzuurcombinatie verminderde de symptomen van ADHD aanzienlijk en bleek tevens veilig gelijktijdig gebruikt te kunnen worden met methylfenidaat, een veel voorgeschreven medicijn bij ADHD [4].

 

Combinatie omega 3/6-vetzuren effectief

In de klinische studie van Barragán werden drie onderzoeksgroepen met totaal 90 kinderen in de leeftijd van 6 tot 12 jaar gedurende een jaar met elkaar vergeleken. Een groep kreeg een vetzuursupplement met een relatief hoog EPA-gehalte, een tweede groep kreeg 1 mg per kilogram lichaamsgewicht methylfenidaat en een derde groep kreeg een combinatie van het vetzuursupplement en 0,8 mg per kilogram lichaamsgewicht methylfenidaat.
De vetzuurcombinatie bestond uit 558 mg EPA, 174 mg DHA en 60 mg GLA (gamma-linoleenzuur, een omega 6-vetzuur), in de verhouding 9:3:1. Deze vetzuurcombinatie als monotherapie verbeterde na drie maanden de aandacht evenveel als methylfenidaat en dit effect bleef bestaan tot het eind van de studie. Het grootste effect op hyperactiviteit-impulsiviteit werd gezien met de gecombineerde behandeling (omega 3/6-vetzuren en methylfenidaat) [4].

 

Minder bijwerkingen methylfenidaat

Het gebruik van methylfenidaat geeft geregeld bijwerkingen, zoals verminderde eetlust en slapeloosheid. Uit de studie van Barragán bleek tevens dat het gebruik van een vetzuurpreparaat met de specifieke combinatie omega 3/6-vetzuren met een hoog EPA-gehalte veelvoorkomende bijwerkingen van methylfenidaat kan verminderen. Kinderen die methylfenidaat in combinatie met omega 3/6-vetzuren gebruikten hadden de helft minder last van een eetlustgebrek, dan kinderen die alleen methylfenidaat kregen. Daarnaast kwam bij deze groep helemaal geen slaapgebrek voor, terwijl 20% van de kinderen die methylfenidaat gebruikten hier last van had.
Het onderzoek laat zien dat de specifieke vetzuurcombinatie met een relatief hoog EPA-gehalte en toevoeging van GLA effectief is bij kinderen met ADHD en dat deze niet alleen veilig gelijktijdig gebruikt kan worden met methylfenidaat, maar ook de bijwerkingen van methylfenidaat significant vermindert [4].

 

Referenties:

  1. Chang JPC, Su KP, Mondelli V, et al. Omega-3 Polyunsaturated Fatty Acids in Youths with Attention Deficit Hyperactivity Disorder: A Systematic Review and Meta-Analysis of Clinical Trials and Biological Studies. Vol. 43, Neuropsychopharmacology. Nature Publishing Group; 2018. p. 534–45.
  2. Chang JPC, Su KP, Mondelli V, et al. High-dose eicosapentaenoic acid (EPA) improves attention and vigilance in children and adolescents with attention deficit hyperactivity disorder (ADHD) and low endogenous EPA levels. Transl Psychiatry. 2019 Dec 1;9(1).
  3. Banaschewski T, Belsham B, Bloch MH, et al. Supplementation with polyunsaturated fatty acids (PUFAs) in the management of attention deficit hyperactivity disorder (ADHD). Nutr Health. 2018;24(4):279–84.
  4. Barragán E, Breuer D, Döpfner M. Efficacy and Safety of Omega-3/6 Fatty Acids, Methylphenidate, and a Combined Treatment in Children With ADHD. J Atten Disord. 2017 Mar 1;21(5):433–41.

 

Bron: Springfield Nutra

off