Topsport consultant

Publicaties

Suppletieschema’s

NierenVeel mensen met chronische ziekten krijgen er mee te maken, ook al zullen ze de term niet altijd kennen: de glomerulaire filtratiesnelheid (GFR). Daarmee wordt aangegeven met welke snelheid de nieren het bloed filteren op afvalstoffen. Een verlaagde GFR geeft aan dat er iets mis is met het functioneren van de nieren. Maar het kan ook problemen opleveren als deze GFR juist te hoog is. Deze ‘renale hyperfiltratie’ blijkt mede te samen hangen met iemands vitamine D-status.
 

Onder anderen diabetici kunnen te maken krijgen met hyperfiltratie, namelijk bij een beginnende nefropathie. De nieren filteren dan meer bloed dan gebruikelijk en deze verhoogde GFR is in onderzoek in verband gebracht met een grotere kans op hart- en vaatziekten en een hoger overlijdensrisico. De oorzaak daarvan is niet precies bekend. Daarnaast bestaat er een verband tussen een vitamine D-tekort en de progressie van chronische nierziekte. Onderzoekers brachten onlangs het verband tussen hyperfiltratie en vitamine D-tekort in kaart en deden dat bij gezonde volwassenen.

 

Het onderzoek was gebaseerd op de Korea National Health and Nutrition Examination Survey (KNHANES), een sinds 1998 lopende studie naar de gezondheids- en voedingsstatus van Zuid-Koreanen. De gegevens werden gebruikt van in totaal 33.210 personen met een normale nierfunctie. Bekend is dat zeer veel Zuid-Koreanen een tekort hebben aan vitamine D. Recente cijfers over 2014 geven een prevalentie aan van 75,2% bij mannen en 82,5% bij vrouwen voor een serumconcentratie van < 50 nmol/l. In dit onderzoek is uitgegaan van een ernstig vitamine D-tekort van < 25 nmol/l.

 

Bij de proefpersonen werd een negatieve associatie gevonden tussen de geschatte filtratiesnelheid (eGFR) en de concentratie vitamine D. Bij 4,9% van de deelnemers ofwel 1.637 personen werd hyperfiltratie vastgesteld. En deze kwam significant vaker voor bij degenen met een ernstig vitamine D-tekort.

 

Referenties:

Jhee JH, Nam KH, An SY, Cha MU, Lee M, Park S, Kim H, Yun HR, Kee YK, Park JT, Han SH, Kang SW, Yoo TH. Severe vitamin D deficiency is a risk factor for renal hyperfiltration. Am J Clin Nutr. 2018 Dec 1;108(6):1342-1351. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/30541088

Park JH, Hong IY, Chung JW, Choi HS. Vitamin D status in South Korean population: Seven-year trend from the KNHANES. Medicine (Baltimore). 2018 Jun;97(26):e11032.

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/4034

off

visHet belang van vis en omega 3-vetzuren voor de gezondheid, aangetoond na zestien jaar durend onderzoek onder 421.309 deelnemers.

 

De NIH-AARP Diet and Health Study is opgezet door het Amerikaans Nationaal Kanker Instituut, onderdeel van het Nationaal Gezondheidsinstituut, met als doel het in kaart brengen van de relatie tussen gezondheid en voeding. Deelnemers konden zich tussen 1995 en 1996 aanmelden toen zij tussen de 50-71 jaar oud waren, wonende in één van de zes geselecteerde Amerikaanse staten of in één van de twee geselecteerde grootstedelijke gebieden. De deelnemers kregen een uitgebreide vragenlijst die leefstijlfactoren en dieet inzichtelijk maakte. Van het totaal aantal deelnemers werden personen met kanker, hartaandoeningen, beroerte, nierziekte in het eindstadium of personen met een slechte gezondheid bij de start van het onderzoek uitgesloten van deelname. Hiermee kwam het totaal aantal deelnemers voor dit specifieke onderzoek op 240.729 mannen en 180.580 vrouwen. Tijdens dit zestien jaar durende onderzoek werd gekeken naar de dagelijkse inname van langeketen omega 3-vetzuren (eicosapentaeenzuur [EPA], docosahexaeenzuur [DHA], docosapentaeenzuur [DPA]), alfa-linoleenzuur (ALA), omega 6-vetzuren, enkelvoudig onverzadigde vetzuren en trans-vetzuren. Voor dit specifieke onderzoek werden de laagste en hoogste innames van vis en omega 3-vetzuren bij mannen en vrouwen met elkaar vergeleken en in verband gebracht met sterfte door diverse oorzaken (onder andere kanker en hart- en vaatziekten).

 

Resultaten
Gedurende het onderzoek stierven 54.230 mannen en 30.882 vrouwen. Een hogere inname van vis en omega 3-vetzuren EPA en DHA werd in het algemeen geassocieerd met een significant lagere kans op sterfte door alle oorzaken.

 

Bij mannen werd een hogere inname van vis geassocieerd met 9% lagere totale sterfte, 10% lagere sterfte door cardiovasculaire aandoeningen, 6% lagere kankersterfte, 20% lagere sterfte aan luchtwegaandoeningen en 37% lagere sterfte door chronische leverziekten.

 

Bij vrouwen werd een hogere inname van vis geassocieerd met 8% lagere totale sterfte, 10% lagere sterfte door hart- en vaatziekten en 38% lagere sterfte bij de ziekte van Alzheimer.

 

Gebakken en gefrituurde vis werd niet gerelateerd aan sterfte bij mannen terwijl dit wel bij vrouwen werd geassocieerd met een grotere kans op sterfte door alle oorzaken en sterfte door cardiovasculaire ziekten en luchtwegaandoeningen.

 

Inname van omega 3-vetzuren (EPA/DHA) werd geassocieerd met een 15% lagere kans op sterfte door cardiovasculaire ziekten bij mannen en een 18% lagere kans bij vrouwen.

 

Conclusie
Een hogere inname van vis en omega 3-vetzuren EPA en DHA werd geassocieerd met een lagere kans op sterfte door de meest voorkomende ziekten, zowel bij mannen als bij vrouwen. Uit het onderzoek bleek daarnaast dat maar liefst 91% van de deelnemers een te lage inname van EPA en DHA had (lager dan de aanbevolen hoeveelheid van 250 mg EPA/DHA per dag van de Wereldgezondheidsorganisatie [WHO]). De onderzoekers concludeerden dat het op basis van deze resultaten belangrijk blijft om mensen goed te informeren over de noodzaak om voldoende vis (en EPA /DHA) te consumeren. Daarnaast zou er meer advies gegeven moeten worden over het belang van het niet frituren en bakken van vis..

 

Referentie
Zhang et al. Association of fish and long-chain omega-3 fatty acids intakes with total and cause-specific mortality: prospective analysis of 421 309 individuals. J Intern Med. 2018 Oct;284(4):399-417. doi: 10.1111/joim.12786. Epub 2018 Jul 17. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/30019399

 

Bron: Orthokennis.nl

off

Vervette leverJapanse onderzoekers hebben vastgesteld dat suppletie met zink onderdeel kan zijn van de behandeling van ernstige leverziekten. Helemaal nieuw is dat inzicht niet. Zo is al sinds 1956 bekend dat levercirrose, de omzetting van levercellen naar littekenweefsel, gepaard gaat met hypozincemie ofwel een lage bloedspiegel van zink. Later werd duidelijk dat met de progressie van leverziekten ook de concentratie zink afneemt en dat suppletie daarop het antwoord kan zijn. Maar nu zijn ook de effecten op langere termijn en de meest gunstige dosis onderzocht.

 

Zink-enzymen zijn nodig voor behoud van de leverfunctie en patiënten met chronische leverziekten zien hun gezondheid dan ook eerder achteruitgaan bij een gebrek aan zink. Dat kan komen door een lage inname via de voeding en/of een gebrekkige absorptie als gevolg van portale hypertensie, een te hoge bloeddruk in de poortader tussen darmen en lever. Ook is er sprake van een verhoogde uitscheiding via de urine, in het bijzonder bij patiënten die diuretica krijgen voorgeschreven bij de behandeling van levercirrose.

 

Aan het retrospectieve onderzoek namen 267 mensen met chronische leverziekten deel. Van hen kregen er 196 een zinkpreparaat en 71 kregen dat niet. Om de zes maanden werd de leverfunctie bepaald. Gekeken werd bovendien hoe vaak de leverziekte zich ontwikkelde tot leverkanker, leverfalen of overlijden. De studie duurde ruim drie jaar om de effecten van zinksuppletie op langere termijn te kunnen bepalen. Degenen die suppletie kregen, werden na zes maanden onderverdeeld in vier groepen aan de hand van de bereikte serumconcentratie zink, uitgedrukt in microgram per deciliter: minder dan 50, 50–69, 70–89 en 90 of meer µg/dL.

 

Belangrijkste conclusie: de leverfunctie verslechterde significant bij degenen die geen extra zink hadden gekregen, terwijl daar in de suppletiegroep geen tekenen van waren te zien. Na drie jaar bedroeg het percentage mensen met leverkanker, leverfalen of die kwamen te overlijden in de zinkgroep 9,5%, maar in de andere groep was dat 24,9%. Wanneer afzonderlijk werd gekeken naar het vóórkomen van hepatocellulair carcinoom (kanker van de levercellen), bedroegen deze percentages respectievelijk 7,6 en 19,2%. Deze gunstige effecten traden op bij een zinkconcentratie van minimaal 70 µg/dL. Om dit te bereiken zouden patiënten meer dan 90 mg zink per dag moeten innemen.

 

Belangrijk is ook dat de effectiviteit onafhankelijk blijkt te zijn van de oorzaak van de leveraandoening. Anders gezegd: zinksuppletie kan zowel ingezet worden bij leververvetting als bij hepatitis-gerelateerde of door alcohol veroorzaakte leverproblemen.

 

Referentie:
Hosui A, Kimura E, Abe S, Tanimoto T, Onishi K, Kusumoto Y, Sueyoshi Y, Matsumoto K, Hirao M, Yamada T, Hiramatsu N. Long-Term Zinc Supplementation Improves Liver Function and Decreases the Risk of Developing Hepatocellular Carcinoma. Nutrients. 2018 Dec 10;10(12). https://www.mdpi.com/2072-6643/10/12/1955/htm

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/3981

off

VisolieDe wereldgezondheidsorganisatie WHO schat dat elk jaar 2 miljoen mensen overlijden als gevolg van luchtverontreiniging – en dan vooral door de schade aan hart en bloedvaten. Als je in een gebied woont met veel verkeer en industrie, maar toch je gezondheid tegen de kwalijke gevolgen van luchtverontreiniging wilt beschermen, denk dan eens aan suppletie met visolie. Volgens een humane studie die onderzoekers van de Amerikaanse Environmental Protection Agency publiceerden in 2012 heft een dagelijkse dosis van 3 gram visolie de cardiovasculaire effecten van luchtverontreiniging grotendeels op.

 

Studie

 

Lees meer…

off

WheyMannen die met gewichten trainen en daarbij whey gebruiken, worden door hun suppletie niet sterker of gespierder. Maar volgens Portugese onderzoekers, verbonden aan de Escola Superior de Tecnologia da Saude de Lisboa, verlagen ze daardoor wel hun vetpercentage.

 

Studie

 

Lees meer…

off

eiwitshakeHet maakt geen fluit uit of CrossFitters hun training ondersteunen met klassiek whey-eiwit of een plantaardig pea protein. Beide eiwittypes werken even goed. Dat ontdekten onderzoekers van Lipscomb University in het Amerikaanse Nashville. Hun humane studie, die is verschenen in Sports, werd niet betaald door een producent van supplementen.

 

Studie

 

Lees meer…

off

Zwangerschap: depressie voorkomen met omega-3?

vrijdag, januari 25, 2019 @ 01:01 PM

ZwangerEen adequate inname van de omega 3-visvetzuren eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA) verkleint mogelijk de kans op een depressie rondom de bevalling (perinatale depressie).

 

De wetenschappers doorzochten medische databanken naar relevante studies. Ze selecteerden voor de meta-analyse twaalf studies waarin de relatie onderzocht was tussen de vetzuurconcentraties van zwangere vrouwen en het risico van een depressie voor of na de bevalling.

 

Vrouwen die rondom hun bevalling een depressie doormaakten hadden significant lagere concentraties van de totale hoeveelheid omega 3-visvetzuren en van de afzonderlijke omega 3-visvetzuren EPA en DHA in vergelijking met vrouwen die niet depressief werden. Tevens bleek dat depressieve vrouwen een significant hogere ratio omega 6-/omega 3-vetzuren hadden.

 

De meta-analyse toont dat een adequate bloedspiegel van omega 3-visvetzuren van groot belang is tijdens de zwangerschap. Een voldoende hoge inname van deze vetzuren door vette vis zoals haring te eten en eventueel visoliesupplementen te gebruiken beschermt mogelijk tegen een perinatale depressie en is bovendien veilig tijdens de zwangerschap.

 

Referentie:
Lin PY, Chang CH, [..], Su KP. Polyunsaturated Fatty Acids in Perinatal Depression: A Systematic Review and Meta-analysis. Biol Psychiatry 2017 Mar 9 [Epub ahead of print]

 

Bron: Ortho.nl

off

Zonnebrandcrème: oorzaak vitamine D-tekort

vrijdag, januari 25, 2019 @ 01:01 PM

Zonnebrandcreme‘Voeding’ met vitamine D, met de zon als bron, wordt verstoord door zonnebrandcrème. Het frequent gebruik ervan is er mede de oorzaak van dat wereldwijd ongeveer een miljard personen kampen met een vitamine D-tekort. Het gebruik van zonnebrandcrème vanaf factor 8 heeft reeds tot gevolg dat de vorming van vitamine D in de huid vrijwel geheel wordt geblokkeerd.

 

Aan het begin van de negentiende eeuw werden ziekten zoals rachitis – die een gevolg zijn van een vitamine D-tekort – naar het verleden verbannen. Een onvoldoende blootstelling aan zonlicht door onder andere het gebruik van zonnebrandcrème leidt echter in de huidige tijd weer tot het massaal vóórkomen van een vitamine D-tekort. Een tekort (<50 nmol/l) of een inadequate bloedspiegel van de vitamine (50-75 nmol/l) treft wereldwijd ongeveer een miljard personen in alle leeftijdsgroepen.

 

De vitamine is niet alleen van invloed op het botmetabolisme, maar ook op vele andere processen in het lichaam. Vitamine D is eigenlijk een hormoon en vrijwel iedere lichaamscel heeft receptoren voor de vitamine. Dit is de reden waarom de vitamine zo invloedrijk is. Ze is onder andere betrokken bij de celgroei en het immuunsysteem. Inmiddels zijn er aanwijzingen dat een adequate vitamine D-spiegel beschermt tegen tal van ziekten waaronder multiple sclerose en andere auto-immuunaandoeningen, infecties, astma, hart- en vaataandoeningen en kanker.

 

Voor ‘voeding’ van vitamine D via de huid door zonnestraling is voor mensen met een blanke huid naar schatting een dagelijkse blootstelling van hoofd, handen en onderarmen van 15 tot 30 minuten tussen 12 en 3 uur ’s middags in de zomer nodig om de benodigde hoeveelheid vitamine D aan te maken. Uiteraard zonder zonnebrandcrème.

 

Referentie:

Bron: Ortho.nl

off

MigraineMensen met migraine reageren goed op suppletie met vitamine B6 [andere naam: pyridoxine]. Dat ontdekten voedingswetenschappers van Isfahan University of Medical Sciences in Iran. Volgens hun studie, die verscheen in de Iranian Journal of Neurology, vermindert vitamine B6 zowel de ernst als de duur van migraineaanvallen.

 

Studie

 

Lees meer…

off

Thee ter preventie van osteoporose

vrijdag, januari 18, 2019 @ 06:01 PM

Groene theeDe consumptie van thee is geassocieerd met een toename van de botdichtheid en kan zodoende mogelijk osteoporose tegengaan. Dit blijkt uit een meta-analyse.

 

In de medische databanken Medline, Embase en Cochrane Library werd gezocht naar relevante studies. Uiteindelijk werden zestien studies geselecteerd met in totaal meer dan 138.500 proefpersonen. In zeven van deze studies werd de relatie onderzocht tussen theeconsumptie en de botdichtheid en in de overige negen onderzoeken werd het effect van theeconsumptie op het fractuurrisico onderzocht.

 

Uit de studies bleek dat de botdichtheid met 1% tot 4% significant toenam onder invloed van theeconsumptie. De studies waarbij de relatie tussen thee en het fractuurrisico werd onderzocht lieten weliswaar een reductie van osteoporotische fracturen met 14% zien, maar dit verschil was niet significant.

 

De resultaten tonen dat thee een positief effect heeft op de botdichtheid en mogelijk onderdeel kan uitmaken van een leefstijl gericht op de preventie van osteoporose. Het effect kan verklaard worden doordat polyfenolen in thee de activiteit van osteoblasten (cellen die de botopbouw stimuleren) verhogen, terwijl ze de activiteit van de botafbrekende osteoclasten verlagen. Of thee ook de kans op botfracturen verkleint, is nog onduidelijk en moet in vervolgstudies verder onderzocht worden.

 

Referentie:
Guo M, Qu H, [..], Shi D. Tea consumption may decrease the risk of osteoporosis: an updated meta­analysis of observational studies. Nutrition Research 2017; 42:1-10

Bron: Ortho.nl

off