Topsport consultant

Publicaties

Suppletieschema’s

EiwittenEen eiwitrijk afslankdieet, waarbij dertig procent van de energie uit eiwitten komt, werkt beter dan een traditioneel afslankdieet, waarbij eiwitten twintig procent van de energie leveren. Bovendien is een eiwitrijk afslankdieet net zo goed voor hart en bloedvaten als een traditioneel afslankdieet – ook als je het een jaar volhoudt. Dat concluderen Australische onderzoekers van de University of South Australia uit een humane studie waaraan 68 mannen met ziekelijk overgewicht meewerkten.

 

Eiwitrijk afslanken

 

Lees meer…

off

Beta alanineSupplementen met bèta-alanine zijn niet alleen nuttig voor sporters. Onderzoekers van de University of Central Florida ontdekten dat ook soldaten beter functioneren door bèta-alanine. Bèta-Alanine laat ze zuiverder schieten in gevechtssituaties.

 

Bèta-alanine

 

Lees meer…

off

groene theeThee is gezond. We vertellen je niks nieuws. Maar als je op basis van allerlei dierstudies het idee hebt gekregen dat thee alleen gezond is als je jezelf volgiet met liters thee, of allerlei hooggedoseerde thee-extracten slikt, dan hebben we goed nieuws voor je. Volgens recente cijfers, afkomstig uit China, is thee ook al gezond als je drie koppen per week drinkt.

 

Studie

 

Lees meer…

off

OogCarotenoïden zijn essentieel voor het menselijk lichaam. Steeds meer onderzoek toont hun belang aan. Zo is er in de oogheelkunde veel aandacht voor hun betekenis voor leeftijdsgerelateerde maculadegeneratie (AMD, age-related macular degeneration).(1) AMD is een degeneratie van het centrale deel van het netvlies (de macula lutea of gele vlek) dat een belangrijke rol speelt bij het scherpzien. Omdat de levensverwachting in westerse landen steeds verder stijgt, krijgt de behandeling van AMD, nu reeds de voornaamste oorzaak van blindheid, steeds meer prioriteit.(2) Nieuwe inzichten zijn dat de suppletie van zogenaamde maculacarotenoïden (meso-zeaxanthine, zeaxanthine en luteïne) niet alleen een gunstig effect heeft op AMD maar ook het gezichtsvermogen en de prestaties van aangetaste en niet-aangetaste ogen verbetert.(3-7)

 
Maculair pigment
Maculair pigment heeft de laatste jaren de interesse van wetenschappers gewekt vanwege de beschermende rol die het speelt bij leeftijdsgerelateerde maculadegeneratie (AMD). Het pigment geeft de macula lutea zijn gele kleur en bestaat uit de drie zogenaamde maculacarotenoïden meso-zeaxanthine, zeaxanthine en luteïne. De vastgestelde bescherming van deze pigmenten wordt aan hun biochemische en fotochemische eigenschappen toegeschreven.(8) Het is bekend dat licht met een korte golflengte (blauw licht) de productie van vrije radicalen bevordert. Hierdoor ontstaat foto-oxidatief netvliesletsel dat een significante rol in de pathogenesevan AMD speelt. Meso-zeaxanthine, zeaxanthine en luteïne maken niet alleen door hun antioxidatieve eigenschappen vrije radicalen onschadelijk,(9) maar ze filteren en beperken ook de hoeveelheid schadelijk kortegolflicht op de fotoreceptoren in het netvlies.(10) Beide factoren dragen in belangrijke mate bij aan het verhinderen van (verdere) maculadegeneratie.
 
Age-Related Eye Disease Study
In de geschiedenis van de ontdekking van de beschermende werking van de maculacarotenoïden bij AMD is de Age-Related Eye Disease Study (AREDS) uit 2001 belangrijk. De AREDS is een van de grotere klinische studies naar het effect van hoge doses antioxidanten op de progressie van AMD en staar en werd door het National Eye Institute van de Amerikaanse overheid gesponsord. De resultaten van de AREDS toonden aan dat grote hoeveelheden vitamine C, vitamine E, betacaroteen, zink en koper het risico op gevorderde AMD en het daarmee gepaard gaande verlies van het gezichtsvermogen aanzienlijk verminderen.(11)
 
De vervolgstudie, AREDS 2 uit 2013, probeerde de resultaten van AREDS nog te verbeteren.
 
De resultaten van verschillende observationele studies suggereerden dat een hogere inname van luteïne en zeaxanthine gepaard gaat met een verminderd risico op (vergevorderde) AMD.(12-18) Daarom werden deze twee maculacarotenoïden aan de oorspronkelijke formulering van AREDS toegevoegd. De suppletie van luteïne en zeaxanthine bleek inderdaad een verbetering. Voor patiënten met niet-gevorderde AMD hadden ze een gunstige invloed op het behoud van het gezichtsvermogen en de ziekteprogressie.(19-20)
 
Meso-zeaxanthine: de centrale factor
Het succes van de suppletie van zeaxanthine en luteïne bij AMD in diverse eerdere studies stimuleerde onderzoek naar het effect van de derde maculaire carotenoïde, meso-zeaxanthine. Meso-zeaxanthine, zeaxanthine en luteïne zijn biochemisch verwant en komen alle drie in gelijke hoeveelheden in het maculapigment voor. Waarbij luteïne zich vooral concentreert in de periferie (randgebied), zeaxanthine in de middenperiferie, en meso-zeaxanthine de dominante carotenoïde in het centrum van de macula is (zie afbeelding). De achteruitgang van juist het centrale gedeelte van de gele vlek wordt geassocieerd met een risico op AMD.(21) Deze factor en het feit dat een eerdere studie suggereerde dat meso-zeaxanthine de beste bescherming biedt aan fotoreceptoren tegen (foto-)oxidatieve beschadiging, maakt deze maculacarotenoïde bijzonder interessant.(22)

 

Luteïne en zeaxanthine effectiever mét meso-zeaxanthine
Uit onderzoeken waarin de invloed van de suppletie van maculacarotenoïden werd onderzocht, bleek dat de toevoeging van meso-zeaxanthine aan luteïne en zeaxanthine bij AMD gunstigere effecten teweegbrengt ten opzichte van de suppletie van enkel luteïne en zeaxanthine. Daarbij waren bepaalde verhoudingen (in mg per dag) het meest effectief:
 
Voor het normaliseren van het centrale deel van het maculaire pigment: 10 mg mesozeaxanthine, 10 mg luteïne, 2 mg zeaxanthine.(23)
Voor het versterken van het maculaire pigment bij AMD: 10 mg mesozeaxanthine, 10 mg luteïne, 2 mg zeaxanthine.(24)
Voor grotere visuele verbeteringen in termen van contrastgevoeligheid en verblindingsstoornissen: 17 mg mesozeaxanthine, 3 mg luteïne, 2 mg zeaxanthine.
 
Een belangrijke maatstaf voor de visuele functie bij AMD is de contrastgevoeligheid. Deze is van belang om letters scherp te kunnen zien. Hoewel een ondersteuning van het maculaire pigment door luteïne een verbetering in de grove contrastgevoeligheid teweegbracht, was de toevoeging van relatief grote hoeveelheden meso-zeaxanthine essentieel (in de bovenstaande verhouding) om dit effect voor zowel de grove als de fijne, meer gedetailleerde contrastgevoeligheid te bereiken.(25)
 
Gebaseerd op deze studies is het gebruik van alle maculacarotenoïden, met inbegrip van meso-zeaxanthine, aan te bevelen voor de risicovermindering van visueel verlies en ziekteprogressie bij niet-gevorderde AMD.
 
Referenties:

1. Beatty S, Chakravarthy U, Nolan JM, Muldrew KA, Woodside JV, Denny F, Stevenson MR (2013) Secondary outcomes in a clinical trial of carotenoids with coantioxidants versus placebo in early agerelated macular degeneration. Ophthalmology 120:600–606.
2. Bressler NM. Age-related macular degeneration is the leading cause of blindness. JAMA 2004; 291:1900–1901.
3. Kvansakul J, Rodriguez-Carmona M, Edgar DF, Barker FM, Kopcke W, Schalch W, Barbur JL. Supplementation with the carotenoids lutein or zeaxanthin improves human visual performance. Ophthalmic Physiol Opt 2006; 26:362–371.
4. Stringham JM, Hammond BR. Macular pigment and visual performance under glare conditions. Optom Vis Sci 2008; 85:82–88.
5. Loughman J, Akkali MC, Beatty S, Scanlon G, Davison PA, O’Dwyer V, Cantwell T, Major P, Stack J, Nolan JM. The relationship between macular pigment and visual performance. Vision Res 2010; 44:131–139.
6. Loughman J, Davison PA, Nolan JM, Akkali MC, Beatty S. Macular pigment and its contribution to visual performance and experience. J Optom 2010; 3:74–90.
7. Loughman J. Nolan JM. Howard AN. Connolly E. Meagher K. Beatty S. The impact of macular pigment augmentation on visual performance using different carotenoid formulations. Invest Ophthalmol Vis Sci. 2012 Nov 29; 53(12):7871-80.
8. Thurnham, DI, Nolan, JM, Howard, AN, et al. Macular response to supplementation with differing xanthophyll formulations in subjects with and without age-related macular degeneration. Graefes Arch Clin Exp Ophthalmol. 2015; 253: 1231–1243.
9. Beatty S, Koh H, Phil M, et al. The role of oxidative stress in the pathogenesis of age-related macular degeneration. Surv Ophthalmol 2000; 45:115–134.
10. Snodderly DM, Brown PK, Delori FC, Auran JD. The macular pigment. I. Absorbance spectra, localization, and discrimination from other yellow pigments in primate retinas. Invest Ophthalmol Vis Sci 1984; 25:660–673.
11. San Giovanni JP, Chew EY, Clemons TE, et al, AREDS Research Group. Dietary lipid intake and incident advanced age-related macular degeneration (AMD) in the Age-Related Eye Disease Study (AREDS). Invest Ophthalmol Vis Sci 2005; 46:2382.
12. Age-Related Eye Disease Study Research Group. The relationship of dietary carotenoid and vitamin A, E, and C intake with age-related macular degeneration in a case-control study: AREDS report no. 22. Arch Ophthalmol. 2007; 125:1225–1232.
13. Eye Disease Case-Control Study Group. Antioxidant status and neovascular age related macular degeneration. Arch Ophthalmol. 1993; 111:104–109.
14. Seddon JM, Ajani UA, Sperduto RD, et al. Eye Disease Case-Control Study Group. Dietary carotenoids, vitamins A, C, and E, advanced age-related macular degeneration. JAMA. 1994; 272:1413–1420.
15. Mares-Perlman JA, Fisher AI, Klein R, et al. Lutein and zeaxanthin in the diet and serum and their relation to age-related maculopathy in the third National Health and Nutrition Examination Survey. Am J Epidemiol. 2001; 153:424–432.
16. Snellen EL, Verbeek AL, Van Den Hoogen GW, et al. Neovascular age-related macular degeneration and its relationship to antioxidant intake. Acta Ophthalmol Scand. 2002; 80:368–371.
17. Moeller SM, Parekh N, Tinker L, et al. CAREDS Research Study Group. Associations between intermediate age-related macular degeneration and lutein and zeaxanthin in the Carotenoids in Age-Related Eye Disease Study (CAREDS): ancillary study of the Women’s Health Initiative. Arch Ophthalmol. 2006; 124:1151–1162.
18. Tan JS, Wang JJ, Flood V, et al. Dietary antioxidants and the long-term incidence of age-related macular degeneration: The Blue Mountains Eye Study. Ophthalmology. 2008; 115:334–341.
19. Kirby ML, Beatty S, Loane E, et al. A central dip in the macular pigment spatial profile is associated with age and smoking. Invest Ophthalmol Vis Sci 2010; 51:6722–6728.
20. Chew EY, SanGiovanni JP, Ferris FL, et al. Lutein/zeaxanthin for the treatment of age-related cataract: AREDS2 randomized trial report no. 4. JAMA Ophthalmol 2013; 131:843–850.
21. Chew EY, Clemons TE, SanGiovanni JP, et al. Secondary analyses of the effects of lutein/zeaxanthin on age-related macular degeneration progression: AREDS2 report no. 3. JAMA Ophthalmol 2013; 132:142–149.
22. Bhosale P, Bernstein PS. Synergistic effects of zeaxanthin and its binding protein in the prevention of lipid membrane oxidation. Biochim Biophys Acta 2005; 1740:116–121.
23. Nolan JM, Akkali MC, Loughman J, et al. Macular carotenoid supplementation in subjects with atypical spatial profiles of macular pigment. Exp Eye Res 2012; 101:9–15.
24. Awh CC, Hawken S, Zanke BW. Treatment response to antioxidants and zinc based on CFH and ARMS2 genetic risk allele number in the Age-Related Eye Disease Study. Ophthalmology. 2015 Jan;122(1):162-9.
25. Sabour-Pickett S, Beatty S, Connolly E, Loughman J, et al. Supplementation with three different macular carotenoid formulations in patients with early age-related macular degeneration. Retina. 2014 Sep;34(9):1757-66.
 

off
KaliumOm een hoge bloeddruk te verlagen en het risico op hartklachten te verminderen, wordt doorgaans geadviseerd om de natriuminname te beperken. Onderzoekers van de Universiteit van Zuid-Californië ontdekten echter dat een verhoogde kaliuminname minstens zo belangrijk is ter verbetering van cardiovasculaire risicofactoren en nieraandoeningen.
Het onderzoek
Het Amerikaanse onderzoeksteam beoordeelde meer dan zeventig studies met betrekking tot dieetmaatregelen bij de behandeling van hypertensie. Hierbij ontdekte men dat de interactie tussen natrium en kalium een integraal onderdeel is van het handhaven van een gezonde bloeddruk.

 

Als de inname van kalium via de voeding toeneemt, zorgen de nieren er niet alleen voor dat er meer kalium wordt uitgescheiden in de urine, maar nemen ook de door het lichaam gereabsorbeerde hoeveelheden natrium en vocht af. Op deze manier geeft een hoge kaliuminname het lichaam een signaal om de hoeveelheid natrium die wordt vastgehouden te verminderen en treedt een bloeddrukverlagend effect op. Kalium blijkt hiermee een zinvolle tegenhanger van natrium. Tevens ontdekten de onderzoekers dat een hogere inname en uitscheiding van kalium een positief effect hebben op de progressieve ontwikkeling van nier- en hartaandoeningen.

Kalium ook goed voor Nederlanders
In Nederland krijgt men via de voeding gemiddeld 3200 mg kalium binnen en behaalt men daarmee niet de aanbevolen hoeveelheid van 3500 mg zoals vastgesteld door de EFSA en gezondheidsraad. Gezien bovenstaand onderzoek lijkt het daarom zinvol om deze tekorten aan te vullen wil er optimaal van geprofiteerd worden.
off

Belangrijke rol EPA bij ADHD

maandag, januari 13, 2020 @ 11:01 AM

ADHDEen nieuwe studie, gepubliceerd in Nature Translational Psychiatry, bevestigt de rol van EPA bij ADHD. Naast DHA, zou ook EPA gesuppleerd moeten worden bij personen met ADHD met een tekort aan essentiële vetzuren. Een klinische studie van Barragán laat een aanzienlijke en significante verbetering van ADHD-symptomen zien bij het gebruik van een specifieke combinatie omega 3/6-vetzuren. Zowel alleen als in combinatie met methylfenidaat.

 

Kinderen en jongeren met ADHD blijken opvallend vaak een tekort te hebben aan essentiële vetzuren. Ondanks dat de neiging kan ontstaan te focussen op het vetzuur DHA (docosahexaeenzuur), dat essentieel is voor de hersenfunctie, laat een recente meta-analyse zien dat een subgroep patiënten met ADHD, tekorten heeft aan zowel EPA (eicosapentaeenzuur) als DHA [1]. Een studie van Chang et al. onderzocht de effecten van suppletie met EPA op ADHD-symptomen bij kinderen.

 

Effect vetzuursuppletie groter bij lage vetzuurstatus

Kinderen van 6 tot 18 jaar met ADHD (n = 92) kregen gedurende 12 weken een vetzuursupplement met 1200 mg EPA of een placebo. Na 12 weken hadden de kinderen die EPA gebruikten een significant betere concentratie dan de kinderen die placebo kregen. Het gevonden effect was sterker bij jongeren die een lage vetzuurstatus hadden aan het begin van de studie. In de totale groep ondervond 38% een verbetering, terwijl 89% van de kinderen met de laagste vetzuurstatus minder klachten had.
Suppletie met EPA bij kinderen die aan het begin van de studie een hoge vetzuurstatus hadden, bleek averechts te werken. Deze kinderen ondervonden een toename van hun impulsiviteit. Er lijkt een maximale, effectieve dosis EPA per dag te zijn die samenhangt met de endogene vetzuurstatus [2].
De wetenschappers concludeerden dat niet alleen DHA belangrijk is bij ADHD, maar dat ook EPA gesuppleerd dient te worden bij een lage vetzuurstatus.

 

Deze bevinding is in lijn met de aanbeveling van een werkgroep van ADHD-experts. Zij concludeerden recent dat suppletie met een combinatie van EPA en DHA in een dosering van minimaal 750 mg per dag de voorkeur heeft over suppletie met een enkelvoudig vetzuur [3].
Onderzoek van Barragán et al. liet eerder gunstige resultaten zien van een vetzuurcombinatie met een relatief hoog EPA-gehalte en toevoeging van GLA [4].
Een gerandomiseerde klinische studie met de specifieke vetzuurcombinatie verminderde de symptomen van ADHD aanzienlijk en bleek tevens veilig gelijktijdig gebruikt te kunnen worden met methylfenidaat, een veel voorgeschreven medicijn bij ADHD [4].

 

Combinatie omega 3/6-vetzuren effectief

In de klinische studie van Barragán werden drie onderzoeksgroepen met totaal 90 kinderen in de leeftijd van 6 tot 12 jaar gedurende een jaar met elkaar vergeleken. Een groep kreeg een vetzuursupplement met een relatief hoog EPA-gehalte, een tweede groep kreeg 1 mg per kilogram lichaamsgewicht methylfenidaat en een derde groep kreeg een combinatie van het vetzuursupplement en 0,8 mg per kilogram lichaamsgewicht methylfenidaat.
De vetzuurcombinatie bestond uit 558 mg EPA, 174 mg DHA en 60 mg GLA (gamma-linoleenzuur, een omega 6-vetzuur), in de verhouding 9:3:1. Deze vetzuurcombinatie als monotherapie verbeterde na drie maanden de aandacht evenveel als methylfenidaat en dit effect bleef bestaan tot het eind van de studie. Het grootste effect op hyperactiviteit-impulsiviteit werd gezien met de gecombineerde behandeling (omega 3/6-vetzuren en methylfenidaat) [4].

 

Minder bijwerkingen methylfenidaat

Het gebruik van methylfenidaat geeft geregeld bijwerkingen, zoals verminderde eetlust en slapeloosheid. Uit de studie van Barragán bleek tevens dat het gebruik van een vetzuurpreparaat met de specifieke combinatie omega 3/6-vetzuren met een hoog EPA-gehalte veelvoorkomende bijwerkingen van methylfenidaat kan verminderen. Kinderen die methylfenidaat in combinatie met omega 3/6-vetzuren gebruikten hadden de helft minder last van een eetlustgebrek, dan kinderen die alleen methylfenidaat kregen. Daarnaast kwam bij deze groep helemaal geen slaapgebrek voor, terwijl 20% van de kinderen die methylfenidaat gebruikten hier last van had.
Het onderzoek laat zien dat de specifieke vetzuurcombinatie met een relatief hoog EPA-gehalte en toevoeging van GLA effectief is bij kinderen met ADHD en dat deze niet alleen veilig gelijktijdig gebruikt kan worden met methylfenidaat, maar ook de bijwerkingen van methylfenidaat significant vermindert [4].

 

Referenties:

  1. Chang JPC, Su KP, Mondelli V, et al. Omega-3 Polyunsaturated Fatty Acids in Youths with Attention Deficit Hyperactivity Disorder: A Systematic Review and Meta-Analysis of Clinical Trials and Biological Studies. Vol. 43, Neuropsychopharmacology. Nature Publishing Group; 2018. p. 534–45.
  2. Chang JPC, Su KP, Mondelli V, et al. High-dose eicosapentaenoic acid (EPA) improves attention and vigilance in children and adolescents with attention deficit hyperactivity disorder (ADHD) and low endogenous EPA levels. Transl Psychiatry. 2019 Dec 1;9(1).
  3. Banaschewski T, Belsham B, Bloch MH, et al. Supplementation with polyunsaturated fatty acids (PUFAs) in the management of attention deficit hyperactivity disorder (ADHD). Nutr Health. 2018;24(4):279–84.
  4. Barragán E, Breuer D, Döpfner M. Efficacy and Safety of Omega-3/6 Fatty Acids, Methylphenidate, and a Combined Treatment in Children With ADHD. J Atten Disord. 2017 Mar 1;21(5):433–41.

 

Bron: Springfield Nutra

off

CreatineSporters in disciplines waarbij verzuring een factor van betekenis is – zoals roeiers, hardlopers en wielrenners – hebben waarschijnlijk baat bij suppletie met creatine en HMB. Spaanse onderzoekers, verbonden aan de University of the Basque Country, ontdekten dat onder omstandigheden waarbij de lactaatconcentratie in het bloed hoog oploopt, de creatine-HMB-combo sporters sneller maakt. Hun humane studie verscheen in Nutrients.

 

Studie

 

Lees meer…

off

CurcumaCardiotraining maakt je bloedvaten gezonder. De verhoogde hartslag tijdens sport verjongt het epitheel van je vaatwanden. Dat verjongingsproces verloopt soepeler als je niet alleen traint, maar ook curcumine [structuurformule hiernaast] gebruikt, ontdekten onderzoekers van de University of Tsukuba in Japan.

 

Curcumine

 

Lees meer…

off

LavendelIn 2014 schreven fytotherapiedeskundige Tedje van Asseldonk en psychiater Raphael Schulte al mee aan een artikel in het Tijdschrift voor de psychiatrie over de plek van lavendelolie in de behandeling van gegeneraliseerde angststoornissen (Schulte 2014). Onlangs is in een nieuwe publicatie het gebruik van lavendelolie bij een gegeneraliseerde angststoornis wederom bevestigd (Yap 2019).

 

De multidisciplinaire Richtlijn Angststoornissen (2013) beveelt voor de behandeling van de gegeneraliseerde angststoornis naast cognitieve therapie als farmacotherapeutische opties aan: antidepressiva, buspiron, benzodiazepinen of pregabaline. Verder worden als algemene anxiolytica de fytotherapeutica kava-kava, passiflora en valeriaan genoemd. Uit onderzoek blijkt dat lavendelolie in capsulevorm angstremmend werkt en kandidaat zou moeten zijn om in de richtlijn opgenomen te worden als deze geupdate wordt.

 

Van Asseldonk en Schulte bespraken in hun artikel de studie van Kasper e.a. (2014). Zij verrichtten een dubbelblinde, gerandomiseerde studie waarin zij bij gegeneraliseerde angststoornis placebo en paroxetine vergeleken met een gestandaardiseerd lavendeloliepreparaat (silexan), dat in Duitsland als geregistreerd geneesmiddel in capsulevorm op de markt is. Er voldeden 539 volwassen patiënten uit Duitse huisartsen- of psychiaterpraktijken aan de DSM-IV-criteria voor een gegeneraliseerde angststoornis en een score van minstens 18 punten op de Hamilton Anxiety Scale (ham-a; overeenkomend met minstens lichte tot matig ernstige klachten). Zij werden gerandomiseerd naar 160 mg lavendelolie, 80 mg lavendelolie, 20 mg paroxetine of placebo. In de studie bleek zowel 160 mg als 80 mg lavendelolie op alle uitkomstmaten werkzamer dan placebo. Paroxetine onderscheidde zich, vermoedelijk op basis van selectieve uitval vroeg in de studie, slechts in de observed-casesanalyse van placebo. De effectgrootte (Cohens d) bij angstklachten was 0,50 vs. 0,37 vs. 0,21 voor resp. lavendelolie 160 mg, 80 mg en paroxetine 20 mg, zonder significante verschillen tussen deze waarden.

 

Het besproken onderzoek samen met eerdere gecontroleerde trials leidden in 2014 tot de conclusie dat silexan in een dosis van 80 mg tot 160 mg anxiolytisch werkzaam is. Auteurs gaven toen al aan dat zodra het in Nederland op de markt zou komen, het een alternatief zou kunnen zijn voor patiënten die de gangbare behandelingen niet wensen of niet verdragen. De recente studie (Yap 2019) bevestigd deze uitspraak wederom, met name voor de dosering van 160 mg.

 

Referenties:
Schulte, P. , van Asseldonk, T (2014) Lavendelolie bij gegeneraliseerde angststoornis Tijdschrift voor de psychiatrie nummer 56, p 619-620. Geraadpleegd 31 december 2019
Yap, W. S., Dolzhenko, A. V., Jalal, Z., Hadi, M. A., & Khan, T. M. (2019). Efficacy and safety of lavender essential oil (Silexan) capsules among patients suffering from anxiety disorders: A network meta-analysis. Scientific Reports, 9(1), 18042.

 

Bron: https://www.vnig.nl/nieuws/wetenschap/lavendelolie-bij-gegeneraliseerde-angststoornis/

off

Choline hersenenBetere cognitieve prestaties en zelfs een verminderde kans op dementie: ze zijn gerelateerd aan een hogere inname van choline. Fins onderzoek toont het belang voor de hersenen van deze onderschatte voedingsstof, die vaak wordt gerekend tot de B-vitaminen. Eieren en vlees waren in de onderzoekspopulatie de belangrijkste leveranciers van choline.

 

De oorsprong van het onderzoek gaat terug naar de jaren tachtig van de vorige eeuw, toen al vaker werd gepubliceerd over de betekenis van choline voor het geheugen. De gegevens over gezondheidssituatie en voedingsinname werden ontleend aan de in Finland verrichte, langlopende Kuopio Ischaemic Heart Disease Risk Factor Study (KIHD). Het ging om 2497 mannen in de leeftijd van 42 tot 60 jaar in de periode 1984-1989, van wie een groep van 482 vier jaar daarna vijf verschillende cognitieve tests ondergingen. De follow-up bedroeg 21,9 jaar en in die tijd ontwikkelden 337 mannen dementie.

 

In de consumptie door de onderzoeksdeelnemers was fosfatidylcholine de belangrijkste vorm van choline. Zij kregen deze stof voor 39% binnen via eieren en voor 37% via vlees. Omdat fosfatidylcholine noodzakelijk is voor de productie van de neurotransmitter acetylcholine, wordt aangenomen dat ze een positieve invloed op de cognitie kan uitoefenen. Om daar duidelijkheid in te scheppen, werd gecontroleerd voor andere leefstijl- en voedingsfactoren en ook voor de aanwezigheid van APOE-e4. Dit ‘alzheimer-gen’ komt relatief vaak voor onder de Finse bevolking.

 

Uit de resultaten bleek dat het risico op dementie 28% lager lag bij mannen met de hoogste inname van fosfatidylcholine in vergelijking met degenen met de laagste inname. Dat verband was er niet wanneer er naar de totale inname van choline werd gekeken. Voor zowel fosfatidylcholine afzonderlijk als voor het totaal aan choline werd een associatie vastgesteld met betere cognitieve prestaties, met name bij geheugenfuncties en taalvaardigheden. De gevonden verbanden bleven in stand wanneer rekening werd gehouden met het APOE-e4 gen.

 

Referentie:
Ylilauri MPT, Voutilainen S, Lönnroos E, Virtanen HEK, Tuomainen TP, Salonen JT, Virtanen JK. Associations of dietary choline intake with risk of incident dementia and with cognitive performance: the Kuopio Ischaemic Heart Disease Risk Factor Study. Am J Clin Nutr. 2019 Dec 1;110(6):1416-1423. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/31360988

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/4763

off