Topsport consultant

Publicaties

Suppletieschema’s

Omega-3Een pilotstudie uitgevoerd door onderzoekers van het ‘Fatty Acid Research Institute’ en medewerkers van het Cedars-Sinai Medical Center in Los Angeles en Orange County, toonde aan dat hoge spiegels van omega-3-vetzuren in het bloed de sterftekans door COVID-19 verlagen.

 

In deze studie werden honderd patiënten geïncludeerd die in het ziekenhuis werden opgenomen met COVID-19. Van deze patiënten waren al bloedmonsters opgeslagen. Bij opname werd opnieuw bloed afgenomen en klinische uitkomstmaten vastgelegd. Het bloed werd onder andere geanalyseerd op de omega-3-index (O3I, EPA + DHA in rode bloedcellen).

 

De honderd patiënten werden in vier kwartielen ingedeeld op basis van hun O3I. Er was een sterfgeval in het hoogste kwartiel en er waren er dertien onder de rest van de patiënten. Na regressie-analyse (aangepast voor leeftijd en geslacht) hadden degenen in het hoogste kwartiel 75% minder kans om te overlijden dan degenen in de lagere drie kwartielen (p=0,07). Met andere woorden, het relatieve risico voor sterfte was ongeveer vier keer zo hoog bij degenen met een lagere O3I vergeleken met degenen met hogere spiegels.

 

Een excessieve inflammatoire respons ofwel cytokinestorm is een belangrijk kenmerk van ernstige COVID-19. Omega-3-vetzuren hebben krachtige anti-inflammatoire eigenschappen en deze pilotstudie wijst op een mogelijke bescherming tegen deze cytokinestorm. Uiteraard zijn grotere studies nodig om deze bevindingen te bevestigen.

 

Referentie:
Asher, A., Tintle, N. L., Myers, M., Lockshon, L. et al. Blood omega-3 fatty acids and death from COVID-19: A Pilot Study. Prostaglandins, Leukotrienes and Essential Fatty Acids, 2021, 102250.

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/5374

LeververvettingMensen met metabole aandoeningen, waaronder leververvetting, vertonen een instabiel darmmicrobioom en een verminderde diversiteit van darmbacteriën. Hierdoor kunnen pathogene bacteriën zich beter handhaven en ontstaat er een grotere gevoeligheid voor dysbiose-gerelateerde ziekten zoals diabetes type 2. Deelnemers die tijdens een vijfjarige studie leververvetting of diabetes ontwikkelden, bleken bij aanvang van de studie al significantie veranderingen in de microbiota te vertonen. Het microbioom kan daarom mogelijk van voorspellende waarde bij het bepalen wie een verhoogd risico heeft op de ontwikkeling van metabole aandoeningen.

 

Tijdens de vijfjarige studie werd bij 1282 deelnemers twee ontlastingsmonsters afgenomen. De onderzoekers probeerden op basis van de verschillen tussen deze twee monsters te bepalen of er factoren zijn die geassocieerd zijn met een instabiel microbioom en het ontstaan van metabole aandoeningen.

 

Opvallend was dat de samenstelling van het microbioom relatief stabiel bleef gedurende het onderzoek. De grootste instabiliteit werd gevonden bij mensen met leververvetting en diabetes. Bij deze mensen werd tevens vaker een overgroei aan enterobacteriaceae en escherichia/shigella gevonden. Deelnemers die bij aanvang van de studie nog klachtenvrij waren, maar gedurende de studie leververvetting of diabetes ontwikkelden, bleken na analyse van de monsters aan het begin van de studie al specifieke verstoringen in het microbioom te hebben. Deze veranderingen werden gevonden in clostridium-cluster XIVa welke betrokken is bij de stofwisseling van fosfatidylcholine en de vetzuursynthese.

 

Daartegenover staat dat vrouwen en deelnemers met een gezonde exocriene pancreasfunctie juist een stabieler microbioom hadden.

 

Referentie:
Frost F, Kacprowski T, Rühlemann M, et al Long-term instability of the intestinal microbiome is associated with metabolic liver disease, low microbiota diversity, diabetes mellitus and impaired exocrine pancreatic function. Gut 2021;70:522-530.

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/5381

Curcumine verhoogt werking van glucosamine

woensdag, maart 3, 2021 @ 04:03 PM

CurcumaGlucosamine sulfaat, al of niet in combinatie met chondroïtine, is een degelijke natuurlijke remedie tegen artritispijn. Mensen moeten enkel het geduld hebben om de glucosamine opbouw in het lichaam toe te laten. Dit kan drie tot maximaal twaalf weken duren. Het prachtige van glucosamine is dat het tijdens dit opbouwproces probleemloos kan gecombineerd worden met pijnstillers en de klassieke ontstekingsremmers.

 

Uit een wetenschappelijke studie blijkt dat de pijnstillende en herstellende kracht van glucosamine en chondroitine (GC 12) kan verdubbeld worden door het glucosaminepreparaat samen in te nemen met een voedingssupplement dat kurkuma bevat. Curcumine is een antioxidant die krachtiger werkt dan vitamine E. Het ruimt dus ook ziekmakende vrije radicalen op waardoor ontstekingsreacties – dit typisch zijn bij artritispatiënten – verminderen. Kurkuma zet het lichaam zelfs aan om eigen natuurlijke cortisone aan te maken via de bijnieren.

 

Referenties:
Toegel S, Wu SQ, Piana C, Unger FM, Wirth M, Goldring MB, Gabor F, Viernstein H.
Comparison between chondroprotective effects of glucosamine, curcumin, and diacerein in IL-1beta-stimulated C-28/I2 chondrocytes. Osteoarthritis Cartilage.
Davis JM, Murphy EA, Carmichael MD, Zielinski MR, Groschwitz CM, Brown AS, Gangemi JD, Ghaffar A, Mayer EP. Curcumin effects on inflammation and performance recovery following eccentric exercise-induced muscle damage.
Sterzi S, Giordani L, Morrone M et al. The efficacy and safety of a combination of glucosamine hydrochloride, chondroitin sulfate and bio-curcumin with exercise in the treatment of knee osteoarthritis: a randomized, double-blind, placebo-controlled study. Eur J Phys Rehabil Med. 2016 Jun;52(3):321-30

 

Bron: ABC Gezondheid

off

GemberBinnenkort begint weer het hooikoortsseizoen: boompollen, graspollen en andere allergenen, zoals huisstofmijt en dieren, kunnen allergische rhinitis veroorzaken. En dat kan lastig zijn: continu niezen of tranende ogen, ontsteking van slijmvliezen… én lang duren.
Reguliere behandeling: contact vermijden en antihistaminica.
Maar het eerste is zeer moeilijk, en de pillen hebben vaak vervelende neveneffecten, zoals vermoeidheid en slaperigheid. Een gezondere oplossing zou dus welkom zijn.

 

Vroegere studies wezen gember al aan als mogelijke remedie, en een recente klinische studie bevestigt dit: 80 mensen met allergische rhinitis werden blind ingedeeld in 2 groepen: 500 mg gember, tegenover een antihistaminicum (loratadine 10 mg).
Evaluatie na 3 en 6 weken: het effect van gember op de symptomen van allergische rhinitis was even goed als bij het antihistaminicum: significante vermindering van de klachten, zwelling van het neusslijmvlies, niezen en tranende ogen. Dit zonder bijwerkingen (behalve soms oprispingen). En: het effect hield nog wekenlang aan.

 

Referenties:
Yamprasert R et al. Ginger extract versus Loratadine in the treatment of allergic rhinitis: a randomized controlled trial. BMC Complement Med Ther 2020 Apr 20;20(1):119.
Kawamoto Y et al. Prevention of allergic rhinitis by ginger and the molecular basis of immunosuppression by 6-gingerol through T cell inactivation J Nutr Biochem 2016; 27:112-22.
Mao QQ et al. Bioactive Compounds and Bioactivities of Ginger (Zingiber officinale Roscoe). Foods. 2019 May 30;8(6):185.
de Lima RMT et al. Protective and therapeutic potential of ginger (Zingiber officinale) extract and [6]-gingerol in cancer: A comprehensive review. Phytother Res. 2018 Oct;32(10):1885-1907.

 

Bron: ABC Gezondheid

off

Omega-3-supplementen verbeteren slaap

zaterdag, februari 27, 2021 @ 08:02 PM

Visolie slaapVoedingssupplementen rijk aan omega-3-vetzuren, vooral DHA, kunnen de slaapkwaliteit van gezonde jonge volwassenen helpen verbeteren, volgens een recente Britse klinische studie. De placebo-gecontroleerde, dubbelblinde, gerandomiseerde studie, is de eerste klinische studie die positieve effecten aantoont bij ‘normale’ slapers.

 

De deelnemers (n=84) , die gewoonlijk weinig vette vis consumeren, waren volwassenen in de leeftijd van 25-49 jaar. Ze werden willekeurig ingedeeld om gedurende 26 weken een van de drie volgende behandelingen te ondergaan: placebo (geraffineerde olijfolie), DHA-rijke olie (900 mg DHA en 270 mg EPA/dag) of EPA-rijke olie (360 mg DHA en 900 mg EPA/dag).

 

De deelnemers ontvingen een actiwatch (horloge dat rust- en activiteitpatroon meet), slaapdagboek en materiaal om urine te verzamelen. Gedurende week 13 vulden ze bovendien vragenlijsten in: de Leeds Sleep Evaluation Questionnaire(LSEQ) en subjectieve scores.

 

In vergelijking met placebo zagen de onderzoekers bij gebruik van DHA-rijke olie verbeteringen in de slaapefficiëntie en de slaapintervallen. Deelnemers meldden echter ook dat ze zich minder energiek en uitgerust voelden in vergelijking met de placebogroep en dat ze minder ‘klaar’ waren voor het leveren van prestatie.

 

In de EPA-rijke groep was een trend te zien richting verbeterde slaapefficiëntie in vergelijking met placebo en een significante afname van zowel de totale tijd in bed als de totale slaaptijd in vergelijking met de DHA-rijke olie. Er werden geen significante effecten van beide behandelingen vastgesteld op de uitscheiding via de urine van 6-sulfatoxymelatonine.

 

Op basis van deze resultaten concluderen de auteurs dat suppletie met DHA-rijke olie bij gezonde volwassenen die niet regelmatig vette vis consumeren, resulteerde in een significante toename van slaapefficiëntie en een significante afname van slaaponderbrekingen in vergelijking met placebo. Hoewel deelnemers aan de EPA-rijke oliegroep de kortste slaaptijden rapporteerden, leek dit niet te leiden tot vermindering van de slaapkwaliteit.

 

Referentie:
Patan MJ, Kennedy DO, Husberg C et al. Differential Effects of DHA-and EPA-Rich Oils on Sleep in Healthy Young Adults: A Randomized Controlled Trial. Nutrients, 2021, 13.1: 248.

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/webartikelen/omega-3-supplementen-verbeteren-slaap

off

KindEen zinktekort zou de hersenfunctie bij kinderen met ADHD negatief kunnen beïnvloeden. Wetenschappers hebben dit verder onderzocht in een klinische studie waarbij zinksuppletie werd gecombineerd met het gebruik van methylfenidaat. De combinatie van zink en methylfenidaat verbeterde de aandacht van de kinderen.

 

Behandeling van ADHD is een uitdaging, omdat gedrags- en farmacologische therapie maar een beperkt effect hebben. Daarom wordt er de laatste jaren uitgebreider onderzoek gedaan naar de effecten van nutriënten op ADHD-symptomen.

 

Een van deze nutriënten is zink. Dit mineraal speelt een belangrijke rol in de hersenstofwisseling. Bovendien is aangetoond dat een deel van de kinderen met ADHD een zinktekort heeft.

 

Effect van zink op de hersenen

Aan het gerandomiseerde klinische onderzoek namen zestig kinderen deel tussen de zeven en twaalf jaar oud. Alle kinderen gebruikten al methylfenidaat in een dosering van 0,5-1 mg per kg lichaamsgewicht per dag. De helft van de groep ging daarnaast 10 mg zink per dag gebruiken, de andere helft kreeg een placebo. Aan het begin van de studie en na zes weken vulden de ouders van de kinderen een vragenlijst in (Connors Parent’s Questionnaire) om de ernst van de ADHD-symptomen te bepalen.
De wetenschappers vonden geen verschil in de totale score, impulsief gedrag of hyperactiviteit na zinksuppletie. Ze vonden echter wel dat suppletie met zink de aandacht van de kinderen had verbeterd.

 

Zink is een belangrijke co-factor bij de productie van neurotransmitters, prostaglandines, melatonine en indirect ook dopamine. Zink kan de affiniteit van methylfenidaat voor de dopamine transporter in de hersenen verhogen. Daarnaast heeft zink een effect op de stabiliteit van het celmembraan en speelt het een rol bij de omzetting van tryptofaan in serotonine onder invloed van vitamine B6.

 

De onderzoekers geven aan dat zinksuppletie, als toevoeging aan de behandeling met methylfenidaat, aandachtstekort kan verbeteren bij kinderen met ADHD. Bovendien is het veilig in gebruik, ook in combinatie met methylfenidaat.

 

Referentie:

Noorazar SG, Malek A, Aghaei SM, et al. The efficacy of zinc augmentation in children with attention deficit hyperactivity disorder under treatment with methylphenidate: A randomized controlled trial. Asian J Psychiatr. 2020 Feb;48:101868.

 

Bron: Springfield Nutra

off

Darmontsteking, ijzerstatus en vitamine D

zaterdag, februari 27, 2021 @ 07:02 PM

DarmenChronische inflammatie verstoort de beschikbaarheid van ijzer. Dit is een gevolg van verhoogde spiegels van hepcidine, geïnduceerd door inflammatie. Patiënten met chronische darmontsteking kunnen daardoor een lage ijzerstatus of een anemie ontwikkelen. Suppletie met vitamine D kan hepcidinespiegels verlagen en de ijzerstatus verbeteren, zo blijkt uit onderzoek.

 

IJzertekort en anemie komen vaak voor bij patiënten met chronische darmontsteking (IBD). Dit kan het resultaat zijn van een combinatie van een lage inname via de voeding, gastro-intestinaal bloedverlies en een verhoogde hepcidinespiegel door inflammatie.
Een ijzertekort komt voor bij 36-76% van de IBD-patiënten en bij 10-15% van de coeliakie-patiënten [1].

 

Hepcidine

Het hormoon hepcidine uit de lever speelt een sleutelfunctie voor de regulering van de ijzerhomeostase. Deze regulering moet ervoor zorgen dat er voldoende ijzer beschikbaar is zonder dat er een overmaat ontstaat, omdat dit oxidatieve schade kan veroorzaken.
Chronische inflammatie, inclusief laaggradige inflammatie, leidt tot chronisch verhoogde spiegels van hepcidine. Met name het ontstekingscytokine interleukine-6 (IL-6) geeft een toename van hepcidine. Dit vermindert de beschikbaarheid van ijzer voor de aanmaak van hemoglobine. Behandeling van de onderliggende inflammatie kan meestal ook het ijzertekort verbeteren.

 

Vitamine D remt hepcidinestijging bij inflammatie

Zowel kinderen als volwassenen met IBD, zoals de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa, hebben vaak een vitamine D-tekort. In epidemiologische studies is een verband gevonden tussen vitamine D-tekort en een verhoogd risico op anemie, met name anemie door inflammatie [2,3].
Verder wijzen studies op een ontstekingsremmende werking van vitamine D.

Studies bij patiënten met IBD laten zien dat de vitamine D-status in verband staat met hepcidine- en ijzerspiegels en hemoglobinegehalte [2,3]. Gebleken is dat vitamine D een regulerende invloed heeft op hepcidine [3]. Een vitamine D-spiegel vanaf 75 nmol/l zou nodig zijn om hepcidinespiegels laag te houden en het hemoglobinegehalte te verbeteren bij kinderen met IBD [2].

In een Israëlische studie werden 18 kinderen met pas gediagnosticeerde, stabiele en milde tot matig-ernstige IBD uitsluitend behandeld met een hoge dosis vitamine D3 (4000 IU/d; 100 mcg/d) [3]. Bij aanvang van de studie waren de spiegels van hepcidine, IL-6 en C-reactief proteïne (CRP, een ontstekingsmarker) significant hoger en de ijzerparameters en Hb-gehalte significant lager dan bij de kinderen zonder IBD, die als controlegroep fungeerden.

Na twee weken suppletie met vitamine D3 steeg de gemiddelde vitamine D-spiegel van 56,2 naar 81,2 nmol/l. Hepcidine- en CRP-spiegels daalden beiden met 81%. De daling in IL-6 was niet significant. Deze studie bevestigt dat hepcidine betrokken is bij het ontstaan van ijzergebreksanemie bij kinderen met IBD.

De onderzoekers concluderen dat suppletie met hoog gedoseerd vitamine D3 hepcidinespiegels onderdrukt en daarmee een potentiële rol kan spelen bij de behandeling van anemie bij IBD-patiënten [3].

 

Sucrosomiaal ijzer

Bij IBD die onder controle is kan na een tijd toch weer opnieuw anemie ontstaan door de aanwezigheid van subklinische inflammatie in de darmmucosa [4]. Wanneer ijzersuppletie geboden is zou sucrosomiaal ijzer een uitkomst kunnen bieden voor patiënten met IBD.
Sucrosomiaal ijzer biedt een effectieve toedieningsvorm voor orale suppletie in situaties met een verstoorde ijzeropname en wanneer gangbare orale ijzerpreparaten slecht verdragen worden door gastro-intestinale bijwerkingen, wat met name bij IBD problematisch kan zijn.

Sucrosomiaal ijzer is een relatief nieuwe orale vorm van ijzer die goed verdragen wordt en waarvan de opname niet geremd wordt door hepcidine.
Een pilotstudie bij patiënten met inactieve tot matig-actieve IBD en milde ijzergebreksanemie suggereert bovendien dat verbetering van de ijzerparameters en Hb-gehalte met sucrosomiaal ijzer (30 mg ijzer/d), niet gepaard gaat met een meetbare hoeveelheid van vrij circulerend ijzer (non-transferrin bound iron, NTBI), wat wel het geval kan zijn bij gangbare ijzerzouten [5].
Het is belangrijk om NTBI te voorkomen bij patiënten met ontstekingsziekten zoals IBD, omdat het oxidatieve schade kan veroorzaken.

 

Referenties:

  1. Gómez-Ramírez S, Brilli E, Tarantino G, et al. Sucrosomial® Iron: A New Generation Iron for Improving Oral Supplementation. Pharmaceuticals (Basel). 2018 Oct 4;11(4):97.
  2. Syed S, Michalski ES, Tangpricha V, et al. Vitamin D Status Is Associated with Hepcidin and Hemoglobin Concentrations in Children with Inflammatory Bowel Disease. Inflamm Bowel Dis. 2017 Sep;23(9):1650-1658.
  3. Moran-Lev H, Galai T, Yerushalmy-Feler A, et al. Vitamin D Decreases Hepcidin and Inflammatory Markers in Newly Diagnosed Inflammatory Bowel Disease Paediatric Patients: A Prospective Study. J Crohns Colitis. 2019 Sep 27;13(10):1287-1291.
  4. Murawska N, Fabisiak A, Fichna J. Anemia of Chronic Disease and Iron Deficiency Anemia in Inflammatory Bowel Diseases: Pathophysiology, Diagnosis, and Treatment. Inflamm Bowel Dis. 2016 May;22(5):1198-208.
  5. Abbati G, Incerti F, Boarini C, et al. Safety and efficacy of sucrosomial iron in inflammatory bowel disease patients with iron deficiency anemia. Intern Emerg Med. 2019 Apr;14(3):423-431.

 

Bron: Springfield Nutra

off

Drie gram glycine verbetert je slaap

zaterdag, februari 27, 2021 @ 07:02 PM

SlaapAls je een uur voordat je naar bed gaat 3 gram glycine binnenkrijgt, dan slaap je beter. Dat ontdekten onderzoekers van de Japanse ingrediëntenfabrikant Ajinomoto in een klein onderzoek, waarin negentien vrouwelijke werknemers van het bedrijf fungeerden als proefpersoon.

 

Glycine & slaap

 

Lees meer…

off

Een mensenleven met een doel duurt langer

maandag, februari 22, 2021 @ 03:02 PM

LevensdoelHet winnen van een wedstrijd. Het behoud van een natuurgebied. Ervoor zorgen dat je kinderen op hun pootjes terechtkomen. Het maakt niet uit wat je levensdoel precies is, zolang je er maar eentje hebt. Volgens Amerikaanse psychologen verlengt een levensdoel de levensduur.

 

Levensdoel

 

Lees meer…

off

ParadontitisGebruik van hormonale anticonceptiva wordt in verband gebracht met een verhoogd risico op trombose en cardiovasculaire aandoeningen. De laatste jaren wordt ook steeds duidelijker dat gebruik de mondgezondheid kan beïnvloeden. Vrouwen die de pil gebruiken blijken een grotere kans op parodontitis te hebben.

 

Wetenschappers hebben naar de studies gekeken waarin de relatie tussen tandvleesontsteking en gebruik van hormonale anticonceptiva onderzocht werd. Totaal werden achttien artikelen gebruikt voor de kwalitatieve analyse. Vijf hiervan waren tevens geschikt voor een kwantitatieve analyse. Vrouwen in de studies gebruikten overwegend de pil. In aan aantal studies werd ook de prikpil of een implantaat gebruikt.

 

Vrouwen die hormonale anticonceptiva gebruikten, hadden vaker last van tandvleesontsteking waarbij de parodontale hechting was afgenomen (een maat om de ernst van parodontitis te bepalen).

 

De gebruikte onderzoeken maakten in hun metingen gebruik van verschillende eenheden, wat een vergelijking bemoeilijkte. Echter, uit vijftien van de achttien studies blijkt een associatie tussen het gebruik van hormonale anticonceptiva en de ernst van de tandvleesontsteking. Bovendien is er een biologische verklaring te geven voor de gevonden associatie. Geslachtshormonen spelen een rol in de ontstekingsreacties die kunnen plaatsvinden in tandvlees. Oestrogeen kan de collageenstofwisseling in tandvlees beïnvloeden en progesteron heeft invloed op de doorlaatbaarheid van het mondepitheel.

 

De wetenschappers geven aan dat de huidige beschikbare studies wijzen op een associatie tussen anticonceptiegebruik en tandvleesproblemen. De studies zijn echter klein, waardoor grotere onderzoeken nodig zijn om deze bevindingen verder te toetsen.

 

Referentie:
Castro MML, Ferreira MKM, Prazeres IEE, et al Is the use of contraceptives associated with periodontal diseases? A systematic review and meta-analyses. BMC Women’s Health 21, 48 (2021).

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/5363

off