Topsport consultant

Publicaties

Suppletieschema’s

Paranoten voor een scherpe geest

zondag, december 5, 2021 @ 07:12 PM

ParanotenVolgens een Braziliaanse studie houdt één paranoot per dag je geest al scherp. Na zes maanden hadden deelnemers van die studie een vloeiender taalgebruik gekregen en konden ze sneller objecten in elkaar puzzelen. De deelnemers waren gemiddeld 77 jaar. De artsen legden de verklaren voor deze resultaten bij het hoge seleniumgehalte van paranoten.

 

Selenium is een mineraal dat bepaalde enzymen in het lichaam nodig hebben. Met name enzymen die onmisbaar zijn in de strijd tegen oxidatieve stress gebruiken selenium. Inderdaad toonde deze studie naast een toename van het seleniumgehalte in het bloed ook een toename van de activiteit van een antioxidant-enzym dat selenium nodig heeft. Een paranoot kan meer dan 200 µg selenium bevatten, dat is veel meer dan wat westerse voeding gemiddeld per dag opbrengt.

 

Referentie:
Rita Cardoso B1, Apolinário D, da Silva Bandeira V, Busse AL, Magaldi RM, Jacob-Filho W, Cozzolino SM et al. Effects of Brazil nut consumption on selenium status and cognitive performance in older adults with mild cognitive impairment: a randomized controlled pilot trial. Eur J Nutr. 15 018. [Epub ahead of print]

 

Bron: ABC Gezondheid

Psychobiotica bij depressie: de toekomst?

zondag, december 5, 2021 @ 07:12 PM

Psychobiotica-depressieVeel mensen krijgen ergens in hun leven te maken met depressie, van tijdelijk en licht, tot zeer zware, moeilijk behandelbare depressie. Antidepressiva helpen vaak niet of onvoldoende, en zorgen vaak voor ongewenste neveneffecten.
Er zijn verschillende soorten depressie, maar ondertussen zijn de meeste werkingsmechanismen wel in kaart gebracht.

 

Doordat de darm-brein-darm-as in grote mate gemoduleerd wordt door het microbioom (darmflora) ontstond een nieuwe invalshoek voor de behandeling van depressie: er blijkt namelijk vaak een ‘depressief microbioom’ aan de basis te liggen van psychische problemen. En in diverse studies met ‘psychobiotica’ werden al zeer goede resultaten geboekt om de symptomen van depressie te verminderen. Zowel als monotherapie als in combinatie met antidepressiva.
Maar ook preventief kunnen goede pre- en probiotica het microbioom dusdanig gunstig beïnvloeden dat zware depressie minder kans krijgt. Ook gezonde/gefermenteerde voeding en beweging kunnen voor positieve effecten zorgen.

 

Referenties:
Johnson D et al. Exploring the Role and Potential of Probiotics in the Field of Mental Health: Major Depressive Disorder. Nutrients. 2021 May 20;13(5):1728.
Liu RT et al. Prebiotics and probiotics for depression and anxiety: A systematic review and meta-analysis of controlled clinical trials. Neurosci Biobehav Rev. 2019 Jul;102:13-23.
Vaghef-Mehrabany E et al. Can psychobiotics “mood” ify gut? An update systematic review of randomized controlled trials in healthy and clinical subjects, on anti-depressant effects of probiotics, prebiotics, and synbiotics. Clin Nutr. 2020 May;39(5):1395-1410.
Sanada K et al. Gut microbiota and major depressive disorder: A systematic review and meta-analysis. J Affect Disord. 2020;266:1–13.
Kazemi A et al. Effect of prebiotic and probiotic supplementation on circulating pro-inflammatory cytokines and urinary cortisol levels in patients with major depressive disorder: A double-blind, placebo-controlled randomized clinical trial. J Funct Foods. 2019; 52:596-602.

 

Bron: ABC Gezondheid

Covid-19Vitamine D-tekorten zijn ‘pandemisch’, vooral buiten de zomermaanden, en zeker bij kwetsbare ouderen. Een adequate vitamine D-voorraad blijkt van cruciaal belang als bescherming tegen de ontwikkeling van ernstige COVID-19-ziekte.

 

Na enkele kleine, positieve studies, namen Franse onderzoekers de proef op de som in de GERIA-COVID studie bij COVID-19 gehospitaliseerde ouderen. De vitamine D3-suppletie voorafgaand aan de opname werd in kaart gebracht, evenals de overlevingskansen na 3 maanden. Er werden diverse doseringen en frequenties genoteerd: dagelijks 800 IE, of hogere dosissen van 50.000 IE om de 2-3 maand.

 

De resultaten: in de suppletiegroep bleek 3 maanden na de COVID-19-diagnose ruim 76% nog in leven te zijn, bij wie geen D-supplementen nam was dit slechts 53,6%.

 

Conclusie: Kwetsbare ouderen met COVID-19 hebben een grotere overlevingskans als zij vooraf vitamine D nemen. Over de beste dosis werd nog geen uitspraak gedaan. Vitamine D-suppletie is dus een goedkoop en toegankelijk preventiemiddel, ook tegen COVID-19.

 

Referenties:
Annweiler C et al. Vitamin D supplementation prior to or during COVID-19 associated with better 3-month survival in geriatric patients: Extension phase of the GERIA-COVID study.
J Steroid Biochem Mol Biol. 2021 Oct; 213: 105958.
https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC8319044/
Glinsky GV. Tripartite combination of candidate pandemic mitigation agents: vitamin d, quercetin, and estradiol manifest properties of medicinal agents for targeted mitigation of the COVID-19 pandemic defined by genomics-guided tracing of SARS-CoV-2 targets in human cells. Biomedicines. 2020;8:129.
Annweiler G, Corvaisier M., Gautier J. Vitamin d supplementation associated to better survival in hospitalized frail elderly COVID-19 patients: the GERIA-COVID quasi-experimental study. Nutrients. 2020;12:E3377.
Annweiler C, Célarier T et al. Vitamin D and survival in COVID-19 patients: a quasi-experimental study. J. Steroid Biochem. Mol. Biol. 2020;204

 

Bron: ABC Gezondheid

Reuk- en smaakverlies

zondag, december 5, 2021 @ 07:12 PM

Geur ouderOgenschijnlijk onschuldig maar niet minder belastend

Hoe reukverlies door virale infecties kan ontstaan, is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk beschadigt het virus de cellen van het reukorgaan boven in de neus of zorgt het voor een ontsteking van de reukzenuw. [1]

 

Bevorderen herstel

De status van vitamine A [2], B12 en D en zink zijn van belang voor herstel en preventie van chronisch reuk- en smaakverlies. Zinkdeficiëntie is vooral gerelateerd aan smaakverlies. [2-5] Bestaat een deficiëntie van één of meer van deze voedingsstoffen, dan is suppletie zinvol.

 

Praktische tips

  1. Een goede nutriëntenstatus, zeker van vitamine A, B12, D en zink is van cruciaal belang
  2. Reuktraining is effectief om het herstel van reukverlies te versnellen. [6] Tweemaal daags intensief ruiken aan vier verschillende geuren: roos, eucalyptus, citroen (limoen) en kruidnagel.
  3. De anosmie patiëntenvereniging geeft op haar site uitleg en specifieke tips voor wie last heeft van reuk- en smaakverlies. Zie ook: reuksmaakstoornis.nl
  4. Wees alert op het feit dat reukverlies en smaakveranderingen kunnen leiden tot verminderde voedselinname, wat gewichtsverlies en ondervoeding tot gevolg kan hebben.

 

Referenties

  1. Eshraghi AA, Mirsaeidi M, Davies C, et al. Potential Mechanisms for COVID-19 Induced Anosmia and Dysgeusia. Front Physiol. 2020.
  2. Hummel T, Whitcroft KL, Rueter G, et al. Intranasal vitamin A is beneficial in post-infectious olfactory loss. Eur Arch Otorhinolaryngol. 2017.
  3. Vaira LA, Hopkins C, Petrocelli M, et al. Smell and taste recovery in coronavirus disease 2019 patients: a 60-day objective and prospective study. J Laryngol Otol. 2020.
  4. Xu Y, Baylink DJ, Chen CS, et al. The importance of vitamin d metabolism as a potential prophylactic, immunoregulatory and neuroprotective treatment for COVID-19. J Transl Med. 2020.
  5. Lozada-Nur F, Chainani-Wu N, Fortuna G, et al. Dysgeusia in COVID-19: Possible Mechanisms and Implications. Oral Surg Oral Med Oral Pathol Oral Radiol. 2020.
  6. Hummel T, Whitcroft KL, Andrews P, et al. Position paper on olfactory dysfunction. Rhinol Suppl. 2017.

 

Bron: Energetica Natura

Optimize vitamin DVolgens recent onderzoek is het hebben van een vitamine D-spiegel van ten minste 75 nmol/L geassocieerd met een significant lager risico op een hartinfarct en op sterfte door alle oorzaken. Dit geldt voor volwassenen zonder voorgeschiedenis van een hartinfarct.

 

Het ging hier om een retrospectieve en observationele nested case-control-studie van 20.000 patiënten met lage 25-hydroxyvitamine D-niveaus (25-OH-D <50 nmol/L) die zorg kregen van de Veterans Health Administration van 1999 tot 2018. Een nested casecontrol-studie is een retrospectieve observationele studie die gebruikmaakt van de prospectieve gegevens van een bestaand cohortonderzoek.

 

Patiënten werden verdeeld in drie groepen:

  • groep A: onbehandeld, vitamine D-niveaus ≤50 nmol/L,
  • groep B: behandeld, vitamine D-niveaus 51-74 nmol/L,
  • groep C: behandeld, vitamine D-niveaus ≥75 nmol/L.

Het risico op een hartinfarct en op mortaliteit door alle oorzaken werden vergeleken.

 

Binnen het cohort was het risico op een hartinfarct significant lager in groep C dan in groep B en A.  Er was geen verschil in risico tussen groep B en A. Vergeleken met groep A, waren er in groep B en C significant minder sterfgevallen door alle oorzaken.  Dit verschil was er niet tussen groep B en C.

 

De onderzoekers concluderen dat bij patiënten met een vitamine D-deficiëntie zonder voorgeschiedenis van een hartinfarct, vitamine D-suppletie tot het (25-OH)D-niveau van meer dan 50 nmol/L en meer dan 75 nmol/L  geassocieerd is met een significant lager risico op sterfte. Het lagere risico op hartinfarct werd alleen waargenomen bij personen die (25-OH)D-spiegels van meer dan 75nmol/L hadden.

 

Referentie:
Acharya P, Dalia T, Ranka S et al. The effects of vitamin D supplementation and 25-hydroxyvitamin D levels on the risk of myocardial infarction and mortality. Journal of the Endocrine Society, 2021, 5.10: bvab124.

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/5727

off

Darmmicrobioom bij autisme: oorzaak of gevolg?

donderdag, december 2, 2021 @ 08:12 PM

AutismeDe resultaten van een nieuwe studie gepubliceerd in Cell doen vermoeden dat de verschillen in het darmmicrobioom die geassocieerd zijn met autisme, het gevolg zijn van kieskeurig eten. Kieskeurig eten is een veel voorkomend kenmerk van autisme. Het zou dus niet de oorzaak zijn van de autismesymptomen.

 

Onderzoek in het verleden wees erop dat autismespectrumstoornis (ASS) gedeeltelijk kan worden verklaard door verschillen in de samenstelling van de darmmicrobiota. Genoemd onderzoek gepubliceerd in Cell suggereert echter dat de link mogelijk andersom werkt.

 

De onderzoekers analyseerden poepmonsters van 247 kinderen in de leeftijd van 2 tot 17 jaar. De monsters werden verzameld van 99 kinderen met de diagnose ASS, 51 gepaarde niet-gediagnosticeerde broers en zussen, en 97 niet-verwante, niet-gediagnosticeerde kinderen. De proefpersonen waren afkomstig van de Australian Autism Biobank en het Queensland Twin Adolescent Brain Project. De onderzoekers keken naar het volledige genoom van microbiële soorten in plaats van naar korte genetische streepjescodes (zoals bij 16S-analyse). Dit biedt ook informatie op genniveau en geeft een nauwkeuriger weergave van de samenstelling van het microbioom dan 16S-analyse.

 

De onderzoekers vonden beperkt bewijs voor een directe associatie van autisme met het microbioom. Ze vonden echter wel een zeer significante associatie van autisme met voeding. Een autisme-diagnose bleek geassocieerd met een minder divers voedingspatroon en een slechtere voedingskwaliteit. Bovendien waren metingen van de mate van autistische kenmerken ook gerelateerd aan een minder divers voedingspatroon. Denk dan aan beperkte interesses, sociale communicatieproblemen, sensorische gevoeligheid, impulsief, compulsief en repetitief gedrag, en genetische aanleg voor ASS.

 

Het lijkt erop dat het hebben van autisme leidt tot beperkte voedingsvoorkeuren. Dit leidt weer tot een lagere microbioomdiversiteit en meer diarree-achtige ontlasting. Een beperking is dat het onderzoek de invloed van het microbioom voorafgaand aan de diagnose ASS niet kan uitsluiten, noch de mogelijkheid dat dieetgerelateerde veranderingen in het microbioom een ​​feedbackeffect op het gedrag hebben. Er zijn momenteel geen vergelijkbare datasets beschikbaar om de bevindingen te bevestigen.

 

Referentie:
Yap CX, Henders AK, Alvares GA et al. Autism-related dietary preferences mediate autism-gut microbiome associations. Cell, 2021.

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/5714

off

CurcumaOpnieuw is een studie verschenen die de veelbelovende mogelijkheden van kurkuma laat zien. Dit keer betrof het een dubbelblind en placebogecontroleerde RCT onder zestig patiënten met mondkanker die, na radicale chirurgie, chemoradiotherapie ondergingen. Een aantal klachten door deze therapie bleek opvallend af te nemen door gebruik van een speciale kurkuma-formule.

 

De meest voorkomende bijwerking van chemoradiotherapie bij kankers van hoofd en nek, waaronder mondkanker, is ontsteking van het mondslijmvlies. Onderzocht werd of deze orale mucositis door kurkuma kon worden afgeremd. Daarnaast werd gekeken naar de invloed van de specerij op gewichtsverlies en op andere mogelijke klachten: slikproblemen, pijn in de mond en huidontsteking. Criterium bij deze laatste drie en bij mucositis was het vóórkomen van giftigheidsgraad 3 (‘ernstig’) door de chemoradiotherapie.

 

De patiënten werden gelijkelijk verdeeld over drie onderzoeksarmen. In één groep kregen zij een dosis van 1 gram kurkuma per dag in capsulevorm, in de tweede groep een hogere dosis van 1,5 gram en de derde groep bestond uit patiënten die een placebo kregen. De suppletie duurde zes weken, parallel aan de chemoradiotherapie.

 

In de loop van deze onderzoeksperiode werden de verschillen zichtbaar: de orale mucositis begon af te nemen in de behandelgroepen, maar niet in de placebogroep. Dezelfde tendens deed zich voor bij de drie andere op giftigheid beoordeelde bijwerkingen. Deze verschillen tussen kurkuma en placebo waren alle significant. Daarnaast pakte kurkuma-suppletie significant positiever uit voor preventie van gewichtsverlies en eveneens voor de therapietrouw.

 

Referentie:
Soni TP, Gupta AK, Sharma LM, et al. A Randomized, Placebo-Controlled Study to Evaluate the Effect of Bio-Enhanced Turmeric Formulation on Radiation-Induced Oral Mucositis. ORL J Otorhinolaryngol Relat Spec. 2021 Jun 23:1-11.

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/5731

off

GehoorEen voedingspatroon met veel magnesium, bèta-caroteen, vitamine C en vitamine E beschermt het gehoor. Amerikaanse en Zuid-Koreaanse epidemiologen, die meer dan 2500 Amerikanen van 20-69 jaar bestudeerden, melden in de American Journal of Clinical Nutrition dat mensen die veel van die nutriënten consumeren minder vaak gehoorschade hebben.

 

Gehoorschade

 

Lees meer…

off

BottenEen voedingspatroon met relatief veel prebiotische voedingsvezels als inuline en lactulose kan er op lange termijn voor zorgen dat botten sterker worden. Dat suggereert een gesponsorde humane studie die is verschenen in Sports.

 

Studie

 

Lees meer…

off

Niet bewegen dodelijker dan zwaarlijvigheid

zaterdag, november 27, 2021 @ 09:11 PM

Niet bewegenWat heeft het meeste effect op onze gezondheid, obesitas of te weinig beweging? Volgens een grootschalige bevolkingsstudie zou te weinig beweging voor dubbel zoveel doden zorgen als obesitas. Wetenschappers geloven dat een klein beetje lichaamsbeweging de gezondheid enorm veel goed kan doen. Elke dag een stevige wandeling van 20 minuten is goed voor 16 tot 30% minder risico op voortijdige sterfte.

 

Als maat voor obesitas werd de ‘body mass index’ genomen (BMI). Wanneer de wetenschappers de tailleomtrek als maat voor overgewicht toepasten op hun gegevens, dan vonden ze dat een grote tailleomtrek even ongezond was als gebrek aan lichaamsbeweging. BMI is dus niet zo’n goede maat voor overgewicht. Tailleomtrek houdt meer rekening met hoeveelheid buikvet, wat een betere indicator voor gezondheid is dan BMI.

 

Referentie:
Ekelund U, Ward HA et al. Physical activity and all-cause mortality across levels of overall and abdominal adiposity in European men and women: the European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition Study (EPIC). Am J Clin Nutr March 15 ajcn.100065

 

Bron: ABC Gezondheid

off