Topsport consultant

Publicaties

Suppletieschema’s

probioticaUit een recente meta-analyse blijkt dat vermindering van specifieke ontstekingsremmende en butyraatproducerende bacteriën en een vermeerdering van pro-inflammatoire bacteriën geassocieerd zijn met depressie, bipolaire stoornis, schizofrenie en angst.

 

Verstoringen in de darmmicrobiota zijn al eerder geassocieerd geweest met psychiatrische stoornissen. De onderzoekers van deze studie hebben een transdiagnostische vergelijking gemaakt om te beoordelen of er veranderingen zijn die aandoeningspecifiek zijn en kunnen dienen als biomarkers.

 

De review en meta-analyse omvat 59 onderzoeken (tot publicatiedatum februari 2021) waarmee 64 case-controlvergelijkingen gedaan zijn met 2.643 patiënten en 2.336 controles. Na het opschonen van de gegevens werd per aandoening gekeken of er sprake was van consensus op het gebied van bacteriegroepen die significant verhoogd of verlaagd waren. Verlaagde niveaus van faecalibacterium en coprococcus en verrijkte niveaus van eggerthella werden vastgesteld bij zowel depressieve stoornis, bipolaire stoornis, psychose en schizofrenie en angst. Dit betekent dat al deze aandoeningen geassocieerd zijn met een vermindering van ontstekingsremmende butyraatproducerende bacteriën, terwijl pro-inflammatoire geslachten zijn verrijkt.

 

De onderzoekers zien deze kenmerken vooral als een overlappende pathofysiogie en in mindere mate als biomarkers voor een specifieke klinische diagnose. Er is meer onderzoek nodig voor stratificatie en personalisatie.

 

Referentie:
Nikolova VL, Smith MR, Hall LJ et al. Perturbations in Gut Microbiota Composition in Psychiatric Disorders: A Review and Meta-analysis. JAMA psychiatry, 2021.

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/5644

off

kaneelNiet al te fitte individuen die hun leefstijl willen verbeteren, worden significant gezonder als ze bij elke maaltijd een gram kaneel slikken. Hun bloeddruk en cholesterol- en glucosehuishouding verbeteren, en ze worden ook nog eens slanker.

 

Studie

 

Lees meer…

off

Vitamine DEen vitamine D3-spiegel van 50 nanogram per milliliter. Als je dat voor elkaar krijgt, is de kans dat je overlijdt door besmetting met SARS-CoV2 praktisch nul. Dat blijkt uit een statistische exercitie die drie onafhankelijke Duitse onderzoekers hebben gepubliceerd als preprint.

 

Studie

 

Lees meer…

off

Vitamin-d-kidneyEen vitamine D-deficiëntie vormt een groot risico voor patiënten die een niertransplantatie hebben ondergaan. Dat blijkt uit een meta-analyse, waarin studies tot april 2020 zijn meegenomen. Onder meer de infectiegevoeligheid door afweerremmende medicijnen te gebruiken, neemt erdoor toe. Een tekort aan vitamine D leidt tot een hoger sterfterisico.

 

In de analyse werden 28 studies opgenomen, 13 prospectieve en 15 retrospectieve. Het percentage patiënten met een vitamine D-tekort was na transplantatie zeer hoog, namelijk 52%. Maar ook na drie en zes maanden was dit tekort bij een aanzienlijk deel van hen niet verdwenen: de percentages bedroegen respectievelijk 34% en 23%.

 

Niertransplantatiepatiënten hebben een hoog risico op infecties door het gebruik van afweerremmende medicatie, die moet voorkomen dat hun lichaam de nieuwe nier afstoot. Dat risico blijkt sterk verhoogd wanneer de vitamine D-status onvoldoende is. In de meta-analyse wordt dat aangetoond voor het cytomegalovirus en voor bacteriële infecties. Ook wordt het risico op infectie door het BK-polyomavirus (BKV) groter, dat een ontsteking van de nier kan veroorzaken. Het leidt bovendien tot een lagere glomerulaire filtratiesnelheid (GFR), wat een verslechterde nierfunctie aangeeft. Ten slotte wordt de kans op acute afstoting groter doordat het lichaam van de patiënt de nier als lichaamsvreemd identificeert en aanvalt. Om deze redenen is een tekort aan vitamine D na transplantatie geassocieerd met een hogere mortaliteit.

 

Referentie:
Yin S, Wang X, Li L, et al. Prevalence of vitamin D deficiency and impact on clinical outcomes after kidney transplantation: a systematic review and meta-analysis. Nutr Rev. 2021 Sep 2:nuab058.

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/5638

off

LevensverwachtingWetenschappers hebben potentieel nieuwe risicofactoren geïdentificeerd uit gegevens van de vermaarde Framingham Heart Study. Het gaat om de vetzuursamenstelling van de membranen van rode bloedcellen, meer precies drie specifieke vetzuren en de omega-3-index. De vetzuursamenstelling lijkt sterftekans minstens even goed te voorspellen als de klassieke risicofactoren: totaal cholesterol, HDL-cholesterol, bloeddrukbehandeling, bloeddruk, roken en diabetes.

 

Van 2.240 deelnemers van de Framingham Offspring Cohort hadden de wetenschappers een vetzuuranalyse van de rode bloedcellen ter beschikking. Deelnemers werden gedurende gemiddeld 11 jaar opgevolgd. In het totaal werd rekening gehouden met 28 vetzuurparameters. Vier vetzuurparameters werden weerhouden omdat ze als beduidende voorspellers uit de bus kwamen: myristinezuur (verzadigd, 14 koolstofatomen), palmitoleïnezuur (omega-7), beheenzuur (verzadigd, 22 koolstofatomen) en de omega-3-index.

 

De concentraties van myristinezuur, palmitoleïnezuur en beheenzuur in de membranen van rode bloedcellen liggen tussen de 0,2 en 0,4%, terwijl die van omega-3 vijf tot acht procent bedragen. Het is opmerkelijk te noemen dat vetzuren in dergelijke lage concentraties zo’n grote impact hebben op de levensverwachting.

 

Van myristinezuur nemen we gemiddeld 2 gram per dag in, met zuivel als grootste voedingsbron. Van beheenzuur nemen we minieme hoeveelheden in, het grootste deel maakt het lichaam zelf aan. Vermoedelijk is beheenzuur een marker voor een soepel lopend metabolisme.

 

In tegenstelling tot de andere vetzuren is palmitoleïnezuur een negatieve factor voor de gezondheid. Macadamiaolie is zover bekend de rijkste bron ervan, maar waarschijnlijk is ook hier de lichaamseigen productie de grootste bron. Koolhydraatinname zou palmitoleïnezuur in het plasma doen toenemen.

 

Rond omega-3 is veel meer onderzoek verricht. In tegenstelling tot de andere vetzuren is de index wel een factor die door het eetpatroon duidelijk beïnvloedbaar is. Bij de gemiddelde Amerikaan bedraagt de index 5%, bij de gemiddelde Japanner 8%. De kans dat een deelnemer van de Framinghamcohort na 11 jaar nog in leven is, bedraagt 85% voor niet-rokers met een hoge omega-3-index (>6,8%) en slechts 47% voor rokers met een lage omega-3-index (<4,2%).

 

Referentie:
McBurney MI, Tintle NL, Vasan RS et al. Using an erythrocyte fatty acid fingerprint to predict risk of all-cause mortality: the Framingham Offspring Cohort. Am J Clin Nutr. 2021 doi:10.1093/ajcn/nqab195

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/5605

off

CranberrysapDagelijkse consumptie van cranberrysap draagt bij aan het terugdringen van de helicobacter bacterie. Dat wordt aangetoond in een dubbelblinde, placebogecontroleerde RCT onder meer dan 500 geïnfecteerde personen. De studie vond plaats in een Chinese regio met een hoge prevalentie van de bacterie en van daarmee geassocieerde ziekteverschijnselen als maagpijn, maagslijmvliesontsteking, maagzweer of maagkanker.

 

Het onderzoek duurde twee maanden en er namen 522 personen tussen achttien en zestig jaar aan deel. Met de C13-ureum-ademtest waren zij positief bevonden op aanwezigheid van de helicobacter. Na twee en acht weken werd gekeken in hoeverre cranberry’s in drank- of poedervorm de bacterie konden uitschakelen. Die mogelijkheid was gebaseerd op de verwachting dat de proanthocyanidinen in cranberry’s hechting van de bacterie aan het maagslijmvlies kunnen tegengaan.

 

Door indeling van de onderzoekspopulatie in subgroepen werd de optimale concentratie proanthocyanidinen bepaald. De subgroepen kregen voor cranberrysap gehaltes binnen van respectievelijk nul (placebo), laag, midden of hoog. Het percentage helicobacternegatieve personen na twee weken bedroeg respectievelijk 13,24%, 7,58%, 1,49% en 13,85%. Na acht weken waren deze verhoudingen verder verschoven in het voordeel van de hoogste dosis: 7,35%, 7,58%, 4,48% en 20,00%. Deze gunstigste dosis was 44 mg proanthocyanidinen per portie van 240 ml sap, tweemaal daags geconsumeerd. Voor cranberrypoeder in capsulevorm werd onderscheid gemaakt tussen een dagelijks gehalte van 36 of 72 mg proanthocyanidinen. Voor deze toedieningsvorm werd geen statistisch significant effect gevonden.

 

Degenen die de helicobacter kwijt waren, werden 45 dagen na afsluiting van het onderzoek opnieuw getest. Bij driekwart van hen was deze nog altijd niet aantoonbaar.

 

Referentie:
Li ZX, Ma JL, Guo Y, et al. Suppression of Helicobacter pylori infection by daily cranberry intake: A double-blind, randomized, placebo-controlled trial. J Gastroenterol Hepatol. 2021 Apr;36(4):927-935.

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/webartikelen/cranberrysap-helpt-tegen-helicobacter-bacterie-de-maag

off

HoofdpijnHoofdpijnpatiënten reageren goed op een dieet met minder linolzuur en meer DHA en EPA uit vette vis. Dat schrijven onderzoekers van de Amerikaanse National Institutes of Health in het wetenschappelijke tijdschrift Pain. De onderzoekers experimenteerden met 56 hoofdpijnpatiënten, die minstens 15 dagen per maand gebukt gingen onder een serieuze hoofdpijn.

 

Vetzuurbalans

 

Lees meer…

off

Bewegen is een ADHD-medicijn

woensdag, oktober 6, 2021 @ 11:10 AM

Bewegen-ADHDLaat kinderen tijdens de schooluren een uurtje sporten. Daar worden ze niet alleen fitter van, het verbetert ook hun mentale vaardigheden. In een 9 maanden durende studie liet professor Hillman kinderen het FITKids-programma volgen. FITKids helpt kinderen dagelijks minstens een uur aan lichamelijke beweging te doen. Concreet voerden ze intensieve oefeningen uit, verspreid over twee uur.

 

Kinderen die aan dit programma deelnamen, scoorden veel beter op concentratietests. Ze konden beter aan de verleiding weerstaan zich te laten afleiden. In vergelijking met de controlegroep konden ze zich scherper focussen op een bepaalde taak. Opmerkelijk is dat, in parallel, ook gunstige veranderingen in hersenfunctie werden waargenomen op ‘elektro-encefalogrammen’.
Kinderen moeten elke dag een uur kunnen bewegen. Amper een derde komt daaraan toe! Sporten geeft sterke spieren en botten, en helpt een gezond lichaamsgewicht te behouden.

 

Referentie:
Hillman CH, Pontifex MB, Castelli DM et al. Effects of the FITKids Randomized Controlled Trial on Executive Control and Brain Function. Pediatrics. 2014 Sep 29. pii: peds.2013-3219.

 

Bron: ABC Gezondheid

off

Meer bewegen heeft impact op je darmmicrobioom

woensdag, oktober 6, 2021 @ 10:10 AM

DarmfloraJe darmflora heeft niet enkel grote invloed op immuniteit maar op je algehele gezondheid. Het darmmicrobioom heeft tevens een zeer actieve verbindingslijn met de hersenen: ‘de darm-brein-as’, en bepaalt hierdoor zowel je humeur als je gedrag,…
Reden genoeg om er voor te zorgen!

 

Veel factoren hebben invloed op je microbioom, maar bewegen blijkt ook belangrijk. En dat hoeft geen topsport te zijn. Recente studies bewijzen dit nog eens duidelijk.
Een interventiegroep gezonde, maar sedentaire (=weinig bewegende) mannen volgde een 10 weken durend bewegingsprogramma (aërobe beweging) van matige intensiteit, een placebogroep veranderde niets aan zijn leven.

 

De resultaten: “De adaptatie van een actievere bewegingsstijl kan leiden tot zeer diverse aanpassingen in het microbioom, met een grotere diversiteit en een positieve invloed op de gezondheid.”

 

NVDR: Aerobic exercise: zoals aerobics, maar ook alle beweging die hart en ademhaling harder doet werken zonder te overbelasten: fietsen, joggen, dansen, enz… waardoor hart en bloedsomloop meer zuurstof naar alle weefsels en organen rondbrengen.

 

Referenties:
Resende AS, Leite GSF, Lancha AH Junior. Changes in the Gut Bacteria Composition of Healthy Men with the Same Nutritional Profile Undergoing 10-Week Aerobic Exercise Training: A Randomized Controlled Trial. Nutrients 2021, 13(8), 2839.
Moitinho-Silva L, Wegener M, May S et al. Short-term physical exercise impacts on the human holobiont obtained by a randomised intervention study. BMC Microbiol 21, 162 (2021). https://doi.org/10.1186/s12866-021-02214-1

 

Bron: ABC Gezondheid

off

Groene thee veilig samen met tamoxifen

woensdag, oktober 6, 2021 @ 10:10 AM

Groene theeNaar schatting gebruikt 80% van de kankerpatiënten complementaire middelen in combinatie met hun antikankertherapie. Vrouwen met borstkanker die (na)behandeld worden met tamoxifen gebruiken vaak ook supplementen met groene thee. Rotterdamse oncologen onderzochten of dit veilig kan.

 

Voedingssupplementen met groene thee zijn een van de meest populaire supplementen bij patiënten met borstkanker. In veel gevallen gebruiken deze patiënten de groene thee-supplementen naast hun behandeling met tamoxifen.
Preklinische studies laten vele kankerremmende effecten zien van groene thee, waaronder vermindering van oxidatieve schade, inductie van apoptose, remming van angiogenese en beïnvloeding van celgroei-regulerende processen. Met name het catechine EGCG (epigallocatechine-3-gallaat) wordt aangewezen als werkzaam bestanddeel.

 

Oncologen van het Erasmus MC Kanker Instituut (Rotterdam) onderzochten het effect van gebruik van groene thee-capsules op de bloedspiegels van tamoxifen en endoxifen, de belangrijkste actieve metaboliet van tamoxifen. Zij voerden een cross-over onderzoek uit bij 14 vrouwen met borstkanker die behandeld werden met tamoxifen. Alleen personen met een normale activiteit van leverenzymen die betrokken zijn bij de metabolisering van tamoxifen konden deelnemen aan de studie. Het gemiddelde tamoxifengebruik voorafgaand aan deelname aan de studie was bijna een jaar [1].
In de ene studieperiode kregen de deelneemsters 28 dagen lang monotherapie met eenmaal daags tamoxifen (20 mg; in één enkel geval 40 mg), gevolgd door 14 dagen tamoxifen in combinatie met tweemaal daags capsules met 1000 mg groene thee (waarin 150 mg EGCG/1000 mg), of andersom.
In de tweede periode werd dit omgedraaid. De 24-uurs blootstelling aan endoxifen na gebruik van tamoxifen en na gebruik van de combinatie van tamoxifen met groene thee werden met elkaar vergeleken.
De dosis van de gebruikte capsules komt overeen met ongeveer 5-6 koppen groene thee (als thee).

 

Tegen de verwachting in werd er geen verschil gezien tussen de endoxifenspiegels bij gebruik van tamoxifen met of zonder groene thee. Ook de tamoxifenspiegels waren niet verschillend. De combinatie werd verder goed verdragen. Gezien de uitkomsten van preklinische studies lag het in de verwachting dat supplementen met groene thee of EGCG de opname van tamoxifen zouden beïnvloeden en de bloedspiegels van actieve metabolieten zouden verlagen.
Op grond van deze resultaten concluderen de onderzoekers dat het gebruik van groene thee-supplementen niet ontmoedigd hoeft te worden bij patiënten die behandeld worden met tamoxifen [1].

 

Opgemerkt dient te worden dat tamoxifengebruiksters in de meeste gevallen zelf niet weten of zij normale metaboliseerders zijn van tamoxifen. De functionaliteit van het belangrijkste enzym dat nodig is voor de werking van tamoxifen (CYP2D6) varieert tussen etnische groepen. Ongeveer 71% van de Europees Kaukasische mensen heeft een normale CYP2D6-activiteit. Bij Aziaten en Afrikanen is dit bij 50% het geval en heeft 41%, respectievelijk 35% een verlaagde activiteit [2].
Een verlaagde activiteit van CYP2D6 kan leiden tot een verminderde werkzaamheid van tamoxifen. Bij vrouwen met een verlaagde activiteit van CYP2D6 kan de werkzaamheid van tamoxifen mogelijk nog verder afnemen door gebruik van groene thee. In die gevallen zouden supplementen met groene thee mogelijk wel vermeden moeten worden.

 

Referenties:

  1. Braal CL, Hussaarts KGAM, Seuren L, et al. Influence of green tea consumption on endoxifen steady-state concentration in breast cancer patients treated with tamoxifen. Breast Cancer Res Treat. 2020 Nov;184(1):107-113.
  2. KNMP. Algemene achtergrondtekst Farmacogenetica – CYP2D6.
    https://www.knmp.nl/downloads/g-standaard/farmacogenetica/achtergrondtekst-Farmacogenetica-CYP2D6-feb2020.pdf, geraadpleegd sept. 2020.

 

bron: Springfield Nutra

off