Archive for januari, 2019

Vervette leverJapanse onderzoekers hebben vastgesteld dat suppletie met zink onderdeel kan zijn van de behandeling van ernstige leverziekten. Helemaal nieuw is dat inzicht niet. Zo is al sinds 1956 bekend dat levercirrose, de omzetting van levercellen naar littekenweefsel, gepaard gaat met hypozincemie ofwel een lage bloedspiegel van zink. Later werd duidelijk dat met de progressie van leverziekten ook de concentratie zink afneemt en dat suppletie daarop het antwoord kan zijn. Maar nu zijn ook de effecten op langere termijn en de meest gunstige dosis onderzocht.

 

Zink-enzymen zijn nodig voor behoud van de leverfunctie en patiënten met chronische leverziekten zien hun gezondheid dan ook eerder achteruitgaan bij een gebrek aan zink. Dat kan komen door een lage inname via de voeding en/of een gebrekkige absorptie als gevolg van portale hypertensie, een te hoge bloeddruk in de poortader tussen darmen en lever. Ook is er sprake van een verhoogde uitscheiding via de urine, in het bijzonder bij patiënten die diuretica krijgen voorgeschreven bij de behandeling van levercirrose.

 

Aan het retrospectieve onderzoek namen 267 mensen met chronische leverziekten deel. Van hen kregen er 196 een zinkpreparaat en 71 kregen dat niet. Om de zes maanden werd de leverfunctie bepaald. Gekeken werd bovendien hoe vaak de leverziekte zich ontwikkelde tot leverkanker, leverfalen of overlijden. De studie duurde ruim drie jaar om de effecten van zinksuppletie op langere termijn te kunnen bepalen. Degenen die suppletie kregen, werden na zes maanden onderverdeeld in vier groepen aan de hand van de bereikte serumconcentratie zink, uitgedrukt in microgram per deciliter: minder dan 50, 50–69, 70–89 en 90 of meer µg/dL.

 

Belangrijkste conclusie: de leverfunctie verslechterde significant bij degenen die geen extra zink hadden gekregen, terwijl daar in de suppletiegroep geen tekenen van waren te zien. Na drie jaar bedroeg het percentage mensen met leverkanker, leverfalen of die kwamen te overlijden in de zinkgroep 9,5%, maar in de andere groep was dat 24,9%. Wanneer afzonderlijk werd gekeken naar het vóórkomen van hepatocellulair carcinoom (kanker van de levercellen), bedroegen deze percentages respectievelijk 7,6 en 19,2%. Deze gunstige effecten traden op bij een zinkconcentratie van minimaal 70 µg/dL. Om dit te bereiken zouden patiënten meer dan 90 mg zink per dag moeten innemen.

 

Belangrijk is ook dat de effectiviteit onafhankelijk blijkt te zijn van de oorzaak van de leveraandoening. Anders gezegd: zinksuppletie kan zowel ingezet worden bij leververvetting als bij hepatitis-gerelateerde of door alcohol veroorzaakte leverproblemen.

 

Referentie:
Hosui A, Kimura E, Abe S, Tanimoto T, Onishi K, Kusumoto Y, Sueyoshi Y, Matsumoto K, Hirao M, Yamada T, Hiramatsu N. Long-Term Zinc Supplementation Improves Liver Function and Decreases the Risk of Developing Hepatocellular Carcinoma. Nutrients. 2018 Dec 10;10(12). https://www.mdpi.com/2072-6643/10/12/1955/htm

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/3981

off

VisolieDe wereldgezondheidsorganisatie WHO schat dat elk jaar 2 miljoen mensen overlijden als gevolg van luchtverontreiniging – en dan vooral door de schade aan hart en bloedvaten. Als je in een gebied woont met veel verkeer en industrie, maar toch je gezondheid tegen de kwalijke gevolgen van luchtverontreiniging wilt beschermen, denk dan eens aan suppletie met visolie. Volgens een humane studie die onderzoekers van de Amerikaanse Environmental Protection Agency publiceerden in 2012 heft een dagelijkse dosis van 3 gram visolie de cardiovasculaire effecten van luchtverontreiniging grotendeels op.

 

Studie

 

Lees meer…

off

WheyMannen die met gewichten trainen en daarbij whey gebruiken, worden door hun suppletie niet sterker of gespierder. Maar volgens Portugese onderzoekers, verbonden aan de Escola Superior de Tecnologia da Saude de Lisboa, verlagen ze daardoor wel hun vetpercentage.

 

Studie

 

Lees meer…

off

eiwitshakeHet maakt geen fluit uit of CrossFitters hun training ondersteunen met klassiek whey-eiwit of een plantaardig pea protein. Beide eiwittypes werken even goed. Dat ontdekten onderzoekers van Lipscomb University in het Amerikaanse Nashville. Hun humane studie, die is verschenen in Sports, werd niet betaald door een producent van supplementen.

 

Studie

 

Lees meer…

off

Zwangerschap: depressie voorkomen met omega-3?

vrijdag, januari 25, 2019 @ 01:01 PM

ZwangerEen adequate inname van de omega 3-visvetzuren eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA) verkleint mogelijk de kans op een depressie rondom de bevalling (perinatale depressie).

 

De wetenschappers doorzochten medische databanken naar relevante studies. Ze selecteerden voor de meta-analyse twaalf studies waarin de relatie onderzocht was tussen de vetzuurconcentraties van zwangere vrouwen en het risico van een depressie voor of na de bevalling.

 

Vrouwen die rondom hun bevalling een depressie doormaakten hadden significant lagere concentraties van de totale hoeveelheid omega 3-visvetzuren en van de afzonderlijke omega 3-visvetzuren EPA en DHA in vergelijking met vrouwen die niet depressief werden. Tevens bleek dat depressieve vrouwen een significant hogere ratio omega 6-/omega 3-vetzuren hadden.

 

De meta-analyse toont dat een adequate bloedspiegel van omega 3-visvetzuren van groot belang is tijdens de zwangerschap. Een voldoende hoge inname van deze vetzuren door vette vis zoals haring te eten en eventueel visoliesupplementen te gebruiken beschermt mogelijk tegen een perinatale depressie en is bovendien veilig tijdens de zwangerschap.

 

Referentie:
Lin PY, Chang CH, [..], Su KP. Polyunsaturated Fatty Acids in Perinatal Depression: A Systematic Review and Meta-analysis. Biol Psychiatry 2017 Mar 9 [Epub ahead of print]

 

Bron: Ortho.nl

off

Zonnebrandcrème: oorzaak vitamine D-tekort

vrijdag, januari 25, 2019 @ 01:01 PM

Zonnebrandcreme‘Voeding’ met vitamine D, met de zon als bron, wordt verstoord door zonnebrandcrème. Het frequent gebruik ervan is er mede de oorzaak van dat wereldwijd ongeveer een miljard personen kampen met een vitamine D-tekort. Het gebruik van zonnebrandcrème vanaf factor 8 heeft reeds tot gevolg dat de vorming van vitamine D in de huid vrijwel geheel wordt geblokkeerd.

 

Aan het begin van de negentiende eeuw werden ziekten zoals rachitis – die een gevolg zijn van een vitamine D-tekort – naar het verleden verbannen. Een onvoldoende blootstelling aan zonlicht door onder andere het gebruik van zonnebrandcrème leidt echter in de huidige tijd weer tot het massaal vóórkomen van een vitamine D-tekort. Een tekort (<50 nmol/l) of een inadequate bloedspiegel van de vitamine (50-75 nmol/l) treft wereldwijd ongeveer een miljard personen in alle leeftijdsgroepen.

 

De vitamine is niet alleen van invloed op het botmetabolisme, maar ook op vele andere processen in het lichaam. Vitamine D is eigenlijk een hormoon en vrijwel iedere lichaamscel heeft receptoren voor de vitamine. Dit is de reden waarom de vitamine zo invloedrijk is. Ze is onder andere betrokken bij de celgroei en het immuunsysteem. Inmiddels zijn er aanwijzingen dat een adequate vitamine D-spiegel beschermt tegen tal van ziekten waaronder multiple sclerose en andere auto-immuunaandoeningen, infecties, astma, hart- en vaataandoeningen en kanker.

 

Voor ‘voeding’ van vitamine D via de huid door zonnestraling is voor mensen met een blanke huid naar schatting een dagelijkse blootstelling van hoofd, handen en onderarmen van 15 tot 30 minuten tussen 12 en 3 uur ’s middags in de zomer nodig om de benodigde hoeveelheid vitamine D aan te maken. Uiteraard zonder zonnebrandcrème.

 

Referentie:

Bron: Ortho.nl

off

MigraineMensen met migraine reageren goed op suppletie met vitamine B6 [andere naam: pyridoxine]. Dat ontdekten voedingswetenschappers van Isfahan University of Medical Sciences in Iran. Volgens hun studie, die verscheen in de Iranian Journal of Neurology, vermindert vitamine B6 zowel de ernst als de duur van migraineaanvallen.

 

Studie

 

Lees meer…

off

Thee ter preventie van osteoporose

vrijdag, januari 18, 2019 @ 06:01 PM

Groene theeDe consumptie van thee is geassocieerd met een toename van de botdichtheid en kan zodoende mogelijk osteoporose tegengaan. Dit blijkt uit een meta-analyse.

 

In de medische databanken Medline, Embase en Cochrane Library werd gezocht naar relevante studies. Uiteindelijk werden zestien studies geselecteerd met in totaal meer dan 138.500 proefpersonen. In zeven van deze studies werd de relatie onderzocht tussen theeconsumptie en de botdichtheid en in de overige negen onderzoeken werd het effect van theeconsumptie op het fractuurrisico onderzocht.

 

Uit de studies bleek dat de botdichtheid met 1% tot 4% significant toenam onder invloed van theeconsumptie. De studies waarbij de relatie tussen thee en het fractuurrisico werd onderzocht lieten weliswaar een reductie van osteoporotische fracturen met 14% zien, maar dit verschil was niet significant.

 

De resultaten tonen dat thee een positief effect heeft op de botdichtheid en mogelijk onderdeel kan uitmaken van een leefstijl gericht op de preventie van osteoporose. Het effect kan verklaard worden doordat polyfenolen in thee de activiteit van osteoblasten (cellen die de botopbouw stimuleren) verhogen, terwijl ze de activiteit van de botafbrekende osteoclasten verlagen. Of thee ook de kans op botfracturen verkleint, is nog onduidelijk en moet in vervolgstudies verder onderzocht worden.

 

Referentie:
Guo M, Qu H, [..], Shi D. Tea consumption may decrease the risk of osteoporosis: an updated meta­analysis of observational studies. Nutrition Research 2017; 42:1-10

Bron: Ortho.nl

off

Groene thee bestrijdt urineweginfecties

vrijdag, januari 18, 2019 @ 06:01 PM

groene theeEen urineweginfectie is een infectie van een of meerdere organen of weefsels van de urinewegen – de nieren, de urineleiders, de blaas en de urinebuis. Een infectie van de onderste urinewegen – blaasontsteking – komt heel veel voor, vooral bij vrouwen. Een infectie van de bovenste urinewegen – nierbekkenontsteking – komt minder vaak voor, maar is vaak veel ernstiger en pijnlijker.

 

Urineweginfecties worden in de meeste gevallen veroorzaakt door bacteriën, vooral door Escherichia coli (E. coli). De bacteriën die een urineweginfectie veroorzaken, zijn dezelfde bacteriën die van nature in de darm zitten, maar ze zijn in staat om zich vast te hechten aan de slijmvliezen van de urinewegen, zodat ze via de urinebuis naar de blaas en verder naar de nieren kunnen migreren. In dat geval worden het uropathogene bacteriën genoemd, met als belangrijkste uropathogene E. coli (UPEC).

 

Bij urineweginfecties wordt standaard antibiotica voorgeschreven. Vaak komen urineweginfecties op regelmatige basis terug, waarvoor nog meer en langduriger antibiotica ingezet wordt, zodat bacteriën resistent worden. Antibioticaresistente bacteriën kunnen urineweginfecties veroorzaken die heel moeilijk te behandelen zijn. Antibiotica vernietigen bovendien de darmbacteriën die E. coli onder controle houden. Ze zijn dus eigenlijk een belangrijke oorzaak van terugkerende urineweginfecties.

 

Doeltreffende alternatieven voor antibiotica die urineweginfecties voorkomen en/of sneller genezen zijn veenbessen, D-mannose en probiotica.

 

Een andere veelbelovende kandidaat is groene thee. Groene thee en vooral de catechinen (epigallocatechine en epigallocatechinegallaat) hebben een antibacteriële werking tegen verschillende pathogene bacteriën, ook uropathogene E. coli. Groene thee kan op zichzelf ingezet worden voor het voorkomen of behandelen van urineweginfecties, maar het versterkt ook de werking van antibiotica (Noormandi A, 2014; Reygaert W, 2013).

 

Referenties

1. Noormandi A, Dabaghzadeh F. Effects of green tea on Escherichia coli as a uropathogen. J Tradit Complement Med. 2014 Dec 16;5(1):15-20.

2. Reygaert W, Jusufi I. Green tea as an effective antimicrobial for urinary tract infections caused by Escherichia coli. Front Microbiol. 2013 Jun 18;4:162.

 

Bron: PlaceboNocebo

off

vitamin DPasgeborenen met een vitamine D-tekort hebben een verhoogde kans op de diagnose ‘schizofrenie’ op latere leeftijd, zo blijkt uit een recent onderzoek. Het vroeg behandelen van dit vitamine D-tekort kan helpen om deze aandoening op volwassen leeftijd te voorkomen.

 

Schizofrenie is een ernstige en complexe psychiatrische ziekte, die gepaard gaat met psychoses. De meest kenmerkende verschijnselen zijn wanen, hallucinaties, het wegvallen van de samenhang in spreken en denken, onlogische gedragingen en een gebrek aan emoties en motivatie. Epidemiologisch onderzoek heeft laten zien dat geboorte in de winter of het voorjaar gepaard gaat met een verhoogd risico op het ontwikkelen van schizofrenie, evenals het leven op een hoge breedtegraad, in de stad of als (gekleurde) migrant op een hoge breedtegraad. Deze omstandigheden zijn geassocieerd met een lage vitamine D-status.
De hypothese die vitamine D-tekort linkt aan een afwijkende hersenontwikkeling lijkt logisch, omdat de vitamine D-receptor tot expressie komt in de hersenen, in het bijzonder in de dopaminerijke gebieden van de hersenen die een relatie hebben met schizofrenie.

 

In deze case-control studie (n=2602) analyseerde het onderzoeksteam – onder leiding van Professor John McGrath van de Universiteit van Queensland (Australië) en de Aarhus Universiteit in Denemarken – bloedmonsters van Deense pasgeborenen, die als jongvolwassenen schizofrenie ontwikkelden. De bloedmonsters waren genomen tussen 1981 en 2000. Deze monsters werden vergeleken met die van baby’s van hetzelfde geslacht en leeftijd die geen schizofrenie ontwikkelden. Vergeleken met de referentie ( vierde kwintiel) hadden degenen in het laagste kwintiel (<20.4 nmol/L) een significant verhoogd risico (44%) op schizofrenie.


Aangezien de foetus afhankelijk is van de vitamine D-status van de moeder, start preventie bij het optimaliseren van de vitamine D-status van de zwangere vrouw. Volgens de onderzoekers is de volgende stap het uitrollen van gerandomiseerde klinische studies bij zwangere vrouwen, waarbij de impact van vitamine D op de ontwikkeling van de hersenontwikkeling en het risico op aandoeningen als autisme en schizofrenie worden bestudeerd.

 

Referentie:
Eyles, D. W., Trzaskowski, M., Vinkhuyzen, A. A., Mattheisen, et al.  (2018). The association between neonatal vitamin D status and risk of schizophrenia. Scientific reports, 8(1), 17692.

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/3993

off