You are currently browsing the Blog : Sport en voedings supplementen advies door Wouter de Jong blog archives for september, 2020.

Archive for september, 2020

DiabetesDiabetes type 2 gaat vaak gepaard met de ontwikkeling van hart- en vaatziekten. Vaatstijfheid is daar een voorbode van. Daarom is het belangrijk om vaatstijfheid in een vroeg stadium te behandelen. Voor het eerst hebben Mexicaanse onderzoekers aangetoond dat een catechine-rijk extract van groene thee vaatstijfheid kan afremmen en daarmee zinvol kan bijdragen aan de behandeling van diabetespatiënten.

 

Onderzoekers van de Guadalajara Universiteit (Mexico) voerden hun onderzoek uit bij twintig patiënten met diabetes type 2 die nog een normale bloeddruk hadden. De deelnemers hadden gemiddeld sinds zes jaar diabetes en de meesten hadden daarnaast overgewicht[1]. De patiënten behielden hun gebruikelijke medicatie, bestaande uit orale bloedglucoseverlagers en statines. Tien patiënten kregen dagelijks 400 mg gedecafeïneerd groene thee-extract met minstens 80% catechinen, waarvan minimaal 45% EGCG (epigallocatechine-3-gallaat). De andere tien patiënten kregen placebo. Het onderzoek duurde twaalf weken.

 

De verandering in vaatstijfheid werd gemeten met behulp van de augmentation index standardized for 75 beats per minute (cAIx75). Behalve het effect op vaatstijfheid werd ook het effect op bloedlipiden, lichaamsvet, sRAGE en andere parameters gemeten. sRAGE (soluble receptor for advanced glycation end-products) is een nieuwe biomarker voor vasculair risico en ziekte-ernst.

 

Afname vaatstijfheid

Na twaalf weken suppletie met het groene thee-extract was de vaatstijfheid met 3% afgenomen, terwijl deze in de placebogroep met bijna 7% was toegenomen[1]. Hoewel er in de suppletiegroep een verlaging was opgetreden in bloedlipiden, bloedglucose en HbA1c, was het effect niet significant ten opzichte van placebo. Toch is het opmerkelijk dat er nog verdere verlaging was opgetreden in de bloedlipiden, terwijl de patiënten al statines gebruikten.

 

sRAGE was duidelijk meer toegenomen in de suppletiegroep dan in de placebogroep, maar het verschil was niet significant. Een toename in sRAGE is gunstig, omdat dit endotheeldysfunctie door AGE’s (advanced glycation end-products) vermindert.

 

In een eerdere studie bij diabetespatiënten gaf twee maanden suppletie met een groene thee-extract met 90% EGCG een dosis-afhankelijke toename van sRAGE[2].

 

De onderzoekers concluderen dat groene thee-extract van nut kan zijn als toevoeging aan de standaardbehandeling van diabetes, met name bij patiënten met toegenomen vaatstijfheid[1]. In een studie bij vrouwen met overgewicht, nog zonder diabetes, had twaalf weken suppletie met groene thee-extract (1 g/d) een sterker effect op de glucosespiegel en op het lipidenprofiel dan de preventieve behandeling met metformine[3]. Het gebruikte extract bevatte 560 mg polyfenolen.

 

Referenties:

  1. Quezada-Fernández P, Trujillo-Quiros J, Pascoe-González S, et al. Effect of green tea extract on arterial stiffness, lipid profile and sRAGE in patients with type 2 diabetes mellitus: a randomised, double-blind, placebo-controlled trial. Int J Food Sci Nutr. 2019;70(8):977-985
  2. Huang SM, Chang YH, Chao YC, et al. EGCG-rich green tea extract stimulates sRAGE secretion to inhibit S100A12-RAGE axis through ADAM10-mediated ectodomain shedding of extracellular RAGE in type 2 diabetes. Mol Nutr Food Res. 2013;57(12):2264-2268.
  3. Alves Ferreira M, Oliveira Gomes AP, Guimarães de Moraes AP, et al. Green tea extract outperforms metformin in lipid profile and glycaemic control in overweight women: A double-blind, placebo-controlled, randomized trial. Clin Nutr ESPEN. 2017;22:1-6.

 

Bron: Springfield Nutra

off

Carnitineprofiel helpt behandelkeuze depressie

donderdag, september 17, 2020 @ 05:09 PM

DepressieRecent is nogmaals het verband tussen een verlaagde bloedspiegel van acetyl-L-carnitine en depressie onderstreept. Uit onderzoek met 240 deelnemers bleek het carnitineprofiel een biomarker te kunnen zijn om meer gepersonaliseerd te behandelen én om het effect van de therapie met (standaard) antidepressiva te volgen. Tevens blijkt dat acetyl-L-carnitine effectief kan zijn als antidepressivum met weinig bijwerkingen, ook voor mensen die niet voldoende op reguliere therapie reageren.

 

In Nederland krijgt jaarlijks ongeveer 5% van de volwassenen te maken met een depressie[1]. In Vlaanderen gaat het om 6% van de personen van 15 jaar en ouder[2]. Een depressieve episode duurt gemiddeld zes maanden. In sommige gevallen houden de depressieve klachten aan gedurende meer dan twee jaar. Voor de behandeling van een depressie zijn verschillende klassen medicijnen beschikbaar, zoals tricyclische antidepressiva (TCA’s) en selectieve serotonine heropnameremmers (SSRI’s). Acetyl-L-carnitine (ALC) kan een alternatief zijn voor deze middelen.

 

Studie carnitineprofiel en depressie

Bekend is dat de effectiviteit van reguliere antidepressiva maar gedeeltelijk voorspeld kan worden op basis van klinische symptomen en dat naast depressieve gevoelens ook andere symptomen van belang zijn in de heterogeniteit van de behandelrespons[3]. Onderzoekers van de Mayo Clinic en Duke University uit de Verenigde Staten opperen dat er mogelijk sprake is van drie verschillende fenotypen, namelijk:

 

  • depressie met uitsluitend de kernsymptomen,
  • depressie met neurovegetatieve symptomen van melancholie en
  • depressie gecombineerd met angst.

 

Op basis van een goede biomarker zou het fenotype bepaald en de behandeling gepersonaliseerd kunnen worden. Een nieuwe studie laat zien dat het acylcarnitinen-profiel in plasma hiervoor mogelijk geschikt is[3]. Acylcarnitinen zijn vetzuuresters van carnitine die in het lichaam worden gevormd.

 

Aan het onderzoek namen 240 mensen met een depressie deel. Zij gebruikten gedurende acht weken het antidepressivum citalopram of escitalopram. Aan het begin van de studie en na acht weken werd de plasmaconcentratie bepaald van korte-, medium- en lange keten acylcarnitinen. Analyse toont aan dat de verschillende fenotypen onderscheiden konden worden op basis van het acylcarnitinen-profiel[3]. Mensen met een ernstige vorm van depressie hadden bijvoorbeeld een lagere concentratie acetyl-L-carnitine dan mensen met een milde depressie. Deze bevinding suggereert dat acetyl-L-carnitine betrokken is bij de pathofysiologie van de aandoening. Bovendien bleek het acylcarnitine-profiel een maat te kunnen zijn voor de behandelrespons[3].

 

Deze bevinding is in lijn met onderzoek van Rockefeller University waarin wordt aangetoond dat mensen met een depressie een significant lagere plasmaconcentratie ALC hebben ten opzichte van gezonde mensen[4]. Ook in deze studie werd gevonden dat de mate van het ALC-tekort een indicator was voor de ernst van de depressie. Significante verschillen voor de plasmaconcentratie L-carnitine werden niet gevonden[4].

 

(Pre)klinische studies

Verschillende studies laten zien dat acetyl-L-carnitine effectief depressieve symptomen kan verminderen[5,6]. Preklinische studies suggereren dat de effectiviteit gebaseerd is op twee mechanismen, namelijk een neurochemisch- en epigenetisch mechanisme[7,8]. In verschillende gerandomiseerde klinische onderzoeken (RCT) is ALC effectief gebleken bij de behandeling van depressie[5,6].
Uit een systematische review en meta-analyse uit 2018 van wetenschappers uit Italië en Londen blijkt ALC even effectief te zijn als andere antidepressiva, met name bij ouderen. Gelijktijdig gebruik met een antidepressivum zou een groter effect kunnen sorteren.
Gebruikte doseringen in de studies varieerden van 1 tot 3 gram ALC per dag verdeeld over twee of drie innamemomenten, waarbij hogere doseringen effectiever lijken te zijn dan lagere[5]. Opvallend is dat deelnemers die ALC gebruikten weinig bijwerkingen hadden ervaren.

 

Acetyl-L-carnitine minste bijwerkingen

Uit dezelfde meta-analyse blijkt verder dat gebruikers van ALC 79% minder bijwerkingen ervaren dan mensen die reguliere antidepressiva gebruiken[5]. Deze bevinding is interessant voor patiënten met een langdurige of ernstigere depressie, omdat deze groep gevoeliger is voor nadelige bijwerkingen door sterkere depressieve klachten aan de start van de behandeling. In een eerdere Duitse studie werden de bijwerkingen van verschillende klassen antidepressiva vergeleken middels een netwerk analyse op basis van 28 onderzoeken[9]. Hieruit kwam naar voren dat bij de TCA’s voornamelijk bijwerkingen optraden als verwardheid, droge mond en obstipatie en bij de SSRI’s maag-darmklachten en slaapproblemen. In alle gevallen stopten veruit de minste patiënten voortijdig met de behandeling wanneer zij uitsluitend werden behandeld met acetyl-L-carnitine en kwamen in deze groep de minste bijwerkingen voor[9].

 

Acetyl-L-carnitine bij depressie

Acetyl-L-carnitine is een lichaamseigen stof. Het is de geacetyleerde vorm van L-carnitine, waarbij carnitine een ester vormt met een acetylgroep. Zowel L-carnitine als ALC zijn belangrijk voor de vetstofwisseling en de energiehuishouding in mitochondriën. In tegenstelling tot L-carnitine kan acetyl-L-carnitine de bloedhersenbarrière gemakkelijk passeren. De stof heeft invloed op de plasticiteit van de hersenen en kan op basis hiervan depressieve klachten verminderen[4,10].

Gebruik van acetyl-L-carnitine bij depressie is effectief, wordt goed verdragen en geeft weinig bijwerkingen. ALC zou een goede behandeloptie kunnen zijn bij mensen met een depressie die niet voldoende reageren op reguliere antidepressiva of mensen die gevoelig zijn voor bijwerkingen, zoals ouderen[5,6].
De nieuwe studie van wetenschappers van de Mayo Clinic en Duke University uit de Verenigde Staten onderstreept nog eens de mogelijke betrokkenheid van acetyl-L-carnitine bij de pathofysiologie van depressie. ALC zou niet alleen als effectieve behandeling ingezet kunnen worden, maar het ALC-profiel zou zelfs kunnen helpen om meer gepersonaliseerd te behandelen én om het effect van de therapie met (standaard) antidepressiva te volgen[3].

 

Referenties:

  1. Trimbos.nl | Depressie in Nederland: feiten en cijfers [Internet]. [cited 2020 Jul 31]. Available from: https://www.trimbos.nl/kennis/cijfers/depressie
  2. Psychische stoorissen – Statistiek Vlaanderen [Internet]. [cited 2020 Jul 31]. Available from: https://www.statistiekvlaanderen.be/nl/psychische-stoornissen
  3. Ahmed AT, MahmoudianDehkordi S, Bhattacharyya S, Arnold M, Liu D, Neavin D, et al. Acylcarnitine metabolomic profiles inform clinically-defined major depressive phenotypes. J Affect Disord. 2020 Mar 1;264:90–7.
  4. Nasca C, Bigio B, Lee FS, Young SP, Kautz MM, Albright A, et al. Acetyl-L-carnitine deficiency in patients with major depressive disorder. Proc Natl Acad Sci U S A. 2018 Aug 21;115(34):8627–32.
  5. Veronese N, Stubbs B, Solmi M, Ajnakina O, Carvalho AF, Maggi S. Acetyl-L-Carnitine Supplementation and the Treatment of Depressive Symptoms. Psychosom Med. 2018 Feb 1;80(2):154–9.
  6. Wang SM, Han C, Lee SJ, Patkar AA, Masand PS, Pae CU. A review of current evidence for acetyl-l-carnitine in the treatment of depression. Vol. 53, Journal of Psychiatric Research. Elsevier Ltd; 2014. p. 30–7.
  7. Cuccurazzu B, Bortolotto V, Valente MM, Ubezio F, Koverech A, Canonico PL, et al. Upregulation of mGlu2 receptors via NF-κB p65 acetylation is involved in the proneurogenic and antidepressant effects of acetyl-L-carnitine. Neuropsychopharmacology. 2013 Oct 14;38(11):2220–30.
  8. Nasca C, Xenos D, Barone Y, Caruso A, Scaccianoce S, Matrisciano F, et al. L-acetylcarnitine causes rapid antidepressant effects through the epigenetic induction of mGlu2 receptors. Proc Natl Acad Sci U S A. 2013 Mar 19;110(12):4804–9.
  9. Kriston L, Von Wolff A, Westphal A, Hölzel LP, Härter M. Efficacy and acceptability of acute treatments for persistent depressive disorder: A network meta-analysis. Depress Anxiety. 2014;31(8):621–30.
  10. Smeland OB, Meisingset TW, Borges K, Sonnewald U. Chronic acetyl-l-carnitine alters brain energy metabolism and increases noradrenaline and serotonin content in healthy mice. Neurochem Int. 2012 Jul;61(1):100–7.

 

Bron: Springfield Nutra

off

Vitamine K2 (MK-7) voor gezonde bloedvaten

donderdag, september 17, 2020 @ 09:09 AM

Vitamine K2Een recente éénjarige studie bevestigt opnieuw dat de inname van voldoende vitamine K2 (MK-7) de elasticiteit van de vaten verbetert. Deze nieuwe publicatie in Vascular Diseases and Therapeutics draagt daarmee bij aan de indrukwekkende hoeveelheid bewijs dat vitamine K2 essentieel is voor gezonde bloedvaten.

 

Onderzoekers van de Universiteit van Maastricht, waaronder Dr. Cees Vermeer, hebben opnieuw een studie gepubliceerd die aantoont dat gebruik van vitamine K2 de bloedvatgezondheid ten goede komt. Vitamine K2 speelt een rol in de vaatgezondheid via activering van het zogenoemde matrix-Gla-proteïne (MGP). Dit eiwit houdt de bloedvaten elastisch. Bij een tekort aan vitamine K2 wordt dit eiwit echter niet omgezet in de actieve vorm, wat de kans op vaatstijfheid door kalkafzetting vergroot. Een verhoogde vaatstijfheid is een onafhankelijke voorspeller voor hart- en vaatziekten. De nieuwe studie is uitgevoerd bij gezonde mensen met een verhoogde hoeveelheid inactief MGP in hun bloed. Het onderzoek is daarom veelzeggend over de beschermende werking van vitamine K2 (menaquinon-7) op de bloedvaten.

 

Menaquinon-7 verbetert elasticiteit bloedvaten

Aan de placebogecontroleerde, gerandomiseerde klinische studie namen 243 mannen en vrouwen tussen de 40-70 jaar deel. Alle deelnemers hadden een hogere concentratie inactief MGP dan de algemene populatie. Gedurende een jaar kreeg een deel van de groep placebo en een deel kreeg 180 µg vitamine K2 per dag in de vorm van menaquinon-7 (MK-7). Na een jaar hadden de deelnemers die MK-7 gebruikt hadden een lagere hoeveelheid inactief MGP in het bloed en was er geen toename opgetreden in de vaatstijfheid. De bloedvaten van de mensen die placebo hadden gebruikt, waren in een jaar tijd juist stijver geworden. Het effect was significant bij vrouwen die K2 gebruikt hadden. Dit geeft aan dat vitamine K2 in deze groep bijgedragen heeft aan het remmen van de ontwikkeling van leeftijd gerelateerde vaatstijfheid[1].

 

Vermindering leeftijd gerelateerde vaatstijfheid

De resultaten van de nieuwe klinische studie zijn in lijn met twee eerdere driejarige-studies met postmenopauzale vrouwen. Een van deze studies werd tevens in Maastricht uitgevoerd. Hierbij kregen 244 gezonde, postmenopauzale vrouwen tussen de 55 en 65 jaar 180 µg vitamine K2 (MK-7) per dag wat na drie jaar resulteerde in een vermindering van de vaatstijfheid[3]. De onderzoekers uit Maastricht concluderen dat een hoge inname van vitamine K2 het ontstaan van leeftijd gerelateerde vaatstijfheid vermindert en dat nu uit de nieuwe studie blijkt dat dit effect al optreedt in de relatief korte periode van een jaar[1]. Als aandachtspunt wordt benoemd dat mensen met een tekort mogelijk een hogere dosering vitamine K2 nodig hebben, bijvoorbeeld minstens 360 µg per dag om een grotere reductie aan inactief MGP te bewerkstelligen.

 

Anti-inflammatoire werking

Vaatwandverkalking leidend tot vaatstijfheid is een voorbode van atherosclerose. Naast de effecten van vitamine K2 op de vaatstijfheid via MGP, kan vitamine K2 mogelijk ook via een anti-inflammatoire werking aderverkalking remmen. Shioi en collega’s brengen dit in een recente publicatie naar voren. Zij geven aan dat vaatwandverkalking een chronisch ontstekingsproces is waarbij NF-kB een belangrijke rol speelt. Zij wijzen erop dat zowel in vitro als in vivo onderzoek laat zien dat vitamine K de gevolgen van de activering van NF-kB tegengaat[2]. Vitamine K2 kan daarom via verschillende mechanismen bijdragen aan de vaatgezondheid.

 

Verschil vitamine K2 en K1

Hoewel vitamine K1 in grotere hoeveelheden voorkomt in de voeding dan vitamine K2 is er in eerdere bevolkingsstudies geen risico verlagend verband aangetoond met de inname van vitamine K[4,5]. Suppletie van vitamine K2 lijkt op basis van verschillende studies wel effect te hebben op de vaatgezondheid[1,3,4].
Maastrichtse wetenschappers hebben verschillende onderzoeken gedaan naar de verschillen tussen vitamine K1 en K2. Hieruit blijkt dat bij gelijke concentraties vitamine K, vitamine K2 beter opgenomen wordt en langer beschikbaar blijft voor het lichaam[6]. Daarbij kunnen vitamine K1 en vitamine K2 zeer verschillende activiteiten hebben in het lichaam.

 

Referenties:

  1. Vermeer C, Hogne V. Effect of Menaquinone-7 (vitamin K2) on vascular elasticity in healthy subjects: results from a one-year study. Vasc Dis Ther. 2020;5:1–4.
  2. Shioi A, Morioka T, Shoji T, Emoto M. The inhibitory roles of vitamin k in progression of vascular calcification. Vol. 12, Nutrients. MDPI AG; 2020.
  3. Knapen MHJ, Braam LAJLM, Drummen NE, Bekers O, Hoeks APG, Vermeer C. Menaquinone-7 supplementation improves arterial stiffness in healthy postmenopausal women: A double-blind randomised clinical trial. Thromb Haemost. 2015;113(5):1135–44.
  4. Geleijnse JM, Vermeer C, Grobbee DE, Schurgers LJ, Knapen MHJ, van der Meer IM, et al. Dietary Intake of Menaquinone Is Associated with a Reduced Risk of Coronary Heart Disease: The Rotterdam Study. J Nutr. 2004;134(11):3100–5.
  5. Gast GCM, de Roos NM, Sluijs I, Bots ML, Beulens JWJ, Geleijnse JM, et al. A high menaquinone intake reduces the incidence of coronary heart disease. Nutr Metab Cardiovasc Dis. 2009 Sep;19(7):504–10.
  6. Cranenburg ECM, Schurgers LJ, Vermeer C. Vitamin K: The coagulation vitamin that became omnipotent. Thromb Haemost. 2007 Jul;98(1):120–5.

 

Bron: https://springfieldnutra.com/nieuws/vitamine-k2-mk-7-voor-gezonde-bloedvaten/

off

GlutamineGlutamine is een van de meest waardevolle niet-essentiële aminozuren. Het is onder meer essentieel voor een gezonde darm en het immuunsysteem. De lichaamseigen synthese is het grootst in spieren, lever, vetweefsel en hersenen. Onder bepaalde omstandigheden, zoals tijdens herstelperiodes en bij grote fysieke inspanning, kan de glutaminesynthese onvoldoende zijn. Het kan dan zinnig zijn om glutamine in de vorm van een supplement te nemen. Een interessante studie uit 2019 geeft een overzicht van diverse onderzoeken waarbij de nadruk ligt op de rol van glutamine bij het reguleren van het microbioom en daarmee de gezondheid. Het blijkt dat glutamine op verschillende manieren het darmmicrobioom beïnvloedt.

 

De studie
In de overzichtsstudie werden verschillende experimentele onderzoeken opgenomen. Alle studies onderzochten het effect van glutamine op de gezondheid en het darmmicrobioom (darmflora). Uit diverse studies bleek het reeds bekende beschermende effect van glutamine. Het herstelt de mucosale integriteit, moduleert ontstekingsreacties, stimuleert de immuniteit en is betrokken bij de synthese van nucleïnezuren (DNA en RNA).

 

Een belangrijke conclusie van de onderzoekers was dat glutamine het darmmicrobioom op verschillende wijzen kan beïnvloeden. Het bleek een regulerende werking op de darmflora te hebben, met een positief effect op constipatie, bacteriële overgroei en bacteriële translocatie. In het laatste geval verplaatsen bacteriën zich vanuit de darm naar andere delen van het lichaam om daar (levensgevaarlijke) infecties te veroorzaken. Bij mensen met overgewicht blijkt glutamine de verhouding tussen de darmbacteriestammen Firmicutes en Bacteroidetes te verbeteren. Deze ratio is erg belangrijk, aangezien in een gezonde darm twee- tot driemaal zoveel Firmicutes aanwezig horen te zijn als Bacteroidetes.

 

De onderzoekers concludeerden bovendien dat glutamine-suppletie voor een toename van secretoir (s)IgA in het lumen van de darm zorgde, en daarmee een positief effect heeft op de immuniteit.

 

Toepassingen van glutamine
Op basis van het effect dat glutamine heeft op het darmmicrobioom zijn er vele toepassingen mogelijk. Glutamine kan onder meer ingezet worden bij de behandeling van overgewicht, preventie van bacteriële translocatie, bij obstipatie en bij beschadiging van de darm zoals na chemotherapie. De onderzoekers verwachten echter dat de inzet van glutamine in relatie tot het darmmicrobioom zich niet hoeft te beperken tot hiervoor genoemde voorbeelden maar dat het veel breder toepasbaar is. Dit zou verder onderzocht moeten worden.

 

Referentie:
https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC6834172/#B65-ijms-20-05232

 

Bron: OrthoKennis

off

Vermoeide ogenVermoeide of droge ogen zijn een veelvoorkomend probleem geworden nu zoveel tijd achter beeldschermen wordt doorgebracht. Micronutriënten, voornamelijk maar niet alleen luteïne, kunnen daartegen worden ingezet. Recent onderzoek laat zien dat met een combinatie van oogvriendelijke stoffen het gebruik van laptop, televisie of smartphone minder belastend is.

 

De onderzoekers uit het Chinese Shanghai kwamen tot deze conclusie op basis van een gerandomiseerd, double-blind en placebogecontroleerde klinische studie, die drie maanden duurde. Er deden 360 personen aan deel, die in vier groepen werden verdeeld en een placebo kregen of drie verschillende doseringen luteïne van respectievelijk 6, 10 of 14 mg per dag. Daarnaast kregen zij extracten van de volgende stoffen met de aangegeven doseringen:
 

  • zeaxanthine 1,2, 2 of 2,8 mg;
  • zwarte bessen 100, 167 of 233 mg;
  • chrysant 75, 125 of 175 mg;
  • goji bessen 75, 125 of 175 mg.

 

Bij het begin van de studie, na 45 en na 90 dagen werden oogmetingen verricht en klachten opgenomen. Degenen in de drie groepen die het combinatiesupplement kregen, zagen ongeacht de dosering hun totaalscore voor vermoeidheidssymptomen na de helft van de studieperiode en eveneens aan het einde daarvan significant afnemen ten opzichte van placebo. Zo hadden zij minder last van oogpijn, wazig zicht, van het gevoel dat er iets in het oog zit en van droge ogen. Bovendien nam hun vermogen toe om visuele impressies te herkennen en te interpreteren.

 

Na drie maanden bleek uit de Schirmer test, waarmee de hoeveelheid traanvocht wordt gemeten, dat de traanafscheiding was toegenomen bij toediening van de twee hoogste doseringen van de stoffen. Andere effecten hadden betrekking op de mate van verdamping van traanvocht en het traanvolume.

 

Ten slotte was in vergelijking met placebo bij alle drie de doses sprake van een grotere dichtheid van het pigment in het netvlies, zowel halverwege als aan het einde van de studie.

 

Referentie:
Kan J, Wang M, Liu Y, et al. A novel botanical formula improves eye fatigue and dry eye: a randomized, double-blind, placebo-controlled study. Am J Clin Nutr. 2020;112(2):334-342. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32542334

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/5099

off

Visoliesupplementen goed voor testes

woensdag, september 16, 2020 @ 02:09 PM

VisolieAls jonge mannen visoliesupplementen gebruiken, worden hun testes groter en neemt hun aanmaak van zaad toe. Dat vertellen onderzoekers van de University of Southern Denmark in JAMA Network Open.

 

Voeding en vruchtbaarheid

 

Lees meer…

off

SucraloseSucralose, een synthetische zoetstof die duizend keer zoeter is dan suiker, veroorzaakt bij gezonde mensen verschijnselen die doen denken aan een voorstadium van diabetes type-2. Dat schrijven onderzoekers van de universiteit van Yale in Cell Metabolism. Hoewel de proefpersonen niet echt ziek werden, waren de uitkomsten zo verontrustend dat de universiteit de onderzoekers adviseerde om hun studie te staken.

 

Studie

 

Lees meer…

off

GABASuppletie met gamma-aminoboterzuur (GABA) kan diverse cognitieve parameters zoals geheugen en ruimtelijke cognitie in gunstige zin beïnvloeden, zo blijkt uit twee nieuwe studies uit Japan.

 

GABA is een natuurlijk aminozuur dat zich in menselijke cellen bevindt. Het is de belangrijkste remmende neurotransmitter in het centrale zenuwstelsel. GABA komt in diverse voedingsmiddelen voor zoals (blad)groenten, soja- en tuinbonen, noten, zaden, tomaten en eieren.

 

Onze cognitieve functies – verwijzend naar onze intellectuele vaardigheden zoals geheugen, aandacht, taal en beoordelingsvermogen – nemen af met het stijgen van de leeftijd. Aangezien de wereldbevolking veroudert, is het belangrijk om deze cognitieve achteruitgang bij ouderen te voorkomen voordat zich dementie ontwikkelt.

 

In de twee gerandomiseerde, dubbelblind, placebogecontroleerde klinische studies, die parallel aan elkaar werden uitgevoerd, namen de deelnemers doses van 100 mg en 200 mg GABA per dag. Deze doses (versus placebo) werden gedurende twaalf weken gegeven aan twee gescheiden groepen van 60 volwassenen van boven de 40 jaar.

 

Uit de resultaten bleek dat dagelijks gebruik van 100 mg GABA significant betere testresultaten tot gevolg had voor wat betreft geheugen en ruimtelijke cognitie dan gebruik van placebo. Ruimtelijke cognitie staat onder andere voor het integreren van visuele informatie. Bij verdubbeling van deze dosis waren deze verbeteringen nog sterker. Denk aan verbeteringen op het gebied van non-verbaal argumenteren, werkgeheugen en aanhoudende aandacht.

 

In beide studies keken de onderzoekers naar kwaliteit van leven en vonden verbeteringen bij de GABA-gebruikers ten opzichte van de placebogroepen. Dat gold in het bijzonder voor fysiek functioneren, vitaliteit en mentale gezondheid. In de studie met gebruik van 200 mg GABA werden ook verhoogde IGF-1 (insulin-like growth factor 1)-spiegels vastgesteld. Dit heeft activerende effecten in het brein. Dit is een bijzondere vaststelling aangezien GABA de bloed-hersenbarrière niet of nauwelijks zou kunnen passeren.

 

Referenties:
Yamatsy, A., et al. Intake of 200 mg/day of γ-Aminobutyric Acid (GABA) Improves a Wide Range of Cognitive Functions. A Randomized, Doubleblind, Placebo, controlled Parallelgroup Clinical Trial. Japanese Pharmacology & Therapeutics  2020, 48.3: 461-474.

Yamatsu, A., et al. Improvement of Memory and Spatial Cognitive Function by Continuous Ingestion of 100mg/day of γ-Aminobutyric Acid (GABA). A Randomized, Doubleblind, Placebocontrolled Parallelgroup Clinical Trial. Japanese Pharmacology & Therapeutics  2020, 48.3: 475-486.

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/5053

off

Flavonoïdenconsumptie beschermt tegen Alzheimer

donderdag, september 10, 2020 @ 01:09 PM

Flavonoidenconsumptie‘Flavonoïden’ is een verzamelnaam voor een grote groep (kleurrijke) bioactieve stoffen in planten. Ze zijn belangrijk voor de plantenstofwisseling (o.a. groei en bescherming), maar evenzeer voor onze gezondheid. Er zijn zeer veel verschillende bioflavonoïden: isoflavonen, flavonolen, tot anthocyanen en OPC…. Verspreid over groenten, fruit, noten, thee en koffie, chocolade, enz…

 

Een recent gepubliceerde studie onderzocht het verband bij 2.800 personen (> 50 jaar), over 20 jaar. De deelnemers werden ingedeeld in groepen naargelang hun verbruik van flavonoïden (=plantaardig voedsel). En vervolgens werd er per groep het aantal diagnoses van dementie of ziekte van Alzheimer opgevolgd.
De resultaten: in de groep met de hoogste flavonoïdeninname werden bijna de helft minder diagnoses (0.54-0.58) genoteerd, in vergelijking met de groep met de laagste inname.

 

Dementie en Alzheimer worden een steeds groter probleem in de verouderende bevolking, en er is geen behandeling/medicijn voorhanden. Preventie door gezonde voeding is dus des te belangrijker!

 

Referentie:
Shishtar E et al. Long-term dietary flavonoid intake and risk of Alzheimer disease and related dementias in the Framingham Offspring Cohort. The American Journal of Clinical Nutrition 2020 april. nqaa079, https://doi.org/10.1093/ajcn/nqaa079

 

Bron: ABC Gezondheid

off

Goede nachtrust beschermt tegen verkoudheid

woensdag, september 9, 2020 @ 06:09 PM

VirusMannen en vrouwen die goed slapen worden, na blootstelling aan een verkoudheidsvirus, drie tot zes keer minder vaak verkouden dan mannen en vrouwen met slaapproblemen. Dat ontdekten psychologen van Carnegie Mellon University, in een experiment dat bewees hoe cruciaal slaap voor het functioneren van het immuunsysteem is.

 

Slaap versus virussen

 

Lees meer…

off