You are currently browsing the Blog : Sport en voedings supplementen advies door Wouter de Jong blog archives for februari, 2020.

Archive for februari, 2020

Vitamine dLymfoom of lymfeklierkanker is kanker van een bepaald soort witte bloedcellen, de lymfocyten (B-cellen, T-cellen en natural killer cellen). De twee grote categorieën van lymfoom zijn Hodgkin en non-Hodgkin lymfoom. Een van de belangrijkste factoren bij het ontstaan van lymfoom is een verstoorde immuniteit. Mensen met een verzwakte weerstand of met immuunziekten hebben een sterk verhoogd risico op lymfeklierkanker.

 

Een verzwakte weerstand verhoogt het risico op virale en bacteriële infecties en auto-immuniteit. Door de verlaagde immuniteit worden virussen en andere micro-organismen niet goed vernietigd of onder controle gehouden. Virussen kunnen zich veel gemakkelijker vermenigvuldigen wanneer het immuunsysteem niet goed werkt. Dat zorgt er onder andere voor dat de B-cellen overactief worden en meer antilichamen gaan aanmaken tegen de niet verwijderde virussen. Chronische virale infectie stimuleert de vermenigvuldiging (woekering) van lymfocyten.

 

Ook auto-immuniteit is een gevolg van een verstoord immuunsysteem. Bij auto-immuniteit is het immuunsysteem chronisch overactief en wordt de vermenigvuldiging van lymfocyten permanent gestimuleerd.

 

Vitamine D is een van de belangrijkste vitaminen voor het immuunsysteem. Een gebrek aan vitamine D is gelinkt aan een verminderde weerstand tegen ziekteverwekkende micro-organismen, allergie en auto-immuniteit (Colotta F, 2017; Lang PO, 2017). Vitamine D speelt een belangrijke rol in de immuunrespons tegen infecties. Ze stimuleert de aanmaak van antimicrobiële peptiden (vb. cathelicidine en bèta-defensine) die bacteriële en virale infecties helpen bestrijden. Vitamine D heeft ook een veelzijdige antikankerwerking.

 

Mensen met non-Hodgkin lymfoom die onvoldoende vitamine D in hun bloed hebben, hebben een slechtere prognose en een lagere overlevingskans dan diegenen die voldoende vitamine D in hun bloed hebben (Drake MT, 2010; Tracy SI, 2017).

 

Uit een recent onderzoek blijkt dat de meerderheid van de mensen met een agressieve vorm van B-cel lymfoom een gebrek aan vitamine D of onvoldoende vitamine D had. Slechts 12% van deze patiënten had voldoende vitamine D in het bloed. Hoe lager de vitamine D-waarden, hoe slechter de prognose en hoe lager de overlevingskans. Suppletie met vitamine D verbeterde de uitkomst van de behandeling (met R-CHOP) en verhoogde de overlevingskans (Hohaus S, 2018).

 

Een gebrek aan vitamine D wordt ook gelinkt aan een verhoogd risico op leukemie en een slechtere prognose. Hoe lager de vitamine D-waarden in het bloed, hoe agressiever de kanker. Leukemiepatiënten met hogere bloedwaarden van vitamine D hebben minder kans om aan de kanker te overlijden (Thomas X, 2011; Wang W, 2015).

 

Referenties:

1. Colotta F, Jansson B, Bonelli F. Modulation of inflammatory and immune responses by vitamin D. J Autoimmun. 2017 Jul 18. pii: S0896-8411(17)30463-8.

2. Drake MT, Maurer MJ, Link BK, et al. Vitamin D insufficiency and prognosis in non-Hodgkin’s lymphoma. J Clin Oncol. 2010 Sep 20;28(27):4191-8.

3. Hohaus S, Tisi MC, Bellesi S, et al. Vitamin D deficiency and supplementation in patients with aggressive B-cell lymphomas treated with immunochemotherapy. Cancer Med. 2018 Jan;7(1):270-281.

4. Lang PO, Aspinall R. Vitamin D Status and the Host Resistance to Infections: What It Is Currently (Not) Understood. Clin Ther. 2017 May;39(5):930-945.

5. Thomas X, Chelghoum Y, Fanari N, et al. Serum 25-hydroxyvitamin D levels are associated with prognosis in hematological malignancies. Hematology. 2011 Sep;16(5):278-83.

6. Tracy SI, Maurer MJ, Witzig TE, et al. Vitamin D insufficiency is associated with an increased risk of early clinical failure in follicular lymphoma. Blood Cancer J. 2017 Aug 25;7(8):e595.

7. Wang W, Li G, He X, et al. Serum 25-hydroxyvitamin D levels and prognosis in hematological malignancies: a systematic review and meta-analysis. Cell Physiol Biochem. 2015;35(5):1999-2005.

 

Bron: PlaceboNocebo

off

Choline hersenenSuppletie van choline tijdens het derde trimester van de zwangerschap verbetert de snelheid van het verwerken van informatie bij baby’s. Dit blijkt uit een gerandomiseerd dubbelblind onderzoek van de Cornell University gepubliceerd in The Faseb Journal.

 

Voor de prenatale ontwikkeling is choline een essentiële voedingsstof die onder andere nodig is bij de vorming van acetylcholine (ACh, een belangrijke neurotransmitter) en de methylering van DNA (methylgroepdonor). Daarnaast vormt choline een belangrijk onderdeel van fosfatidylcholine (fosfolipide in celmembraan) en sfingomyeline (fosfolipide in myelineschede), wat van belang is voor de geleidingssnelheid van neuronen, de ontwikkeling van de hersenen en de prenatale groei. Tijdens de zwangerschap is zelfs extra veel choline nodig. Vanwege de snelle groei van de foetus en placenta, de eerder genoemde DNA-methylatie en andere fysiologische processen. Voldoende cholinesuppletie is daarom juist in deze fase essentieel.

 

In eerdere studies met knaagdieren werd al aangetoond dat maternale suppletie van choline voor het nageslacht een beter ruimtelijk inzicht bood, een betere concentratie en vermindering van leeftijdsgerelateerde achteruitgang van cognitieve functies. Deze cognitieve voordelen zijn vermoedelijk zelfs levenslang.

 

Opzet van de studie
Voor dit onderzoek werden 24 zwangere vrouwen willekeurig onderverdeeld in twee groepen. Alle vrouwen kregen tijdens het derde trimester gedurende minimaal 12 weken een gestandaardiseerd dieet dat 380 mg choline per dag bevatte met daarnaast een supplement van 100 ofwel 550 mg choline per dag. In totaal kreeg de ene groep dus 480 mg choline per dag binnen en de andere groep 930 mg choline per dag. Daarnaast kregen beide groepen dagelijks een zwangerschapsmultivitamine, een DHA-supplement en driemaal per week een kalium/magnesium-supplement. Het effect van de choline-suppletie werd gemeten door middel van een visuele aandachtstest bij de kinderen op de leeftijd van 4, 7, 10 en 13 maanden. Daarbij werden de oogbewegingen van de kinderen gevolgd bij het verschijnen van afbeeldingen op een scherm. De tijd die nodig was om tot een fixatiepunt (de afbeelding) te komen werd geregistreerd. Deze reactieve saccades (snelle oogbewegingen om tot een fixatiepunt te komen) hebben een voorspellende waarde voor de informatieverwerkingssnelheid en IQ scores op latere kinderleeftijd.

 

Resultaten
Uiteindelijk bleek dat de groep met de hoogste choline-suppletie van 930 mg per dag een gemiddelde reactietijd had die significant (P=0,03) korter was dan het gemiddelde van de groep die 480 mg choline per dag kreeg. De reactietijd was niet alleen gemiddeld korter, maar ook korter bij alle meetmomenten, duidend op een blijvend positief cognitief effect van een hogere choline-inname voor minimaal het eerste levensjaar van het kind. Een bijkomend effect dat de onderzoekers alleen konden vinden in de groep met de lage dosis choline was dat hoe langer de suppletie gegeven werd, des te korter de reactietijd. Dit effect werd mogelijk veroorzaakt doordat deze vrouwen voor aanvang van de studie al een te lage inname van choline hadden.

 

Uit de bevindingen van het onderzoek bleek dat het laatste trimester van de zwangerschap een gevoelige periode vormt voor de functionele effecten van choline-suppletie op de cognitieve ontwikkeling. Dit stemt overeen met de onderzoeksresultaten bij dieren.

 

Tot slot suggereert de studie dat de aanbevolen hoeveelheid choline voor zwangere vrouwen (480 mg per dag) niet voldoende is voor een optimale hersenontwikkeling van het kind.

 

Referentie:
https://www.fasebj.org/doi/10.1096/fj.201700692RR

 

Bron: OrthoKennis

off

VeganUit een review van onderzoeken naar reumatoïde artritis (RA) blijkt dat een niet-dierlijk voedingspatroon helpt om pijn te bestrijden en in het algemeen de kwaliteit van leven te verhogen. De overzichtsstudie is gepubliceerd in het tijdschrift Frontiers in Nutrition en geschreven door leden van het Physicians Committee for Responsible Medicine, pleitbezorger van plantaardige voeding als ziektepreventie.

 
RA is een auto-immuunziekte waarin ontstekingsprocessen een centrale rol spelen. De precieze oorzaak van de ziekte, ook wel chronische gewrichtsreuma genoemd, is onduidelijk. Genetische factoren worden voor zeker de helft verantwoordelijk gehouden voor het ontstaan ervan. Patiënten kunnen echter door hun voedingskeuzes verbetering in hun situatie bereiken.

 

Er bestaat veel controverse over het al dan niet gezonde karakter van voeding zonder vlees of zonder dierlijke producten in het algemeen. Maar in geval van RA lijken de gezondheidseffecten positief. De auteurs geven daarvoor de volgende argumenten:

 

  • het niveau van inflammatie, het fundamentele kenmerk van de ziekte, kan worden teruggedrongen. Verwezen wordt naar een vergelijkende studie tussen mensen die plantaardig dan wel vetrijk en dierlijk voedsel aten. In het eerste geval waren er minder ontstekingen. Een tweede onderzoek concludeerde in andere termen hetzelfde: met plantaardige voeding was het niveau van ontstekingsmarker CRP lager.
  • gewichtsverlies levert een belangrijke bijdrage aan verlichting van symptomen. En afvallen is beter bereikbaar met vegetarische of veganistische voeding.
  • plantaardige voeding bevordert, met name door het vezelrijke karakter, een gezond microbioom. De bacteriële diversiteit, die bij mensen met RA te wensen overlaat, wordt door dergelijke voeding groter.

 

Als aanbevelenswaardige voedingsmiddelen noemen de onderzoekers fruit, groenten, volle granen en peulvruchten. In de woorden van een van de onderzoekers, arts en wetenschapper Hana Kahleova, kunnen deze ‘enorm helpen’ om de ontstekingsniveaus in de gewrichten te verminderen: “De studie biedt hoop dat met een eenvoudige verandering in voedingspatroon gewrichtspijn, zwelling en andere pijnlijke symptomen kunnen verbeteren of zelfs verdwijnen.”

 

Referentie:
Alwarith J, Kahleova H, Rembert E, Yonas W, Dort S, Calcagno M, Burgess N, Crosby L, Barnard ND. Nutrition Interventions in Rheumatoid Arthritis: The Potential Use of Plant-Based Diets. A Review. Front Nutr. 2019 Sep 10;6:141. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC6746966

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/4791

off

slaapVoldoende en kwalitatief goede slaap is belangrijk om de kans op hart- en vaatziekten te verlagen. Dat concluderen wetenschappers op basis van een studie naar het slaapgedrag van enkele honderdduizenden personen van middelbare en oudere leeftijd. Hun gegevens werden ontleend aan de Britse Biobank en besloegen de periode 2006-2010.

 
Het onderzoek, met 385.292 deelnemers, wijkt af van eerdere analyses waarin één of soms enkele aspecten van de slaap in verband zijn gebracht met een grotere kans op hart- en vaatziekten of op coronaire hartziekte dan wel beroerte afzonderlijk. In deze publicatie is via zelfrapportage een vijftal slaapgedragingen in onderlinge samenhang op dit risico onderzocht, waarna een slaapscore van 0 (slechtste resultaat) tot 5 (beste resultaat) werd toegekend. Op basis van eerdere bevindingen werd een gezond slaapgedrag omschreven als:

 

  • vroeg chronotype (relatief vroege tijd van naar bed gaan);
  • zeven tot acht uur slaap per dag;
  • weinig of geen last hebben van slapeloosheid;
  • afwezigheid van snurken;
  • geen overmatige slaperigheid overdag.

 

Daarnaast hielden de onderzoekers rekening met de invloed van een genetische predispositie om eerder hart- en vaatziekten te ontwikkelen. Daartoe werd een genetische score berekend voor de kans op coronaire hartziekte of beroerte.

 

De follow-up duurde 8,5 jaar en in deze periode ontwikkelden 7280 deelnemers hart- en vaataandoeningen: 4667 gevallen van coronaire hartziekte en 2650 beroertes. Wanneer degenen met score 5 werden vergeleken met degenen met score 0 tot 1, bleken grote verschillen. De kans om hart- en vaatziekten te ontwikkelen was in de eerste categorie 35% lager dan in de tweede categorie. Uitgesplitst was het risicoverschil 34% voor coronaire hartziekte en eveneens 34% voor beroerte. Het gaat hier om correlaties en niet om aangetoonde causaliteit. Maar indien bewezen, zou ten minste 10% van deze cardiovasculaire gebeurtenissen niet hebben plaatsgevonden als iedereen een score 0 tot 1 had behaald.

 

De verbanden golden voor mensen met zowel een laag, gemiddeld als hoog genetisch risico voor hart- en vaatziekten. Wanneer er een dergelijk risico is, zo stellen de auteurs, kan dat door een gezond slaappatroon verlaagd worden. Omgekeerd ondermijnt een ongezonde slaap bij mensen zonder genetische predispositie hun aangeboren bescherming.

 

Referentie:
Fan M, Sun D, Zhou T, Heianza Y, Lv J, Li L, Qi L. Sleep patterns, genetic susceptibility, and incident cardiovascular disease: a prospective study of 385 292 UK biobank participants. Eur Heart J. 2019 Dec 18. https://academic.oup.com/eurheartj/advance-article/doi/10.1093/eurheartj/ehz849/5678714

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/4826

off

Eet meer noten, word slanker

woensdag, februari 12, 2020 @ 01:02 PM

NotenAls mensen elke dag een beetje meer noten gaan eten, worden ze op de langere termijn niet dikker, maar slanker. Dat is de uitkomst van een epidemiologische rekensom die Amerikaanse voedingswetenschappers hebben gepubliceerd in BMJ Nutrition, Prevention & Health. Een toename van de consumptie van noten is vooral effectief als die ten koste gaat van friet en chips.

 

Studie

 

Lees meer…

off

Walnoten verbeteren het darmmicrobioom

dinsdag, februari 11, 2020 @ 03:02 PM

WalnotenDat walnoten bijzonder goed zijn voor onze gezondheid, wisten we al. Toch is het interessant om te zien hoe deze gunstige effecten op het hart tot stand komen. De resultaten van een nieuwe gerandomiseerde, gecontroleerde studie tonen aan dat de consumptie van walnoten veranderingen in de samenstelling van het darmmicrobioom teweegbrengt. Inname van 60-85 gram walnoten per dag leidde tot een verhoging van bepaalde bacteriestammen in de darm. Deze veranderingen verminderen de risico’s die hart- en vaatziekten met zich meebrengen. Het onderzoek werd uitgevoerd bij mensen met al bestaande hart- en vaatziekten.

 

Dagelijkse consumptie van walnoten gedurende zes weken blijkt het darmmicrobioom op een hele gunstige manier te beïnvloeden. Een daarvan is een verhoging van Roseburia, een bacterie die het darmslijmvlies beschermt. Onderzoekers zagen ook verrijking in Eubacteria eligens en Butyricicoccus. Eubacterium eligens is in verband gebracht met het verlagen van de bloeddruk bijvoorbeeld. Bovendien werden grotere aantallen Lachnospiraceae gevonden. Deze zijn geassocieerd met een grotere verlaging van de bloeddruk, totaal cholesterol, en andere soorten dan HDL-cholesterol.

 

Voedingsmiddelen zoals hele walnoten bieden een breed scala aan substraten – zoals vetzuren, vezels en bioactieve verbindingen – voor ons darmmicrobioom om zich te voeden. Op zijn beurt kan dit helpen bij het genereren van gunstige metabolieten en andere producten voor ons lichaam.

 

‘Vervanging van de gebruikelijke snack – vooral als het een ongezonde snack is – met walnoten is een kleine verandering die te maken is om ons dieet te verbeteren’, zei Petersen, hoofdonderzoeker. ‘Substantieel bewijs geeft aan dat kleine verbeteringen in voeding de gezondheid ten goede komen. 60-85 gram walnoten per dag eten als onderdeel van een gezond dieet kan een goede manier zijn om de darmgezondheid te verbeteren en het risico op hart-en vaatziekten te verminderen.’

 

Referentie:
Tindall AM, McLimans CJ, Petersen KS, Kris-Etherton PM, Lamendella R. Walnuts and Vegetable Oils Containing Oleic Acid Differentially Affect the Gut Microbiota and Associations with Cardiovascular Risk Factors: Follow-up of a Randomized, Controlled, Feeding Trial in Adults at Risk for Cardiovascular Disease. J Nutr. 2019 Dec 18. pii: nxz289. doi: 10.1093/jn/nxz289.

 

Bron: https://www.orthofyto.com/nieuws/orthomoleculair/walnoten-verbeteren-het-darmmicrobioom/

off

Donkere chocolade verbetert verstand langdurig

vrijdag, februari 7, 2020 @ 12:02 PM

chocolade-hersenenDonkere chocolade, en witte chocolade niet, verhoogt de scores op denk- en geheugentests bij vrijwilligers die dertig dagen lang 24 gram chocolade na de lunch aten. Drie weken nadien, zonder dat er nog chocolade gegeten werd, waren de scores nog steeds significant beter. Ook de ‘zenuwgroeifactor’ in het plasma was toegenomen.

 
Donkere chocolade bevat flavonoïden en methylxanthines, die in witte chocolade niet aanwezig zijn. Cafeïne is het bekendste methylxanthine, maar theobromine is de meest voorkomende in donkere chocolade. De Japanse onderzoekers die deze studie leidden, geloven dat theobromine het belangrijkste ingrediënt is dat de resultaten van hun studie verklaart.

 

Achttien deelnemers aten een maand lang donker of witte chocolade, om vervolgens drie weken lang geen chocolade meer te eten. Ze legden de proefpersonen op drie verschillende momenten tests voor, met name de Stroop-kleur-woordtest en de digitale cancellation-test (D-CAT).

 

De onderzoekers konden geen toename in hersenbloedaanvoer vaststellen, zoals dat in eerdere studies wel gebeurde. Ook bleef brain-derived neurotrophic factor (plasma) onveranderd. Omdat de effecten lang aanbleven, vermoeden de onderzoekers dat chocolade de hersenplasticiteit stimuleert.

 

Referentie:
Sumiyoshi E, Matsuzaki K, Sugimoto N et al. Sub-Chronic Consumption of Dark Chocolate Enhances Cognitive Function and Releases Nerve Growth Factors: A Parallel-Group Randomized Trial. Nutrients. 2019; 11(11) doi:10.3390/nu11112800

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/4821

off

Carnitine kan behandeling diabetes verbeteren

dinsdag, februari 4, 2020 @ 03:02 PM

Carnitine DiabetesAl geruime tijd krijgt suppletie met L-carnitine veel wetenschappelijke aandacht als mogelijke (aanvullende) behandeling voor insulineresistentie. In een recente meta-analyse worden de effecten van carnitinesuppletie bij patiënten met diabetes type 2 of overgewicht in kaart gebracht. Andere onderzoekers bekeken of carnitinesuppletie de behandelingsresultaten bij diabetespatiënten kan verbeteren.

 

Iraanse onderzoekers evalueerden 24 studies (2000-2017) met in totaal 1569 deelnemers met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. De resultaten zijn gepubliceerd in het eerste nummer van 2020 van het bekende vakblad Clinical Nutrition. De deelnemers aan deze studies waren voor het merendeel patiënten met diabetes type 2, overgewicht, of hyperlipidemie.
De meta-analyse toont dat suppletie met L-carnitine bij deze patiënten verhoogde cholesterol- en bloedglucosespiegels kan verlagen en insulineresistentie kan verbeteren [1].
Met name vanaf een dosering van 1500 mg per dag bleek suppletie met carnitine effectief de totale- en LDL-cholesterolspiegels te verlagen en de HDL-spiegels te verhogen.
Vanaf een suppletieduur van meer dan twaalf weken werd een significant effect op nuchtere glucosebloedspiegels waargenomen. De verbetering van HbA1c en insulieresistentie (HOMA-IR) was vooral sterk in combinatie met calorierestrictie [1].

 

Carnitine is belangrijk voor het lipidenmetabolisme waarin het een essentiële rol speelt voor de verbranding van lange-ketenvetzuren in de mitochondriën. Carnitine is namelijk nodig om deze lange-ketenvetzuren binnenin de mitochondriale matrix (het binnenste van mitochondriën) te brengen waar de krebscyclus zich afspeelt. Tegelijkertijd zorgt carnitine er daarbij voor dat er geen ophoping ontstaat van acyl-coënzym-A (acylCoA). Ophoping daarvan in de mitochondriën leidt tot insulineresistentie [1].

 

L-carnitine-suppletie bij glimepiride

Een andere, recent gepubliceerde studie laat zien dat carnitine het effect van het glucoseverlagende medicijnen glimepiride kan verbeteren. De studie werd uitgevoerd aan de Tanta Universiteit in Egypte en duurde zes maanden. De deelnemers waren 58 patiënten met diabetes type 2 (gemiddelde leeftijd 50 jaar) die onvoldoende effect ondervonden van behandeling met een sulfonylureumderivaat. Ze werden verdeeld over twee groepen:
•  4 mg glimepiride (een sulfonylureumderivaat) per dag;
•  4 mg glimepiride + 2 gram L-carnitine per dag [2].

 

De toevoeging van carnitine resulteerde in een significant verbeterde regulering van verhoogde glucose- en insulinebloedspiegels, insulinegevoeligheid en spiegels van bloedlipiden [2]. Dit werd gemeten aan de hand van nuchtere en postprandiale glucosespiegels, nuchtere insulinespiegels, HbA1c, HOMA-IR-index, IRAPe, TNF-α, visfatin, totaal cholesterol, LDL- en HDL-cholesterol en triglyceriden.

 

Nieuwe biomarker

In deze studie werd voor het eerst de nieuwe en eenvoudig te meten biomarker IRAPe gebruikt voor het volgen van het effect van de behandeling op insulineresistentie. IRAPe staat voor extracellular part of insulin regulated aminopeptidase. Alleen in combinatie met carnitine gaf behandeling met glimepiride een aanzienlijke toename van IRAPe-gehaltes, hetgeen bevestigt dat carnitine de insulinegevoeligheid in spier- en vetweefsel verbetert.

 

TNF-α is betrokken bij het ontstaan van insulineresistentie gerelateerd aan overgewicht en het ontstaan van diabetes type 2. Bij alle deelnemers was sprake van overgewicht (gemiddelde BMI 34 kg/m2). Glimepiride met carnitine resulteerde in normalisering van het TNF-α-gehalte. In de groep die alleen glimepiride kreeg nam TNF-α toe.
Visfatin, een hormoon afkomstig uit vetweefsel, heeft een negatief effect op insuline-gevoeligheid. Door toevoeging van carnitine aan de behandeling kon een aanzienlijke daling bereikt worden van de visfatinspiegels, terwijl deze onveranderd bleef met alleen glimepiride [2].

 

Deze studies laten zien dat suppletie met L-carnitine zinvol kan zijn ter verbetering van hyperlipidemie, hyperglycemie en insulineresistentie [1,2]. Daarmee draagt carnitine-suppletie tevens bij aan preventie of vertraging van de ontwikkeling van complicaties van diabetes [2].

 

Bronnen

  1. Asadi M, Rahimlou M, Shishehbor F, et al. The effect of l-carnitine supplementation on lipid profile and glycaemic control in adults with cardiovascular risk factors: A systematic review and meta-analysis of randomized controlled clinical trials. Clin Nutr. 2020;39(1):110–122.
  2. extracellularEl-Sheikh HM, El-Haggar SM, Elbedewy TA. Comparative study to evaluate the effect of l-carnitine plus glimepiride versus glimepiride alone on insulin resistance in type 2 diabetic patients. Diabetes Metab Syndr. 2019;13(1):167–173.

 

Bron: SpringfieldNutra

off

Cacao houdt je hersenen fit

dinsdag, februari 4, 2020 @ 08:02 AM

CacaoBij zestig senioren werd vastgesteld dat twee kopjes warme chocomelk per dag de bloedtoevoer naar de hersenen bevordert. Eigenlijk dronken ze geen industriële chocomelk, maar warm water waarin cacao opgelost werd. Het sterkste effect werd vastgesteld bij wie de bloedcirculatie naar de hersenen minder vlot draaide. Door hen geheugen- en denktesten te laten uitvoeren, zagen de onderzoekers dat de verbeterde bloedtoevoer gepaard ging met verbeterde denkcapaciteit.

 

Chocolade is een zeer rijke bron van flavanolen (een type flavonoïde). Tijdens het onderzoek mochten de studiedeelnemers geen andere chocolade eten, om de gang van het onderzoek niet te storen. Een hele hoop onderzoek bewijst dat chocolade consumptie bevorderlijk is voor hart en bloedvaten en acuut de bloeddruk kan verlagen. Volgens de Nederlandse Zutphen studie hadden de grootste chocolade-eters de helft minder kans op een hartaandoening, al ging dit maar om een zeer ruwe schatting.

 

Referenties:
Sorond FA, Hurwitz S et al. Neurovascular coupling, cerebral white matter integrity, and response to cocoa in older people. Neurology. 13 08 7. [Epub ahead of print]
Fisher ND, Sorond FA et al. Cocoa flavanols and brain perfusion. J Cardiovasc Pharmacol. 06;47 Suppl 2:S210-4.

 

Bron: ABC Gezondheid

off

Lavendelolie dempt pijn via opioïdereceptoren

dinsdag, februari 4, 2020 @ 07:02 AM

LavendelLavandula angustifolia etherische olie (LaEO) wordt op grote schaal voor verschillende aandoeningen gebruikt in de aromatherapie. De olie heeft pijnstillende en ontstekingsremmende eigenschappen. De etherische olie bevat 65 verschillende stoffen, waarvan linalool en linalylacetaat de belangrijkste zijn.

 

Uit recent Braziliaans onderzoek blijkt dat de pijnstillende werking van lavendel tot stand komt via de beïnvloeding van perifere en centrale opioïde- en cannabinoïde 2-receptoren. Opiaatreceptoren spelen een belangrijke rol in de perceptie van pijn. De opiaatreceptor gaat een binding aan met bijvoorbeeld medicijnen op basis van opioïdepeptiden of opiaten. De lichaamseigen stoffen die binden met deze receptoren zijn dynorfines, enkefalines, endorfines, endomorfines en nociceptine. Ze komen vooral voor in de hersenen en worden ook aangetroffen in het ruggenmerg en het spijsverteringskanaal. In de hersenen worden de hoogste concentraties aangetroffen in het limbisch systeem, de thalamus en de gebieden die betrokken zijn bij het functioneren van organen. Lavendeloliegeur stimuleert het limbisch systeem in de aanmaak van lichaamseigen pijnstillende stoffen.

 

Op basis van deze bevindingen van de huidige studie blijkt dat inademing van LaEO effectief is bij de behandeling van chronische pijn.

 

Referentie:
Donatello NN, Emer AA, Salm DC, Ludtke DD, Bordignon SASR, Ferreira JK, Salgado ASI, Venzke D, Bretanha LC, Micke GA, Martins DF. Lavandula angustifolia essential oil inhalation reduces mechanical hyperalgesia in a model of inflammatory and neuropathic pain: The involvement of opioid and cannabinoid receptors. J Neuroimmunol. 2020 Jan 10;340:577145. doi: 10.1016/j.jneuroim.2020.577145.

 

Bron: https://www.vnig.nl/nieuws/wetenschap/lavendelolie-dempt-pijn-via-opioidereceptoren/

off