Kaliumcitraat gaat ketogene verzuring tegen

vrijdag, mei 1, 2020 @ 11:05 AM

ketogeen dieetHet ketogeen dieet is een gevalideerde remedie tegen epilepsie, maar kan ook metabole acidose veroorzaken. Volgens Noorse artsen kan metabole acidose de kop ingedrukt worden met kaliumcitraat. Bij 22 kinderen die kaliumcitraat namen werd geen enkel geval van ketoacidose genoteerd, terwijl tien van de 29 kinderen die geen supplement namen, wel te maken hadden met ketoacidose. Kaliumcitraat zorgt er ook voor dat kinderen het ketogeen regime sneller kunnen volgen.

 
Het ketogeen dieet is doeltreffend bij kinderen met epilepsie die weinig of geen effect ondervinden van medicatie. Het dieet kan initieel tijdelijke verzuring in het lichaam (metabole acidose) teweegbrengen, die gepaard gaat met misselijkheid, overgeven en slaperigheid. Er is bovendien het risico op chronische lagegraadverzuring, die vorming van nierstenen of zelf botontkalking in de hand kan werken.

 

Citraat wordt in de lever omgezet naar bicarbonaat, dat verzuring kan neutraliseren. Ook bij nierpatiënten wordt het wel eens ingezet om acidose te behandelen. In deze studie hadden kinderen die citraat hadden genomen, effectief een hoger serumniveau van bicarbonaat, een hogere serum-pH-waarde, maar was er geen verschil in het serumniveau van ketonen.

 

De kinderen die kaliumcitraat namen, konden ook sneller een zwaarder ketogeen dieet volgen, terwijl bij andere kinderen het dieet langzamer ingezet moest worden. Hoe sneller het ketogeen dieet gevolgd kan worden, hoe sneller het vat kan krijgen op de epilepsie.

 

Ook hoopgevend was dat geen enkel kind die kaliumcitraat nam, nierstenen ontwikkelde, terwijl de andere groep twee gevallen telde. Kaliumcitraat leek ook een gunstige invloed te hebben op het aantal insults, maar dat resultaat was niet beduidend.

 

Referentie:
Bjurulf B, Magnus P, Hallböök T, Strømme P. Potassium citrate and metabolic acidosis in children with epilepsy on the ketogenic diet: a prospective controlled study. Dev Med Child Neurol. 2020; 62(1):57-61 doi:10.1111/dmcn.14393

 

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/4970

Comments are closed.